Terroristen of dronken sukkels?

Rechtszaak

Het OM eist vier jaar tegen mannen die een brandbom naar een moskee gooiden. Volgens hun advocaten waren ze dronken en dom.

De Enschedese Foto GinoPress B.V.

Niet vaak zul je een advocaat zo laatdunkend horen over zijn cliënt. „Dit zijn simpele zielen bij uitstek”, zegt strafpleiter Robert Speijdel in zijn pleidooi. Terecht staan vijf mannen die ervan worden verdacht brandbommen naar een moskee in Enschede te hebben geworpen. De aanslag – „als je het een aanslag kunt noemen” – had een „bedroevend niveau van uitvoering”, meent hij. Niet alleen door „de kennelijk staat” van de verdachten, ze waren stoned en dronken, „maar ook de staat waar ze van nature en nuchter in verkeren”.

Het is een hoeksteen van de verdediging vandaag: dit zijn „sukkels”, géén terroristen.

Het Openbaar Ministerie denkt daar anders over. Hier was sprake van brandstichting met een terroristisch oogmerk. Verdachten Danny H. (24), Jeroen B. (35), Ronald M. (35) en Marco H. (36) horen vrijdag vier jaar cel tegen zich eisen, waarvan één jaar voorwaardelijk. Voor de vijfde verdachte, Raymond S. (34), de enige die een bekentenis heeft afgelegd, zijn twee van de vier jaar voorwaardelijk.

White power

Nog even de feiten: op 27 februari werden bij een moskee in Enschede twee molotovcocktails geworpen. Een getuige volgde een dader naar het huis van Raymond S., waarna de politie binnenviel. Daar prijkte de tekst ‘White power’ op de muur. Volgens het OM hadden de mannen met de aanslag willen voorkomen dat er een asielzoekerscentrum bij hen in de buurt kwam. Angst aanjagen, ergo: terrorisme.

Alle vijf zouden er extreem-rechtse en anti-islamitische sympathieën op nahouden. In hun gezamenlijke appgroep werden afbeeldingen van Adolf Hitler aangetroffen, van de Waffen-SS, Anne Frank („Ik ga op kamp”), schoonmaakmiddel („Marokkanenverwijderaar”) en teksten als: „Eerst kratje leegdrinken, 24 flesjes vullen met benzine en gooien die handel.”

De verdachten kennen elkaar onder meer van demonstraties tegen asielzoekerscentra en vluchtelingen. Ze waren betrokken bij de protestgroep Demonstranten Tegen Gemeenten (DTG), en zouden hierna aansluiting hebben gezocht bij de rechts-extremistische Dutch Self Defence Army (DSDA).

„Haar schijnt in deze kringen niet veel te groeien”, merkt de rechtbankvoorzitter op over de uniform kale aanblik van de verdachten. De persoonlijke omstandigheden van de mannen komen uitgebreid aan bod. Het gros kampt volgens de reclassering met een ondergemiddelde intelligentie en worstelt met overmatig drank- en drugsgebruik.

Verdachten zwijgen

Belangrijk voor de zaak is de getuigenis van Raymond S. Die wordt apart gehoord – hij zou door zijn medeverdachten zijn bedreigd. De andere vier ontkennen betrokkenheid en beroepen zich op hun zwijgrecht.

De brandbommen werden volgens S. vervaardigd uit leeggedronken bierflesjes en de watten uit een tuinkussenstoel. Eerder waren er al brieven met hakenkruizen en dreigementen richting moskeeën verstuurd.

Op het moment van de aanslag waren er zo’n veertig mensen in de moskee aanwezig, onder wie kinderen. Niemand raakte gewond, maar de brandbommen hadden wel degelijk impact volgens de officier. „De moskee is nu leger dan vroeger.”

Het huis van verdachte S. is uitgerust met bewakingscamera’s, en op die beelden is volgens het OM te zien hoe de mannen vlak voor de actie vertrekken en even erna weer terugkomen. De vijf poseren dan voor een feestelijke foto.

Stunteligheid

„Zo stom”, zegt strafpleiter Speijdel, die stunteligheid, het gebrek aan planning. Het toont volgens de verdediging aan dat van terrorisme geen sprake kan zijn. „Dit had niets met een politiek statement te maken”, pleit Speijdel, „het was het resultaat van domheid, dronkenschap en stoned zijn.”

Uitspraak volgt op 27 oktober. Cruciaal voor de hoogte van de straf: acht de rechtbank terrorisme bewezen? Dit is géén simpel vandalisme, zegt de officier. „Het was geen bushokje dat wordt vernield. Een moskee is meer dan een gebouw. Dit is het kloppende hart van een gemeenschap.”