Opinie

Studentencorps zondebok van rancuneus en afgunstig volk

Opinie Corpora moeten vrij zijn in het invullen van hun introductietijd. En nee, daar past geen leuk kampeeruitje in, menen de Minervanen Pieter van der Meij en Thomas Mansour.

Leiden - (Oud)studenten vieren feest ter ere van het 200-jarig bestaan van studentenvereniging Minerva. Foto ANP / Remko de Waal

Nederland heeft een nieuwe obsessie: het studentencorps. Twee incidenten bij het Groningse corps Vindicat hebben aanleiding gegeven tot een hysterische hetze die haar gelijke niet kent. Gefrustreerde artikelen van even zo gefrustreerde journalisten in landelijke en regionale dagbladen. Een item op het Achtuurjournaal. Een reportage in Nieuwsuur. Een interview bij Pauw, waarin twee zelfbenoemde ‘corpsleden’ – beide dames zijn nooit lid van een studentencorps geweest – hun gal spuwen over de zo vermaledijde corpora.

Toppunt was het even lachwekkende als schrikbarende schrijfsel van huis-tuin-en-keukenhistoricus Rutger Bregman, waarin hij op groteske wijze leden van het corps met salafistische jongeren vergeleek – ‘voorbij de waan van de dag’ noemen ze dat bij De Correspondent. Ja, de corpora nemen deze dagen meer zendtijd en papier in beslag dan de oorlog in Syrië of de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Holland op zijn smalst.

Het valt niet te ontkennen dat het uitbrengen van de Groningse bangalijst een smakeloze en denigrerende grap is en dat het halfslachtige optreden van rector Stijn Derksen ronduit slap is: een tegoedbon voor een dagje sauna is volgens hem voldoende om het leed ongedaan te maken. Dat rechtvaardigt echter niet de wijze waarop een heksenjacht op de Nederlandse corpora wordt gevoerd.

Als gevolg van deze heksenjacht gaat het al lang niet meer over de tweeëntwintig jonge vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van een ronduit vernederende ‘grap’. Uitgemolken berichten over zwijgcontracten, die in beginsel niet in strijd zijn met het recht, en ontgroeningen verdringen de ware excessen, zoals het verschijnen van de bangalijst of de jongen die een hersenoedeem opliep.

Eerst ging de discussie over de vernederende manier waarop er over vrouwen werd gesproken, nu staan de media vol met galspuwerij. Blijkbaar is het ook voor de intellectuelen van NRC en de Volkskrant verleidelijk om vanuit een onderbuikgevoel uit te halen naar van oudsher besloten verenigingen. Het feit dat een kwaliteitskrant als NRC een platform biedt aan de hierboven genoemde personen zonder nieuwswaardige mening, geeft blijk van een kleinzielige, betuttelende en politiek-correcte tijdsgeest waarin het studentencorps de ideale zondebok lijkt te zijn vanwege zijn geslotenheid, tradities en elitair imago. Het studentencorps is de ultieme belichaming van het kwaad van deze tijd.

De overdreven berichtgeving heeft tot gevolg dat niet alleen Vindicat onder druk staat van de tegen haar gerichte volksrancune. Waar de universiteit en de gemeente in eerste instantie het aanpakken van de eerdergenoemde excessen aan het Groningse corps zelf overlieten, maakten de universiteit, hogeschool en de gemeente onder druk van de vele negatieve reacties plotseling kenbaar dat ze liever zien dat ontgroeningen helemaal worden afgeschaft – van Vindicat, maar ook van andere verenigingen. Hiermee zijn de meisjes op de bangalijst echter niets opgeschoten. Hetzelfde geldt voor de jongen die een hersenoedeem heeft opgelopen.

Met het afschaffen van de ontgroeningen wordt het kind met het badwater weggegooid. Zij hebben namelijk wel degelijk een functie: in de kennismakingstijd ontwikkelen leden een gevoel van gemeenschappelijkheid en kweken een band die na tientallen jaren nog steeds standhoudt. Moet een ontgroening per se worden vervangen door een gezellig introductieweekend omdat ontgroenen ‘achterhaald’ is?

Passend bij de tijdsgeest of niet: elk jaar kiezen steeds meer studenten voor het lidmaatschap van een studentencorps – ontgroening incluis. Als verenigingen, gedwongen door universiteit en gemeente, aspirant-leden moeten trakteren op een leuk kampeerweekendje is het einde ver te zoeken. Verenigingen moeten vrij zijn in het invullen van hun introductie- of kennismakingstijd. Aspirant-leden beslissen zelf of zij daaraan meedoen. Bovendien kunnen zij altijd de keuze maken om niet langer deel te nemen aan de ontgroening als zij zich daar niet prettig bij voelen.

Zoals dat gaat met hypes, zal ook deze over een paar weken zijn overgewaaid en zal de Nederlandse goegemeente de corpora hebben ingeruild voor gewichtiger onderwerpen, zoals Zwarte Piet en genderneutrale wc’s. Laat men echter geen overhaaste consequenties verbinden aan deze massahysterie. De Nederlandse studentencultuur, inclusief haar corpora, blijft een waardevolle bijdrage leveren aan de levens van vele duizenden studenten. Dat is niet zonder reden.

Dus bestuurders van Groningen: houd uw rug recht en buig niet voor deze hetze. Niet al datgene wat lang bestaat is ‘niet meer van deze tijd’. En moraalridders van opiniërend Nederland: bewaar het reaguren voor de reaguurders.