Commentaar

Politieke avonturiers grijpen ruimte die partijen hen geven

nrcvindt

Het wordt dringen bij de Kiesraad. De laatste partij die heeft aangekondigd aan de verkiezingen van 15 maart volgend jaar mee te willen doen is het Forum voor Democratie. Het is de organisatie van publicist en activist Thierry Baudet die eerder dit jaar met Jan Roos van website Geen Stijl met succes via een referendum het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne torpedeerde.

Jan Roos doet ook een gooi naar de Tweede Kamer, maar dan als lijsttrekker van de partij Voor Nederland (VNL), opgericht door de van de PVV afgesplitste Kamerleden Bontes en Van Klaveren. Partijscheuringen hebben in het steeds meer seculiere Nederland de kerkscheuringen vervangen. Zestien fracties telt de Tweede Kamer inmiddels. Dat zijn er zes meer dan na de verkiezingen. Ze kwamen niet op eigen kracht binnen, maar scheidden zich af.

Verkiezingen voor de Tweede Kamer weten altijd diverse partijen te trekken. In 2012 stonden er 21 partijen op het stembiljet; in 1977 bestond de keuze uit 24 partijen. Het hoort bij het Nederlandse systeem waarbij (bijna) iedere stem even zwaar telt en een plaats in de Tweede Kamer verzekerd is als de kiesdeler van 0,67 procent – in 2012 62.829 stemmen – wordt gehaald.

De veelheid aan partijen roept telkens weer de vraag op of de toegang tot de Tweede Kamer niet moet worden bemoeilijkt door het invoeren van een kiesdrempel. Bij de buurlanden Duitsland en België bedraagt deze bijvoorbeeld vijf procent. De discussie in Nederland hierover is tot nu toe altijd gesmoord met als belangrijkste argument dat het interessante, dan wel unieke geluid van partijen als de SGP of de Partij voor de Dieren toch eigenlijk niet kan worden gemist.

Het zijn inderdaad vaak de kleine fracties die het zout in de pap vormen. Bovendien, zo’n groot probleem vormen die vele kleine partijen ook weer niet. De debatten in de Tweede Kamer duren er langer door, organisatorisch is het voor het parlement misschien ingewikkeld, maar het land wordt door die politieke splinters niet onbestuurbaar. De meerderheidsvorming, bepalend element in een parlementaire democratie, wordt vooral bemoeilijkt omdat echt grote fracties niet meer bestaan. In de huidige verhoudingen zijn voor een meerderheid in de Eerste Kamer minimaal vier fracties vereist. Dit ‘probleem’ wordt niet opgelost met de invoering van een kiesdrempel.

Ondertussen is positief bij de politieke aspiraties van de tot voor kort gezamenlijk optrekkende Baudet en Roos dat zij zich al voor de verkiezingen van elkaar hebben afgesplitst. Dat voorkomt een verrassing voor de kiezer achteraf. Maar het maakt vooral nog eens duidelijk hoe zwak de bewegingen die pretenderen op te komen voor ‘de-mensen-die-niet-worden-gehoord’ zijn georganiseerd.

Dat begint natuurlijk al bij de PVV, de één lid partij van Geert Wilders, die de afgelopen jaren drie van zijn 15 fractiegenoten voor zichzelf zag beginnen. De partijen die zeggen voor de groeiende groep ouderen op te komen kennen eveneens een rijke schisma geschiedenis. Met als resultaat dat de kiezers voor dit soort groeperingen alleen maar zwakker worden vertegenwoordigd.

Politieke avonturiers zijn eigen aan het Nederlandse systeem. Maar dat is niet het hele verhaal. Nieuwkomers weten de ruimte op te eisen die gevestigde partijen laten ontstaan. Die politieke verweesdheid is voor deze partijen iets om over na te denken.