Column

Zo oefent het corps vast voor framing

Hoeveel politici die het martelen in Indië toestonden kregen hun morele opvoeding bij het corps? De doofpot staat altijd klaar, zo werd ook weer duidelijk in een item van Nieuwsuur.

Stijn Derksen, rector van de senaat van het Groninger studentencorps, in Nieuwsuur.

Dat zie je niet vaak: de tafel van Pauw met vijf vrouwen en alleen een mannelijke presentator. Het onderwerp was ook nog eens voor een deel het seksistische en gewelddadige gedrag bij de ontgroening van het Groninger Studenten Corps ‘Vindicat atque polit’.

Excessen zijn het, volgens rector van de senaat Stijn Derksen in Nieuwsuur. Hij oefende vast voor de framing, als hij later politicus zal zijn. Want die zogenaamde bangalijst was natuurlijk alleen bedoeld om de mooiste meisjesfeuten te signaleren en die erotische connotaties, dat hadden de media er van gemaakt.

De verdediging werd bij Pauw ter hand genomen door oud-lid en advocaat Bénédicte Ficq, die het smakeloos vond, maar geen strafbaar gedrag kon ontdekken. Daarentegen meende minister Jet Bussemaker (PvdA) dat oud-lid Sybrand Buma (CDA) nodig afstand diende te nemen van wat er in zijn oude sociëteit gebeurd was.

Tekst gaat verder onder video.

Ach, verkiezingstijd. De lijst van oud-leden bevat behalve zes prinsen en prinsessen vooral socialistische politici, van Pieter Jelles Troelstra via Wim Duisenberg tot Job Cohen.

De schande lijkt me eerder dat die corpora hun opvatting van beschaving doorgeven aan de latere dragers van moreel en politiek gezag. Je moet er niet aan denken wat ze daar in oorlogstijd mee zouden doen.

Ik werd gefascineerd door een associatie met het voorafgaande item in Nieuwsuur, over de niet meer te ontkennen structurele oorlogsmisdaden (moord, brandstichting, marteling, verkrachting, dus geweld en seks) door Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog in Indonesië (1946-49), bewust toegedekt door legertop, politici en historici. Hoeveel van die laatste groepen zouden hun ethische vorming hebben genoten in een corporale sociëteit?

De doofpot diende vooral om de veteranen uit de wind te houden, en daar viel wat voor te zeggen. Hun ontgroening was geen ritueel spel, met uitzondering van de doop door Neptunus bij het passeren van de evenaar. De meesten waren al jaren van hun leven kwijtgeraakt door de oorlog in Nederland, en vaak was dit hun eerste buitenlandse reis.

Ze moesten orde en gezag handhaven, in naam der koningin, en kwamen er snel achter wat de wetten van een guerrillaoorlog waren: als je wilt overleven, dien je de ‘terroristen’ net zo hard terug te pakken en te intimideren als ze met jouw doodgestoken, soms ontmande maten hebben gedaan.

Het is een illusie dat je de stevige kennismaking met het vreten of gevreten worden en de bijbehorende liederlijkheid, ook in vredestijd, met bepalingen en verboden de wereld uit zou kunnen helpen, te beginnen in Groningen. Al heeft het er in de afgelopen zeventig vreedzame jaren, toen de zwarte kanten van het bestaan opgeborgen leken achter een ijzeren gordijn, eventjes op dat we het monster in onszelf hadden weten te temmen. Het steekt nu weer zijn lelijke kop op, en dat is niet de schuld van de media. Die moeten vooral prioriteiten stellen: zooien op de sociëteit, ja zelfs treitervloggers zijn minder belangrijk dan het erkennen van onze van regeringswege getolereerde en weg gepoetste oorlogsmisdaden.