Column

Nostalgie verovert de wereld

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

Foto AP

Smeets, Hubert9-2013031

Nostalgie is politiek geworden. Wie het best terugkijkt, wint verkiezingen. Zie Amerika. Clinton en Trump lijken verschillend, qua programma en achterban. Maar ze hebben ook iets gemeen. Beiden weerspiegelen een terug-in-de-tijd-stemming. Logisch. Ze zijn immers allebei gevormd door de naoorlogse consumptiemaatschappij, die de middenklasse toen ongekende perspectieven bood.

Hillary Clinton (1947) etaleert zich een halve eeuw na haar coming of age als de politicus die het culturele ontplooiingsideaal uit de tijd van John F. Kennedy en Lyndon B. Johnson gaat voortzetten. Donald Trump (1948) ontpopt zich omgekeerd als de wreker van die middengroepen die zich indertijd dankzij de materialist Richard M. Nixon de trotse silent majority mochten voelen, maar zich nu gestuit zien door nieuwkomers.

Hoe kon het zover komen? Een van de oorzaken is de desintegratie van Republikeinen én Democraten. Het Amerikaanse partijwezen is nooit sterk geweest.

Maar zo beroerd als nu was het bestel zelden. De doorstroming bij de Democraten is verstopt. Acht jaar zat Barack Obama (1961) in het Witte Huis, maar greep op zijn partij heeft hij niet gekregen. De Republikeinen waren, na twee termijnen verschroeideaardeoppositie, zelfs rijp voor de slacht.

Louter Amerikaanse toestanden? Nee. Ook elders in de liberaal- of sociaal-democratische wereld liggen partijen op apegapen en rukt de nostalgie op.

Vorig weekeinde werd Jeremy Corbyn herkozen als leider van Labour. Corbyn is in het zadel gehouden door passanten, die zich pas kortgeleden bij de partij hebben aangemeld en de goeie ouwe tijd met Thatcher willen overdoen. Wat de trotskisten dertig jaar geleden niet lukte met hun ‘intredepolitiek’, de partij overnemen, is de corbynisten nu wel gelukt. Het apparaat van Labour is zo ondermijnd – met dank ook aan voluntarist Tony Blair – dat de partij voor het oprapen ligt.

In Frankrijk kan zoiets ook gebeuren. Is de vijf jaar geleden gesneefde president Nicolas Sarkozy in staat de gaullistische Republikeinen weer over te nemen? Hij debiteert daarbij allerlei onrepublikeinse gekkigheid, bijvoorbeeld dat alle Fransen eigenlijk Galliërs zijn.

Zegt dat genoeg over de teloorgang van de partij als zodanig? Nee. Britse partijen hebben altijd relatief weinig leden gehad, zeker toen Labour van de vakbond werd losgekoppeld. En in Frankrijk is een partij bezig met mannetjesmakerij die meer met kunst dan met politiek van doen heeft.

Deze relativeringen doen echter geen opgeld in Duitsland, de bakermat van de ‘moderne’ partij. Regionale verkiezingen illustreren er dat de ‘volkspartijen’ CDU en SPD partijen zonder volk zijn geworden. Over een jaar zal bij de Bondsdagverkiezingen blijken of dat zo blijft als de nationale machtsvraag op tafel ligt. Hoe dan ook: veel vet hebben CDU en SPD niet meer op de botten. De ‘ijzeren wet van de oligarchie’, die de Duits-Italiaanse socioloog en latere fascist Robert Michels (1876-1936) een eeuw geleden formuleerde, lijkt zelfs in Duitsland meer karikatuur dan werkelijkheid.

Buiten Duitsland is dat nog nadrukkelijker het geval. Partijen zijn geen sterke bureaucratische oligarchieën meer, maar hooguit opportunistische marketingorganisaties die als de dood zijn voor hun kiezers. Mede daardoor zijn ze een prooi voor uitdagers die beloven dat de tijd van toen weer terug komt. Nog even en het wordt tijd voor het postfix van een heuse ideologie: nostalgisme.