Recensie

Meedeinen op golven van tijd

Voorproef

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Het lijkt een boude stelling dat vrijwel iedereen in Nederland afstamt van vluchtelingen of andere vreemdelingen, maar de aantallen immigranten die in de loop van vier eeuwen naar hier zijn uitgeweken om te ontkomen aan vervolging of oorlogsgeweld, maken zo’n vermoeden wel aannemelijk. Achterlaten en opnieuw beginnen [1] is een lezenswaardige verzameling levensverhalen van vluchtelingen. In deel I schrijft historicus Elias van der Plicht de portretten van nieuwkomers die zich tussen 1500 en 1940 individueel of groepsgewijs in onze streken vestigden om te ontkomen aan vervolging of geweld. De meesten gingen na enkele generaties naamloos op in de bevolking, sommigen vergaarden macht, rijkdom en roem. De levensverhalen – van de calvinistische vluchteling Amalia van Solms (1602-16750), echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik, tot de Oostenrijks-joodse fotografe Maria Austria (1915-1975) – deinen mee op de golven van de tijd. Acceptatie en vijandigheid wisselen elkaar af, religieuze, sociale en culturele aspecten waren vanouds bepalend voor de snelheid van de integratie en voor de bijdrage van de nieuwkomers aan de samenleving. Deel II is actuele oral history en bevat een keuze uit enkele honderden interviews met vluchtelingen die sinds 1945, soms zeer recent, hier hun heil zochten. De samenhang tussen beide delen is de kracht van dit boek.

0110ZATdoorkijken

Het autobiografische De zoetzure smaak van dromen [2] door Sun Li (1980) zou kunnen gaan over de jeugd van willekeurig welke migrant. Haar ouders kwamen met vijf kinderen uit Hongkong naar Nederland, niet om te blijven, maar om geld te verdienen en zo snel mogelijk terug te gaan. Maar de kinderen, die opgroeiden in een Chinees restaurant in een Fries dorpje, vervreemdden van de Chinese taal en leefregels, tot onbegrip van de hardwerkende ouders. Botsende loyaliteiten, cultuurverschillen, onbegrepen ambities: het zijn zware problemen, maar Sun Li is een lichtvoetige vertelster. Tegelijk is haar verhaal vermakelijke Nederlandse culinaire geschiedenis. Een beetje afhaalchinees, decennia lang in elk dorp en in iedere stadsbuurt te vinden, had 125 gerechten op de kaart, die aan de smaak van de Nederlandse klandizie moesten voldoen. En die Nederlanders husselden alles op hun bord door elkaar tot stamppot. Al die restaurants, met lampionnen, draken en een aquarium, zagen er hetzelfde uit. Moderne Chinese restaurants kiezen voor een kleine kaart met authentieke gerechten.

0110ZATopnieuwbeginnen

Vier variaties voor cello [3] heet de verhalenbundel ter gelegenheid van de Cello Biënnale eind oktober in Amsterdam Vier bekroonde auteurs, Jan Brokken, Marente de Moor, Ilja Leonard Pfeijffer en Annelies Verbeke lieten zich door de ‘heraut van de weemoed’, zoals Micha Hamel de cello noemde, inspireren tot klank- en kleurrijke verhalen over het hemelse instrument en zijn al dan niet fictieve bespelers. Zo vertelt Jan Brokken, onder andere bekend van zijn prachtboek over pianist Youri Egorov, op poëtische wijze over cellist Anner Bijlsma, wiens (muziek)leven ingrijpend veranderde nadat hij had gespeeld op een van de eerste basviolen van Stradivarius, drie centimeter langer dan zijn latere cello’s. In een voorwoord citeert Mirjam van Hengel andere Nederlandse schrijvers die zich door de cello lieten inspireren: Remco Campert, Rutger Kopland en F. Bordewijk.

0110ZATcello
In diens griezelverhaal ‘De joodse cel’ verandert een dwergachtige man met een welluidende stem op monsterlijke wijze in een cello. ‘De mond in de afzichtelijke krul was gesloten, maar uit de buik van het instrument, men zou zweren uit de f-gaten, kwam een heerlijk bariton-geluid.’ Ilja Pfeijffers bijdrage aan de bundel doet er een beetje aan denken. In zijn verhaal krijgt de cello alle mogelijke gedaanten behalve die van een instrument dat zich bespelen laat.

0110ZATchinees

Als kunsthistorica en publicist Merel Bem (1977) was gevraagd om over de cello te schrijven, had ze ongetwijfeld Man Ray’s beroemde foto van de verleidelijke naakte vrouwenrug met opgetekende f-sleutels als uitgangspunt genomen. In de bundel Doorkijken [4] beschrijft ze hoe schilderijen, foto’s en installaties zich permanent in haar hoofd hebben genesteld en daar continu voor verhelderende associaties zorgen. Hoe ze naar kunst kijkt en eigenlijk in vrijwel alles kunst ziet, vertelt Bem in 25 column-achtige stukjes over haar dagelijks leven. Zelfs als ze haar kinderen in bed stopt of een boek leest, verschijnen er kunstwerken voor haar geestesoog waar ze iets mee doet. Met groot gemak en volkomen overtuigend verbindt ze bijvoorbeeld Virginia Woolfs verhaal ‘The New Dress’ uit 1924 met Merijn Bolinks celluloidmerel The Early Birds uit 1994. Hallucinerend. Wie kan kijken als Merel Bem, krijgt er vele levens bij.