Column

Mark Rutte bekijkt het kwaad

Remko de Waal/ANP

Waar dacht Mark Rutte aan, toen hij op de grens van Noord- en Zuid-Korea door een raampje tuurde? Hij was op handelsmissie, maar wilde graag ook de grenspost bezoeken; je kon hier namelijk relatief eenvoudig aan de goede kant van de geschiedenis gaan staan.

Eerst mijmerde de premier wat over de mensen in Noord-Korea. Over de huisjes waar ze in woonden. Het was vast geen waanzinnig gaaf land. Zouden ze er ook piano spelen?

Terwijl hij keek, toverde een van de Noord-Koreaanse militairen een moderne camera tevoorschijn. De man begon hem brutaal te filmen.

Nu bevond de premier zich plotseling tussen twee vuren. Vóór hem het zuivere kwaad, achter hem de Nederlandse pers. Het vaderland keek toe hoe hij zou reageren op de provocatie.

Wat te doen? Een gebalde vuist heffen? Nee, de Amerikaanse legerofficieren hadden hem op het hart gedrukt geen gebaren te maken; Kim heeft een kernbom.

Of anders zijn geliefde wapen inzetten, de grijns? Dit sujet vloeren met verzengende liberale jovialiteit?

Maar daarvoor voelde hij zich hier niet senang genoeg. Hij dacht aan toen hij kind was, aan de hand van zijn vader in de dierentuin, het apenverblijf, tikken tegen het dikke glas… En toch bang voor de gorilla.

Zijn lach zou verkrampt zijn, te kunstmatig, als van een televisiecabaretier op zondag wiens grappen bedacht worden door, zei men, tweeëndertig medewerkers.

Nee, niet lachen. Maar wegkijken? Daar prakkeseerde hij niet over. Hij was de Nederlandse elite niet. Hij zou dit staarspelletje winnen. Onverschrokken terugkijken, namens het volk.

Hij duwde zijn onderkaak twee centimeter naar voren – een positie die hij, als het moest, secondenlang kon volhouden.

Hij probeerde te denken aan kwade dingen.

Hij dacht aan Rita Verdonk.

Aan MH17.

Aan restaurants die niet meer bestonden.

De Noord-Koreaan bleef filmen. Treitervlogger.

Als de premier zich nu omdraaide, had hij verloren. En wat moest hij dan tegen de pers zeggen? Tuig?

En wat als ze vragen stelden over MH17? Over het kwaad gesproken! Het rapport dat juist vandaag werd gepresenteerd bevestigde nu echt wat ieder al wist: Poetin heeft het gedaan. Als hij die dader nu niet aanpakte, zelfs niet nu de onderste steen boven was, dan onthulde dat onderzoek toch vooral zijn eigen slappe knieën? Dan was Poetin de corpsbal van het wereldtoneel, de man die overal mee wegkomt.

Nee, het waren geen tijden voor joviale heelmeesters.

Maar hij kon niets doen. Poetin was nodig in Syrië om te zorgen dat er minder vluchtelingen naar Nederland kwamen zodat er minder varkenskoppen werden neergelegd bij asielcentra, zodat…

Zelfs al hadden we haarscherpe beelden van Poetin zelve die in blote bast die Boekraket afvuurde – zelfs dan deden we niets, peinsde Mark. Poetin kon deze week nog kinderen in Aleppo bombarderen, met bunker busters, daar was geen twee jaar onderzoek voor nodig, dat was gewoon op tv.

Oh, al die tandeloze feiten, het feuilleton dat nooit stopt… Heel even voelde Rutte zich in een oud Europa veranderen, het continent dat toekijkt.

De schouders onder zijn jasje voelden als een geknakte kleerhanger.

Poetin kapittelen dan? Met klem?

Was al het kwaad maar zo overzichtelijk als hier aan de grens, was het maar zoals vroeger. Vroeger geloofde het volk je als je loog, nu hoonden ze als je de waarheid sprak. Maar de waarheid was dat hij als premier eerder ‘pleur op’ zei tegen een tiener dan ‘ho, even’ tegen de man die kinderen doodde.

Weemoed beving de premier. Hij dacht aan dingen die verdwenen waren. Indië. De onschuld van Zwarte Piet.

Nauwelijks een seconde was de staarwedstrijd nog maar bezig. Zijn kaak trilde al bijna. Niet knipperen, niet wegkijken van het kwaad, dat was nu cru-ci-aal.

Hij staarde in het zwarte gat van de camera van de militair. Kon hij dat blauwe gordijntje maar dichttrekken, zat hij maar in een nachttrein naar Rome.

Rutte probeerde te denken aan de mooie dingen.

Hij dacht aan Bach.

Aan Cort van der Linden.

Aan nasi goreng eten op zaterdag.

Toen schoot hem een kwinkslag te binnen die de nucleaire spanning kon verbreken. Hij draaide zich om, naar de Nederlandse pers. „Het is een Fuji”, liet hij over de fotocamera optekenen.

De rubriek ‘Foto van de Week’ verschijnt op deze plaats tot het einde van dit jaar. Dan keert Bas Heijne terug als columnist.