Latijns-Amerika is de linkse revolutie voorbij

Colombia Als de bevolking zondag per referendum stemt vóór het vredesakkoord met de FARC, is de laatste grote guerrillabeweging van het continent verdwenen.

Foto’s John Vizcaino, Reuters; Raul Arboleda/ AFP Photo

Een kogel omgevormd tot pen om de vrede te tekenen. De aanwezigen waren allemaal in het wit. Er was veel symboliek bij de ondertekening van het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de marxistische rebellenbeweging FARC, afgelopen maandag in de Colombiaanse stad Cartagena. De wapens die de 7.000 nog actieve FARC-strijders zullen inleveren, worden omgesmolten tot drie monumenten.

Komt er werkelijk vrede in Colombia? Of blijkt zondag dat er vier jaar lang voor niets is onderhandeld en kan het akkoord direct de prullenbak in? Het laatste woord over de vrede is morgen aan de Colombiaanse bevolking. In het referendum spreekt zij zich definitief uit voor of tegen het vredesakkoord.

Correspondent Nina Jurna ging op reportage naar een belangrijk FARC-bolwerk in de zuidelijke provincie Caquetá: De FARC-strijder verlangt naar huis

Recente peilingen tonen een comfortabele voorsprong voor het ja-kamp. Daarmee zou niet alleen een eind komen aan het oudste conflict in Colombia, dat 52 jaar duurde en miljoenen slachtoffers eiste – zeker 220.000 mensen kwamen om het leven en zeven miljoen mensen raakten ontheemd. Met de transformatie van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) tot legitieme politieke partij verdwijnt ook de laatste grote linkse guerrillabeweging uit Latijns-Amerika.

Fidel Castro en Che Guevara

De FARC is niet de enige marxistische – of in andere gevallen maoïstische – beweging, die met bewondering keek naar de successen van Fidel Castro en Che Guevara, die in 1959 met een klein aantal manschappen de Cubaanse dictator Fulgencio Batista van zijn troon joegen. In de jaren zestig en zeventig wemelde het van de linkse guerrillabewegingen op het continent: de sandinisten (FSLN) in Nicaragua, de Venezolaanse Strijdkrachten voor Nationale Bevrijding (FALN), Lichtend Pad in Peru, het Revolutionaire Volksleger (ERN) in Argentinië, de Revolutionaire Beweging 8 Oktober (MR8) in Brazilië en de Tupamaros in Uruguay.

Lees ook het interview met Alfredo Rangel (61), slachtoffer van de Farc en tégen het vredesakkoord: ‘Vrede moet wel eerlijk en rechtvaardig zijn’

Al deze groepen vochten tegen de ongelijkheid in hun maatschappijen, in een periode die werd gedomineerd door militaire staatsgrepen (door de VS gesteund) en hardhandige onderdrukking van linkse groeperingen. Maar lieverdjes waren de rebellen evenmin. Om hun doelen te bereiken schuwden zij het geweld niet: ze pleegden (bom)aanslagen op vooral militaire en politieke doelen en waren verantwoordelijk voor ontvoeringen. In sommige landen, waaronder Colombia, mengden de rebellen zich ook in de drugshandel.

De meeste guerrillagroepen verdwenen geleidelijk in de jaren tachtig, nadat de democratie in veel Latijns-Amerikaanse landen werd hersteld. En nadat de Koude Oorlog op zijn einde liep, en de Sovjet-Unie geen heil meer zag in het (financieel) steunen van communistische groepen in de achtertuin van de VS. Sommige rebellenleiders schopten het tot in de hoogste politieke regionen: Brazilië en Uruguay kregen voormalige revolutieleiders als president – Dilma Rousseff en José ‘Pepe’ Mujica.

Lees ook het interview met Clara Rojas (54), slachtoffer van de Farc en vóór het vredesakkoord: ‘Alleen vrede geeft dit land een toekomst’

Nu ook de guerrillero’s van de FARC de wapens neerleggen, lijkt de linkse revolutie in Latijns-Amerika voorbij. Al is het creëren van duurzame vrede niet eenvoudig. „Het akkoord moet nu uit de politiek echt in de maatschappij landen, zodat tot de bevolking doordringt waar het werkelijk om gaat”, zegt politiek analist en publicist Ángel Beccassino.

„De jarenlange onderhandelingen vonden plaats in Havana, zowel fysiek als mentaal ver weg voor de gemiddelde Colombiaan. Zij moeten zich de vrede nog eigen maken.”

Nobelprijs voor de Vrede

Hoewel de erfenis van de oorlog nog zeer tastbaar is – veel Colombianen werden persoonlijk geraakt door het conflict – speelt het conflict in grote steden als Bogotá en Medellín al jaren nauwelijks een rol meer. In 2003 pleegde de FARC voor het laatst een grote bomaanslag in de hoofdstad Bogotá. De terreurorganisatie is de laatste jaren sterk verzwakt, leiders werden opgepakt, vermoord of sloegen op de vlucht.

Het was vier jaar geleden daarom het juiste moment om opnieuw aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. President Santos ziet in de vrede een kans om Colombia uit zijn isolement te trekken: de economie kan verder groeien, buitenlandse investeerders staan klaar en toerisme kan verder tot bloei komen. Critici menen dat de impopulaire Santos vooral zichzelf op de kaart wil zetten – zijn naam wordt genoemd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Wat zondag ook de beslissing van de Colombianen wordt, het verdeelde land zal nog hard moeten werken om echte vrede te bereiken. „Nergens is ooit vrede ontstaan alleen door het tekenen van een akkoord”, waarschuwt Beccassino.

„Vrede bouw je op, daar is een lange adem voor nodig.”

De FARC kondigde aan in geen geval meer oorlog te willen voeren. Als teken van goede wil schrapte de Europese Unie de FARC al tijdelijk van de lijst met terroristische organisaties, waardoor ook sancties tegen de groep komen te vervallen. De VS zijn voorzichtiger. Zij willen daar pas over praten als het volk zich positief uitspreekt over het akkoord.