In Brussel is geduld met Londen op

EU en Brexit

Britse pogingen om eerst informeel een akkoord over Brexit te verkennen ontmoeten bij de andere lidstaten geen sympathie.

Commissievoorzitter Foto Virginia Mayo/AFP

„De deserteurs zullen niet met open armen worden onthaald”, voorspelde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in mei, nog vóór het Brexit-referendum (23 juni). En daar was geen woord van gelogen: de Britten worden in Brussel zelfs compleet genegeerd, nu ze aanstalten maken om uit de EU te stappen. „Ze liggen er al uit”, zegt een ingewijde.

In de pikorde van het Europees Parlement kelderen de Britse volksvertegenwoordigers in een razend tempo. De Britse EU-ambassadeur wordt opgeslokt door vergaderingen in Londen. Op de recente top in Bratislava was premier Theresa May niet welkom.

Lees ook het profiel van Theresa May: Theresa May en de verdeelde Britten

De woede is groot. Veertig jaar lang is er alles aan gedaan om de Britten – meer dan wie ook – te accommoderen. Ze kregen korting op hun EU-bijdrage, hoefden niet alle regels in te voeren, werden als prinsjes behandeld. In februari deden Europese leiders tijdens complexe onderhandelingen op de vierkante centimeter extra, haast vernederende concessies aan premier Cameron, vooral op het gebied van immigratie, in de hoop dat een Brexit kon worden afgewend. Ze kregen stank voor dank.

Iedereen is beducht voor Britse spelletjes

Nu moet er over een scheiding worden onderhandeld, en over de relatie daarna. Maar dat kan pas als het Verenigd Koninkrijk ook formeel aankondigt op te stappen, door artikel 50 uit het EU-verdrag in te roepen.

Londen treuzelt daarmee. De Britten willen het liefst eerst informeel aftasten welke afspraken mogelijk zijn, voordat ze definitief een besluit nemen. Maar de EU-leiders houden de boot stug af. „No negotiation without notification”, geen onderhandelingen zonder ‘aanzegging’ door de Britse regering, klinkt het in Brussel al maanden. Iedereen is beducht voor Britse spelletjes, zoals in de afgelopen drie jaar. Van de verdeeldheid waarop Londen zou speculeren, bestaan vooralsnog geen tekenen.

De ondertoon is rancuneus: zak er maar in, en wacht daar vooral niet te lang mee. Maar de opmerkelijk eensgezinde en onderling strak afgestemde houding van Europese hoofdsteden is ook een kwestie van zelfbehoud. Een unie waar je straffeloos uit kunt opstappen, zou een slappe unie zijn. We moeten streven naar „de best mogelijke relatie” met de Britten, schreef voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad van EU-leiders onlangs. Maar er mag „geen enkele twijfel over bestaan dat het een goede zaak is om EU-lid te zijn”. Dus: zíj moeten tijdens de onderhandelingen meer pijn lijden dan wíj.

Intussen verliezen de Britten in Brussel snel aan invloed.

Wat de Britten willen is ruwweg duidelijk: wel de lusten van de interne markt, niet het daarbij horende vrije verkeer van personen. Lees: arbeidsmigranten uit andere EU-lidstaten, met name de nieuwe lidstaten in Oost-Europa. Dit lijkt nu al een haast onbegaanbare weg. Na de recente EU-top in Bratislava zei de Slowaakse premier Robert Fico dat Oost-Europa nooit zal toestaan dat van arbeidsmigranten „tweederangs burgers” worden gemaakt. Hij dreigde lustig met veto’s. Dat Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk sinds het referendum doelwit zijn van geweld en haat, helpt niet. „Wij Europeanen zullen nooit accepteren dat Poolse werkers in elkaar worden geslagen, worden bedreigd of zelfs vermoord in de straten van Essex”, zei Juncker twee weken geleden.

Intussen verliezen de Britten in Brussel snel aan invloed. Er werd nauwelijks over Brexit gesproken, maar over de toekomst van de EU, en de komende maanden staan zulke bijeenkomsten vaker gepland. „Het is opmerkelijk hoe snel de Britten uit beeld zijn verdwenen”, zegt een ingewijde. „De boodschap is: de wereld zal ook zonder jullie blijven draaien.”