‘Ik ga natuurlijk niet ineens heel agressief adviseren’

Interview Marlies de Ruiter

Ze stond bekend als strijder tegen belastingontwijking. Nu werkt ze aan de andere kant, als belastingadviseur bij EY. En haar idealen dan? „Hier kan ik het beste bereiken wat ik wil.”

Foto Robin Utrecht

Ze kreeg niet alleen hartelijke felicitaties toen ze een nieuwe baan had. ‘Je laat je idealen achter’, kreeg Marlies de Ruiter te horen. Sommigen konden het maar moeilijk begrijpen: dat juist zíj, de vrouw achter vergaande plannen tegen belastingontwijking door multinationals, overstapte naar een belastingadvieskantoor.

Sinds september is De Ruiter (50) partner bij EY (voorheen Ernst & Young), een van de grootste advieskantoren ter wereld. Deze kantoren worden gezien als de architecten van de kunstmatige fiscale constructies die De Ruiter jarenlang heeft geprobeerd te bestrijden. Dat deed ze – „met ziel en zaligheid” – bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Op het hoofdkantoor in Parijs produceerde ze met haar team bijna 1.200 pagina’s aan beleid, vertelt ze. Beleid waar ze nog altijd „heilig” in gelooft.

Het doel: het „kapotte” internationale belastingsysteem repareren – een systeem dat, benadrukt De Ruiter, allerlei partijen samen hebben gecreëerd: bedrijven, hun adviseurs, maar landen net zo goed. Hoe dan ook moeten „agressieve en gekunstelde” constructies door het OESO-beleid onmogelijk worden. Bij elkaar hebben 85 landen, inclusief de hele G20 en daarmee ruim 90 procent van de wereldeconomie, dat omarmd. Nu zijn ze bezig met de invoering.

De nieuwe baan van De Ruiter trok aandacht. De Volkskrant wierp de vraag op of De Ruiter haar gang door de „roemruchte fiscale draaideur” wel kon „uitleggen”. Volgens financiële nieuwssite Follow the Money is De Ruiter, „tot voor kort strijder tegen belastingontwijking”, overgestapt naar „de andere kant”.

De ‘draaideur’ is vaker bron van verontwaardiging. Recentelijk leidden de nieuwe banen van oud-voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso bij zakenbank Goldman Sachs en van oud-eurocommissaris Neelie Kroes bij taxibedrijf Uber tot kritiek.

Nog niet eerder heeft De Ruiter op haar overstap gereageerd. Ze wilde best vertellen waarom ze bij EY gaat werken, maar ze had de laatste ontwikkelingen op belastinggebied niet goed gevolgd en wilde zich eerst inlezen. In de maanden voor ze bij EY begon, was ze vrij geweest en met heel andere dingen bezig: met haar verhuizing naar een kustplaats boven Hoek van Holland, met de opvoeding van de nieuwe puppy – „net een kind” – en met haar échte kind. Haar dochter van elf had het niet naar haar zin op school in Parijs. De Ruiter besloot haar baan op te zeggen, zodat haar dochter weer in Nederland naar school kon.

Inmiddels is de Ruiter helemaal bijgelezen en in een café in Rotterdam, de vestigingsplaats van EY, wil ze het nu wel hebben over haar nieuwe baan.

Wat gaat u precies doen bij EY?

„Ik ga heel veel praten over de OESO-rapporten en de maatschappelijke ontwikkelingen rond belasting: welke veranderingen willen landen zien, hoe kijken ze tegen dingen aan, wat moeten bedrijven nu al aanpassen, wat zit er nog in de pijplijn?”

U hebt vast een hoop aanbiedingen gekregen. Waarom deze baan?

„Toen ik ging nadenken wat ik wilde, kwam ik er vrij snel achter dat ik in de private sector wil werken. Ik heb ook publieke aanbiedingen gehad, van internationale organisaties, maar ik ben alleen in gesprek gegaan met private partijen. Ik geloof dat ik daar het beste kan bereiken wat ik wil.”

Waarom denkt u dat?

„Als je iets wilt bereiken met het beleid dat je hebt gemaakt, moet je zorgen dat het heel goed wordt uitgevoerd. Vorig jaar hebben we het nieuwe internationale beleid tegen belastingontwijking neergelegd. Maar ja, nu moeten landen en bedrijven het wel gaan implementeren. Dat is een gigantische operatie. Bedrijven moeten hun hele fiscale structuur doorlichten en de meeste hebben niet honderd fiscalisten in dienst die dat even kunnen doen. Bij bedrijven bestaat veel onzekerheid wat er van hen wordt verwacht. Ik kan ze daar vanuit EY mee helpen. Wat is nou de bedoeling van al die woorden op papier? Zo kan ik zorgen dat het wordt ingevoerd zoals wij het hebben bedoeld.”

En als bedrijven dat niet willen en u juist vragen de mazen in dat beleid aan te wijzen, wat doet u dan?

„Dan zeg ik: kijk naar de realiteit. Wat jij wilt, is niet meer van deze tijd, mensen vinden het niet meer acceptabel. De grens van de wet opzoeken levert op korte termijn misschien voordeel op, maar wordt op langere termijn zeker afgestraft. Ik heb zo’n gesprek nog nooit gevoerd, want ik ben net binnen. Maar ik weet van vrienden die belastingadviseur zijn dat zij ook zo werken. Die zeggen: ‘Ik heb een persoonlijke grens, daar ga ik niet voorbij’. Je bepaalt zelf hoever je wilt gaan.”

Vindt EY het ook goed, dat u uw eigen grens bepaalt en dat die soms misschien niet strookt met de wens van de klant?

„Daar hebben we het niet zo expliciet over gehad, dat leek me vanzelfsprekend. In de gesprekken merkte ik dat we op één lijn zaten.”

Heeft salaris een rol gespeeld in uw keuze voor deze baan?

„Eigenlijk helemaal niet.”

Mensen kunnen denken: ze gaat nu voor het geld, niet voor idealen. Hebben die een punt?

„Ja sorry, ik heb twintig jaar bij Financiën gewerkt. Daar heb ik geen giga-salaris verdiend, maar ik heb het altijd ontzettend naar mijn zin gehad. Ik vind plezier in mijn werk uiteindelijk veel belangrijker dan salaris. Het is duidelijk dat je bij grote adviesbedrijven goed verdient. Maar bij de OESO verdienen mensen ook ontzettend mooie salarissen, ook nog eens belastingvrij. Mijn sprong had ik dus al gemaakt.”

Soms heeft de Ruiter het nog over ‘wij’ of ‘ons’ als ze naar de OESO verwijst. Ze mist haar oude collega’s wel, vertelt ze, en de gezamenlijkheid van haar project. Oude teamleden spreekt ze voor de gezelligheid, maar zakelijk heeft ze „geen direct contact” meer met hen. Dat zijn de informele regels van de OESO, voor mensen die overstappen naar de private sector. Ook mag de Ruiter zich in het eerste jaar niet bemoeien met de schriftelijke commentaren die EY levert op OESO-plannen, of bij de OESO lobbyen voor klanten.

Over deze afspraken en haar „integriteit” heeft ze het met EY vooraf gehad. „Het kan natuurlijk niet zo zijn dat ik ineens heel agressief ga lopen adviseren. Of ga roepen dat alle plannen die ik bij de OESO heb gemaakt nergens op slaan. Dan word ik totaal ongeloofwaardig.”

Ziet u zelf risico’s in de ‘draaideur’?

„Het is heel erg afhankelijk van timing. Als ik begin 2015 was vertrokken naar een advieskantoor, hadden critici helemaal en 100 procent gelijk gehad. Op dat moment had ik heel veel kennis over waar we uit zouden komen, terwijl dat nog niet bekend was. Dat zou een advieskantoor een groot concurrentievoordeel geven. Maar in oktober 2015 is alles waar ik aan heb gewerkt volledig publiek geworden. Natuurlijk neem ik mijn contacten mee, maar ik denk dat dat juist goed is. Zo krijg je een goede interactie tussen de mensen die het beleid maken en de mensen die het moeten uitvoeren.”

Wat verwacht u van het OESO-beleid? Wordt belastingontwijking nu écht aangepakt?

„Dat gebeurt al, landen zijn al dingen aan het invoeren, zoals country-by-country reporting [de plicht om als bedrijf per land te rapporteren over omzet, winst, werknemers en belastingafdracht, red.]. Daardoor worden verschillen ineens heel zichtbaar, dan kunnen landen er iets aan doen. Bij bedrijven is ook doorgedrongen dat er iets moet veranderen. In het begin zeiden ze nog: ‘Jullie moeten stoppen met je project’. Maar geleidelijk zeiden steeds meer mensen: ‘Het is inderdaad toch wel een beetje maf, dit systeem’.”

Bent u trots op wat u bij de OESO hebt bereikt?

„Ja. Heel erg. Ik vind het belangrijk en het sluit aan bij mijn eigen gevoel van waar het heen moet. Dus daar ben ik heel erg trots op.”

En mensen die zeggen dat u uw idealen achterlaat, hebben die helemaal ongelijk? Of moet dat toch een beetje, bij een commercieel bedrijf?

De Ruiter aarzelt even. „Ik weet het niet. Ik weet het niet. Ik heb bij de OESO vier jaar lang kunnen werken aan iets waar ik heilig in geloofde. Maar daarvoor, bij Financiën en de Belastingdienst, moest ik ook wel eens iets doen waarvan ik dacht: ik weet niet of ík hier nou heel erg in geloof. Ik heb nog nooit bij een commerciële organisatie gewerkt, maar natuurlijk kan dat nu weer voorkomen. Ik heb inmiddels geleerd: je idealen zitten in jezelf.”