Ieders eigen ideologische zuurstoffles

©

2016 lijkt geen topjaar voor de redelijkheid te worden. Ongenuanceerde meningen overstemmen wereldwijd het debat of dat nu gaat over immigratie, de economie of het klimaat. Politieke correctheid wordt bij het grofvuil gezet als overbodige franje voor gevoelige zielen, feiten zijn misleidende obstakels, en expertise is een fataal mankement. Zoals een van de voorstanders van Brexit, de nota bene in Oxford opgeleide minister van justitie Michael Grove, zei: „Engeland heeft het wel even gehad met experts.” Of om de onvermijdelijke Donald Trump te citeren: “Ik hou van de laagopgeleiden.” Terwijl zijn concurrent het liefst lijvige rapporten leest, heeft hij aan 140 tekens meer dan genoeg om de wereld te duiden. Sad.

Waarom lukt het zo slecht de waarden van de wetenschap te delen? Waarden die tot de kern van iedere gezonde samenleving zouden moeten horen, zoals het zoeken naar waarheid, de wens tot nuance, een gezonde dosis scepsis, respect voor feiten én voor onzekerheden, en verwondering over de rijkdom van de natuur en de menselijk geest.

Gelukkig kan de wetenschap ook hier iets over zeggen, en wel de wetenschap van wetenschapscommunicatie, aangevuld met lessen uit de politicologie. Want politici lopen al veel langer aan tegen het feit dat niet iedere kiezer wil luisteren naar het redelijke alternatief.

Het denken over wetenschapscommunicatie kent verschillende evolutionaire stadia, ruwweg van monoloog via dialoog naar rommelig groepsgesprek. Het oorspronkelijke model was de kansellezing, de professor die vanaf een hoog podium – of tegenwoordig een klein scherm – het allemaal nog eens goed uitlegt. Vervolgens kwam het publieke engagement van musea, cafés en festivals. De wetenschap komt naar je toe en je mag ook wat terugzeggen. Maar ook dit gespreksmodel is incompleet. Er zijn namelijk belangrijke stoorzenders: de media.

De moderne burger leeft niet in isolement, maar is permanent gehuld in een wolk van stemmen. Deze mediaomgeving biedt de ‘framing’, het referentiekader, waarin we informatie opnemen en verwerken. Zeker voor de genuanceerde en vaak ambigue boodschappen van de wetenschap is zo’n ideologisch ‘frame’ belangrijk. De vertaling in concreet beleid van wicked problems zoals klimaatverandering, kernenergie, vaccinaties en genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen, kan niet los gezien worden van levensbeschouwing.

Een reden dat het overdragen van wetenschappelijke kennis zo stroef verloopt, is dat dit medialandschap snel aan het verkruimelen is. Er komen steeds meer spreekbuizen, groot en klein, vooral online. Daarenboven ‘atomiseren’ kranten, radio- en televisiezenders en websites in losse nieuwsberichten, podcasts, video’s, posts of tweets. Ideologieën en levensvisies polariseren deze wolk van gefragmenteerd nieuws zoals magnetische polen ijzervijlsel aantrekken. Het is gemakkelijker dan ooit om je persoonlijke mediabubbel samen te stellen met alleen geestverwante meningen. Internet en sociale media maken deze zeepbellen mobiel. We zijn diepzeeduikers met onze eigen ideologische zuurstofflessen. Iedere ademteug bevestigt het eigen gelijk. Ben je rechts, dan lees, hoor en zie je alleen rechtse meningen. Idem voor links, en voor alle andere kleuren op het politieke spectrum. .

Politicologisch onderzoek leert dat men in zo’n monocultuur de geestelijke flexibiliteit verliest om met complexe informatie om te gaan. Burgers die daarentegen leven in een pluriforme omgeving, met een ‘gezond’ aanbod aan conflicterende meningen, zijn in het algemeen beter geïnformeerd en meer geneigd om zelf aan het politieke proces deel te nemen. Een heterogeen milieu met afwijkende gezichtspunten traint de geest om informatie kritisch te verwerken en zelf conclusies te trekken. Daarmee staat men ook meer open voor de ingewikkelde boodschappen van de wetenschap.

Misschien is dit te vergelijken met hoe ons afweersysteem wordt getraind door blootstelling aan bacteriën en virussen in huisstof en in de speeltuin. Vanuit dit inzicht is het niet nodig om keer op keer op de correcte feiten te hameren, maar belangrijker om mensen te leren zelf gevolgen te trekken uit een aanbod aan argumenten, goed én fout.

Als de wetenschap dus iets zou moeten doen is het intellectuele diversiteit bevorderen en ideologische zeepbellen doorprikken, niet alleen in de samenleving maar ook in eigen huis: op de universiteit. Maar zeker op Amerikaanse campussen is er een contraproductieve trend om iedere onwelgevallige mening uit te bannen. Zoals een gezin met jonge kinderen alle scherpe hoeken in huis met schuimrubber afplakt, zo wordt de academische speelkamer stootvrij gemaakt voor de studenten.

Geen enkele krant kan beweren de slijpsteen van de geest te zijn. Alleen de volledige krantenkiosk mag deze titel claimen. Dus prik uw intellectuele bubbel door. Leg of klik deze NRC even weg en sla De Telegraaf open, kijk op GeenStijl, of lees het verzameld Twitter-oeuvre van Trump. En vraag u af: waarom ben ik het daar ook al weer mee oneens?