Het is de toon die de taal maakt

Taalkunde

Taalwetenschappers hebben een taal ontdekt die noch klemtonen noch toonhoogtes heeft. Uniek! Of toch niet? Het is namelijk heel moeilijk om in een vreemde taal het ontbreken van tonen te horen, als je eigen taal wel tonen heeft.

Illustratie Rik van Schagen

We zijn in het Nederlands gewend om heel veel (héél veel!) met klemtoon te doen. Nederlandse zinnen waarin de klemtoon op de ‘vérkeerde lettérgreep’ gelegd wordt klinken gek. En soms zijn klemtoonverschillen betekenisverschillen: ‘voorkómen’ is wat anders dan ‘vóórkomen’. Ook kunnen we dingen zeggen als: „Nee, niet die gróéne, maar die bláúwe.”

Hebben alle talen dat? Nee. Toontalen hebben vaak geen klemtonen, want toon en klemtoon zijn klankverschijnselen die allebei gebruik maken van toonhoogte-en duurverschillen bij het uitspreken van lettergrepen. Ze zitten elkaar dus in de weg.

Taalonderzoekers dachten tot nu toe dat talen altijd ofwel klemtoon hebben ofwel toon ofwel allebei: een beetje toon en een beetje klemtoon. Maar nu is er, voor het eerst, voor een taal die geen toontaal is, aangetoond dat die taal ook geen enkele vorm van klemtoon gebruikt. Die taal is het Ambonees Maleis. Het onderzoek werd gedaan door Raechel Maskikit-Essed en Carlos Gussenhoven van de Radboud Universiteit. Ze publiceren het in oktober in Phonology.

Nederlanders weten over het algemeen wel wat klemtoon is. Maar wat is toon? Het Standaard Nederlands is geen toontaal. Voor een voorbeeld van toon hoeven we gelukkig niet ver van huis te gaan. Een groot deel van de Limburgse dialecten heeft toon. Neem bijvoorbeeld het dialect van Roermond. Als je in Roermond ‘sjoon’ zegt met een neutrale toonhoogte, betekent dat: ‘mooi’. Als je de ‘oo’ van ‘sjoon’ wat langer laat duren en in toonhoogte laat stijgen, wordt ‘sjoon’ daarmee een heel ander woord, dat ‘schoenen’ betekent. Dat dezelfde combinatie van klinkers en medeklinkers, afhankelijk van de toonhoogte, verschillende betekenissen kan hebben, dat is: toon.

De Limburgse dialecten maken zowel gebruik van toon als van klemtoon. Maar talen die nog veel meer doen met toon dan dat Limburgs, hebben geen ruimte meer voor klemtonen. Een voor de hand liggend voorbeeld daarvan is het Mandarijn, de standaardtaal van China. In die taal betekent het éénlettergrepige woordje ‘sjoe’, afhankelijk van de intonatie die je eraan geeft: ‘boek’, ‘rijp’, ‘tellen’ of ‘boom’. Er zijn in het Mandarijn vier manieren om zo’n lettergreep te intoneren, vier ‘tonen’ dus. Een woord dat niet met de juiste toon wordt uitgesproken is in die taal net zo onbegrijpelijk als een Nederlands woordje waar je de belangrijkste medeklinker uit hebt weggelaten. Aan klemtoon doen ze niet in het Mandarijn.

Zinnen met een klemtoon

In talen die wel een klemtoon kennen, kan die erg variëren. Het Frans is bijvoorbeeld een taal met een heel minimaal gebruik van klemtoon. Als je een Frans woord los zegt (‘Français’, ‘president’, ‘manger’), krijgt dat woord standaard een klemtoon op de laatste lettergreep. Maar als je de woorden aaneenrijgt tot een zin (‘Le president veut manger’), krijgt alleen de laatste lettergreep van de zin een klemtoon. In het Frans is klemtoon dus, net als in het Nederlands, iets dat aan een lettergreep verbonden wordt, maar, anders dan in het Nederlands, geen eigenschap van woorden, maar van zinnen. Dat een los uitgesproken woord óók een klemtoon krijgt, laat alleen maar zien dat zo’n los uitgesproken woord voor de spreker van het Frans eigenlijk ook een soort zinnetje is.

Hoe subtiel ook, iedere taal maakt wel op de een of andere manier gebruik van klemtoon óf toon óf allebei, was tot voor kort het idee onder taalwetenschappers. Daaruit volgt dat je in alle niet-toontalen klemtoon-verschijnselen zou moeten kunnen vinden. Het bijzondere van het Ambonees Maleis is nu dat het zelfs zo’n heel minimale en supervoorspelbare klemtoon niet heeft. Dat is qua klemtoon-en-toon-verschijnselen nog iets kaler dan tot nu toe voor mogelijk werd gehouden.

Ook kunnen de sprekers van het Ambonees Maleis geen woorden in de zin benadrukken, zoals wij dat kunnen („Nee, niet die gróéne, maar die róóie…”). Er bestaat in het Ambonees Maleis alleen maar zoiets als vraagintonatie, en die is niet verbonden aan lettergrepen. En als iemand met veel emotie spreekt – woede, enthousiasme, verdriet – is dat vaak te horen aan de toonhoogtepatronen en klankkleur van wat hij of zij zegt, maar die fluctuaties zijn niet in taalkundige regels te vatten, en in die zin dus willekeurig.

Het Ambonees Maleis is een taal met 200.000 sprekers, en redelijk goed bestudeerd. Hoe kan het dat de wetenschap er nu pas achter komt dat die taal zo ongelofelijk klemtoonloos is?

Ach, er waren wel vermoedens. Eerder hadden Leidse onderzoekers al ontdekt dat sprekers van het Indonesisch (nauw verwant aan het Ambonees Maleis) moeite hebben met het horen en onthouden van klemtonen. Maar nu pas is er, weliswaar voor een kleiner broertje van het Indonesisch, echt fysisch gemeten wat er gebeurt als mensen die taal spreken.

Op gehoor vaststellen of zo’n taal klemtoon heeft, is vrijwel onmogelijk. Dan zit de onderzoeker zichzelf in de weg. Als je van huis uit een taal spreekt met klemtonen, hoor je in een vreemde taal automatisch ook allerlei klemtonen die er in werkelijkheid misschien helemaal niet zijn. Zo werkt ons taalvermogen: horen is meteen interpreteren, waardoor we soms dingen denken te horen die er in werkelijkheid niet zijn.

Een taal met 20 klinkers

Of er wel of geen klemtoon in die zinnen zit, daar kun je alleen achter komen door het akoestisch signaal heel nauwkeurig te meten: toonhoogte, duur, klankspectrum (hoe vol de klank is, hoeveel bas en treble erin zit). De onderzoekers deden dat en gingen in die metingen op zoek naar klemtoonachtige patronen. Ze vonden: niets.

Het zou heel goed kunnen dat er veel meer talen zijn die net zo toon-en-klemtoon-loos zijn als het Ambonees Malies. Het Indonesisch bijvoorbeeld. Van heel veel talen is nooit precies gemeten wat ze op dit gebied doen. Hoe zeldzaam dit is moet dus nog blijken.

Deze ontdekking laat weer eens zien dat talen heel verschillend omgaan met de klankmogelijkheden die de menselijke spraak biedt. Er zijn toontalen met twee tonen, vier tonen, zes tonen, acht tonen (dat laatste is erg veel). Er is in Zuid-Afrika een taal die 120 medeklinkers heeft, en 20 klinkers (wat ongelófelijk veel is). In de Stille Oceaan is er een taal die genoeg heeft aan 7 medeklinkers en 5 klinkers (extreem weinig). Het mooie is: voor de communicatie maakt het allemaal weinig uit. De ene taal is niet minder goed verstaanbaar of minder goed te verwerken dan de andere taal.