Onderwijs

Het corps had geen ontgroening. Waarom kwam die terug?

In de jaren zeventig schaften studentenverenigingen de ontgroening af. En in de jaren tachtig begon het foeten weer. Nu is nog maar zes procent van de studenten lid.

Foto Olivier Middendorp

In 1971 werd ik lid van Vindicat, het Groningse studentencorps. Ik kwam uit Maastricht, kende niemand in Groningen, dat me gezelliger en minder kakkineus leek dan Leiden. Er was geen druk van huis uit, mijn ouders hadden niet aan de universiteit gestudeerd. Via een gezelligheidsvereniging hoopte ik vrienden te kunnen maken. Het corps vond ik toen the real thing met de meeste activiteiten. De corpsleden en de vele communistische studenten in het Groningen van toen waren het beste georganiseerd. Voordeel ten opzichte van een studievereniging is dat je bij een gezelligheidsvereniging studenten van alle studierichtingen tegenkwam en dat gaf een enorme rijkdom. Daar ben ik niet in teleurgesteld. Veel vrienden van indertijd zie ik nog steeds en die verkeren in andere kringen dan ik.

Het Vindicat was toen wel heel anders dan nu. De alternatieve jaren zestig waren eroverheen gegaan. De groentijd was in 1970 afgeschaft en vervangen door wat werd aangeduid als ,,kennismaking op voet van gelijkheid’’. Een gezellig kamp in het Friese Bakkeveen, leuke spelletjes en zogenoemde ,,corpsouders’’, een vader en een moeder, mentoren die lief over de aan hen toegewezen eerstejaars waakten. Sinds twee jaar was het corps gemengd geworden. Het politieke engagement was niet groot en bevond zich voor zover het er was aan de liberale kant, bij D66, de VVD en in mindere mate de PvdA.

Natuurlijk waren er toen wel uitgesproken bralberen met jasje-dasje die onaangenaam konden doen, maar ze domineerden niet. De sfeer was individualistisch en liberaal. Je kon je eigen kring opzoeken, jezelf ontplooien. Je leerde er besturen. Er waren veel zogenoemde subverenigingen die in die tijd ook steeds meer niet-corpsleden kregen. Toneelvereniging, zeilvereniging, roeivereniging, schaakvereniging, redactie van het corpsblad of van de jaarlijkse Almanak, noem maar op. Je leerde er ook een beetje besturen. In een literair dispuut onder leiding van een voormalig corpslid, een kenner, lazen we Simon Vestdijk, Thomas Mann en Gustave Flaubert in hun oorspronkelijke taal. Dat versta ik onder Bildung. Ja, en dan voelde ik me ook wel eens boven de massa verheven, een blaag.

Restauratie naar vroeger

Sindsdien hebben de studentenverenigingen een restauratie naar vroeger ondergaan. Het jasje-dasje is meer een uniform geworden en de groentijd op basis van ongelijkheid is weer in ere hersteld. Ook de andere studentenverenigingen zijn daarin mee gegaan. De groentijd van de katholieke vereniging Albertus Magnus doet niet voor die van het corps onder. De sfeer in het corps is platter dan toen, er is meer seksisme, van mannen, maar ook steeds meer van vrouwen. Mores, kleding, allerlei nieuw uitgevonden tradities worden strak gehandhaafd. Een strakke hiërarchie van wie populair is: jaarclub nummer 1, jaarclub nummer 2 etc.

Die orthodoxie past in de tijdgeest, waarin mensen hun identiteit willen rondbazuinen. Strakkere hoofddoeken voor moslimvrouwen, pakken en mantelpakken voor studenten. Landelijke bijeenkomsten van studentbestuurders met stilettohakken en tenue de ville met vest lijken soms wel shows van Zara en Suit supply. Daarbij zijn gezelligheidsverenigingen marginaal geworden: nog maar zes procent van de studenten is lid. Ze hebben meer haast met hun studie en worden vaak alleen lid van de studievereniging, beperkter in samenstelling maar met veel activiteiten.

Studenten moeten de vrijheid hebben om in hun vereniging te doen wat ze willen. Alternatieve experimenten: een niet-transparante club in een tijd dat alles en iedereen transparant moet zijn, seksisme als dat juist niet kan. Vrouwen zijn zelfstandig genoeg om te bepalen of ze daar lid van willen zijn. Net zomin als moslimvrouwen die hoofddoeken dragen, zijn vrouwelijke leden van corpora slachtoffer.

Wie moest kotsen, moest het met het eigen haar opvegen

Foto Olivier Middendorp

Foto Olivier Middendorp

Gevaarlijk psychologisch experiment

Maar in die groentijd schuilt een gevaar. Een student beschreef me hoe het er in de groentijd van Albertus Magnus in Groningen toegaat. De ergste beulen waren anoniem. Een groepje van vijf met snorren, baarden en make-up onherkenbaar gemaakte mannen en vrouwen. Dit doet me denken aan het sociaal-psychologische experiment van Philip Zimbardo van de universiteit van Stanford, waarbij studenten werden onderverdeeld in gevangenen en bewakers in een namaakgevangenis. De bewakers werden zo rolvast dat het al in zes dagen uit de hand liep en moest worden afgebroken. Bij herhaling van het experiment door de BBC liep het weer mis.

En ook bij de groentijd lopen er zaken mis ondanks allerlei regels. Veel blijft geheim, dat hoort erbij, behalve als er doden vallen. Dat geldt voor veel meer gezelligheidsverenigingen, Albertus is een toevallig voorbeeld. De groentijd gaat van 8 uur ’s morgens tot 1 uur ’s nachts door. Niet douchen, niet tandenpoetsen. Veel studenten komen niet aan de verplichte zes uur slaap toe. Bij Albertus werd soms geslagen met wandelstokken en met jassen. Nuldejaars moesten binnen een uur een bord leegeten. Als dat niet lukte, werden ze met het hoofd in het eten gewreven. Wie moest kotsen, moest het met het eigen haar opvegen. Daar zijn ook wel foto’s van gepubliceerd. Toen iemand tegen de instructies in een mobiele telefoon had meegebracht, werd een medestudente gedwongen om die telefoon kapot te gooien. Het ergste is dan de schaamte achteraf van die studente dat ze aan zoiets heeft meegedaan. Misschien dat ze zich volgende keer wel zal verzetten.

Wat was het beschaafd in mijn studententijd.

Een Zimbardo-experiment mag een ontgroening nooit worden. Dan moet worden ingegrepen. Een anoniem groepje beulen lijkt me een slecht idee. Een universitair bestuur kan afzien van subsidie voor wat het niet aanstaat. Niet elke activiteit behoeft subsidie. Toch moeten het bestuur en zeker de politiek hun bemoeienis zoveel mogelijk beperken. Studenten moeten in staat blijven om met antimaatschappelijk kattenkwaad te experimenteren.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.