FARC vraagt vergeving voor groot bloedbad in vissersdorp

“Het was nooit onze bedoeling zulke verschrikkelijke schade aan te richten”, zei onderhandelaar Marquez van de FARC.

Onderhandelaar Sergio Jaramillo (staand) houdt een toespraak in Bojayá. Rechts zit rebellenleider Ivan Marquez. Foto Reuters

Guerrillabeweging FARC heeft donderdagnacht om vergeving gevraagd voor het bloedbad in Bojayá in 2002, een van de ergste massamoorden in de geschiedenis van Colombia. Hoofdonderhandelaar Ivan Marquez van de groepering bezocht het vissersdorpje en bood de nabestaanden en andere inwoners een zwart, houten Christusbeeld aan, zo schrijven Colombiaanse kranten.

Lees de reportage die NRC in 2002 maakte na het bloedbad in Bojayá.

“Het was nooit onze bedoeling zulke verschrikkelijke schade aan te richten”, zei Marquez in een toespraak. De rebellenleider, die namens de FARC met de regering onderhandelde over vrede, vroeg de toeschouwers vervolgens om “spirituele verlichting” om het pad te kunnen inslaan “waarnaar in elke hoek van Colombia werd gehunkerd”.

Zeker tachtig burgerdoden

Het bloedbad in Bojayá vond plaats in mei 2002, toen rebellen van de FARC in gevecht raakten met paramilitairen. Die hielden zich op rond een kerk, waarin op dat moment ook meer dan honderd burgers beschutting zochten. Om de paramilitairen te verdrijven schoten de guerrilla’s een bom af op de kerk, waardoor zeker tachtig burgers omkwamen.

Op weg naar vrede of naar straffeloosheid? De analyse die buitenlandredacteur Floor Boon schreef over de vredesdeal.

Eerder deze week beloofde de FARC de wapens neer te leggen nadat – na lang onderhandelen – een vredesakkoord met de Colombiaanse regering werd bereikt. De strijd tussen beide partijen duurde al 52 jaar en was daarmee het oudste nog lopende conflict op het Westelijk halfrond. Naar schatting kostte de burgeroorlog aan 220.000 Colombianen het leven.