Opinie

Europa moet worden herstart. Maar Nederland wacht mistroostig af

Nederland ondergaat de afkalving van Europa te zeer in lijdzaamheid. Een pleister hier, een kram daar, constateert Ben Knapen. Maar wij kunnen ons geen time-out veroorloven. „We zijn Zwitserland niet.”

Vluchtelingen op de grens tussen Hongarije en Servië, foto AFP

De Europese Unie verglijdt. Ogenschijnlijk draait de machinerie van de Brusselse instellingen als vanouds en in sommige delen ook nog onverstoorbaar – zoals bij de afdeling Mededinging waar commissaris Vestager belastingontwijkende multinationals doet huiveren. Maar op een aantal belangrijke terreinen zijn verbrokkeling en gezagsverlies onder een dun laagje routine overal grijpbaar.

Zo is het stabiliteitspact, dat de deugdelijkheid van de euro moet garanderen, een wassen neus geworden. Frankrijk heeft zich er bijna nooit aan gehouden. Boetes hoeft het land er niet voor te verwachten. Inmiddels mochten ook de overtreders Spanje en Portugal wederom zonder bekeuring de maximumsnelheid blijven overtreden. De Nederlandse eurogroepvoorzitter Dijsselbloem sloeg tandenknarsend gade hoe de commissie, dit keer nota bene aangemoedigd door de Duitse minister van Financiën Wolfgangs Schäuble, het Iberische schiereiland vrijuit liet gaan.

Die aanmoediging van Schäuble – hoezeer ook tegen zijn eigen opvattingen in – is alleszins begrijpelijk: Duitsland wil in die landen de anti-Europese sentimenten niet verder provoceren, laat staan, zichzelf verder profileren als de machtige boeman van Europa.

Herverdeling van vluchtelingen

Dan is er de vluchtelingencrisis van vorig jaar. Die heeft diepe verdeeldheid in de Unie blootgelegd en die is niet verdwenen. De herverdeling van vluchtelingen over Europa is mislukt. Een aantal Midden-Europese landen lapt de besluiten hierover van de Europese Raad aan zijn laars. Premier Orban laat in Hongarije zondag per referendum deze politiek bevestigen. Een referendum dus om een EU-verplichting aan de laars te lappen.

De Duitse regering accepteert inmiddels dat het zo loopt en wil zich niet profileren als de machtige boeman tegen Midden-Europa. Alleszins begrijpelijk.

Een van de onbetwiste bevoegdheden van de Europese Unie volgens het Verdrag van Lissabon was internationale handel. De EU was een groot, collectief en machtig handelsblok. Kort voor de zomervakantie streek de Europese Commissie echter de vlag. Het handelsverdrag met Canada, zo werd bepaald, zal niet alleen door de drie Europese instellingen (Commissie, Raad, Parlement) maar ook door alle individuele lidstaten en hun parlementen moeten worden goedgekeurd.

Het besluit van de Commissie was ook hier alleszins begrijpelijk, want de druk uit diverse lidstaten om meer greep te krijgen op zulke verdragen was groot en de sfeer is er niet naar om die druk lang te weerstaan. Maar feit is wel dat een aloude EU-kerncompetentie bezig is te verdampen.

Dan is er de lange nasleep van de financiële crisis. Vanaf 2010 is in enkele jaren tijd op wonderbaarlijke wijze een reeks noodverbanden gelegd om een herhaling van zo’n bijna meltdown in de eurozone te voorkomen. Maar het was plak- en knipwerk, kwetsbaar en tijdelijk, in afwachting van een hechter verdrag. Er wordt nu gewerkt aan een bankenunie. Maar die unie is onaf en zelf uiterst kwetsbaar. Als de Italiaanse regering maatregelen gaat nemen die eigenlijk niet kloppen, dan zal Duitsland uiteindelijk slikken, want het wil niet het populisme in Italië voeden en tegelijk zelf als boze boeman van Europa optreden.

En opnieuw: Alleszins begrijpelijk.

ECB

Ondertussen pompt een andere Europese instelling, de ECB, elke maand meer dan 60 miljard euro in het systeem om dreigende deflatie te bestrijden en landen met grote staatsschulden te ontlasten. Niemand had zich ook maar een seconde zoiets kunnen voorstellen, toen de euro werd opgericht.

Het is een ongekend experiment, het gaat ten diepste tegen Duitse opvattingen over prudent beheer in, niemand weet hoe straks de remweg van deze geldlawine eruit zal zien. Maar Duitsland (en Nederland) wordt in de ECB inmiddels overstemd en het kan weinig anders doen dan tandenknarsend toekijken, wil het niet het hele euro-systeem opblazen.

Wederom, alleszins begrijpelijk.

De optelsom is er een van ernstig verlies aan gezag, relevantie en geloofwaardigheid. Tot overmaat van ramp hebben dan de Britten een einde gemaakt aan de constructieve illusie dat je weliswaar in Europa hard met deuren kunt slaan, maar uiteindelijk altijd moet terugkeren. Dat is voorbij. Dat maakt ook de flirts van landen als Hongarije en Polen met autoritaire en populistische bestuursmodellen zo riskant: de Brexit heeft het gezag tot handelen van de Europese Unie ernstig in diskrediet gebracht en ondermijnt ook de mogelijkheden om rechtsstatelijkheid af te dwingen. ‘Brussel’ kan simpelweg weinig meer afdwingen, want lidstaten doen daar niet meer aan mee. Rechts-populistische partijen die schreeuwen om ‘minder Europa’ worden al veel meer op hun wenken bediend dan voor de bruikbaarheid van hun slogans eigenlijk goed is.

Wat te doen?

Feit blijft dat de bedreigingen van buitenaf schreeuwen om een sterker Europa. Voor Duitsland alleen of voor Frankrijk alleen zijn die te groot en te veelzijdig om in Alleingang het hoofd te kunnen bieden. De vertrouwde beschermengel Amerika is druk met andere dingen. Hoe de verkiezingen in Amerika ook aflopen, Europeanen zullen aanzienlijk meer voor zichzelf moeten zorgen.

Feit blijft ook dat de twee kernlanden van Europa elk op eigen houtje geen vuist in de wereldeconomie kunnen maken.

Feit blijft tenslotte dat ze aan elkaar geklonken zitten in de euro, die tot nader order niet zonder hoge wrijvingskosten kan worden verbouwd.

Leiderschap

Primair blijven Frankrijk en Duitsland daarmee op elkaar aangewezen. Dat is moeilijk genoeg, want de twee landen zijn behoorlijk uit elkaar gegroeid. Duitsland is slechts uiterst schoorvoetend tot leiderschap in Europa te bewegen, zeker op militair gebied. Frankrijk worstelt nog altijd met de nieuwe economische werkelijkheden in de wereld – Franse stakers denken nog altijd de globalisering naar hun Franse hand te kunnen zetten.

Toch moet het van deze twee landen komen. En het zal van onderop moeten worden opgebouwd. Defensie, buitenlands beleid, immigratie, grensbewaking – het zijn onderwerpen die om tempo schreeuwen en in kleinere kring van kernlanden kunnen worden aangepakt. Als een informelere Unie binnen de Unie.

Hachelijker is het bij bestaande Unie-competenties, zoals handel, vrije personenverkeer, de euro, waar lidstaten elkaar eerder gijzelen dan samen iets opbouwen.

Een grondige verbouwing van de muntunie bijvoorbeeld is moeilijk voorstelbaar bij afwezigheid van een urgente crisis.

Denkbaar is dat er helemaal geen regie is en dat er gewoonweg een keer iets grondig misgaat – met de euro, met verkiezingen ergens, met een paar banken, met vluchtelingen, met een referendum, met Trump, met een recessie. De verhoudingen zijn simpelweg te labiel om geen rekening te houden met wat hoogleraar Luuk van Middelaar in zijn oratie „gebeurtenissenpolitiek” noemt. Het bouwwerk om zoiets te weerstaan, is inmiddels veel brozer dan de façade suggereert.

Grondige herstart

Een ramp hoeft dat niet te zijn, maar dan wel op de uitdrukkelijke voorwaarde dat er op zo’n moment voldoende lidstaten zijn die een crisis aangrijpen voor een grondige herstart. Voldoende lidstaten die weten wat er moet gebeuren en dus de ruimte tot handelen grijpen in plaats van verkrampt in de koplampen te staren.

Daarover nadenken is gewenst en ook ons land zou daar best wat denkkracht in mogen steken in plaats van een beetje mistroostig te wachten op dingen die kunnen komen. Want hoe het ook zij, een kleinere kern van gelijkgezinde landen zal uiteindelijk het voortouw moeten nemen om Europese waarden en belangen in het nieuwe tijdsgewricht te borgen. Ons land hoort bij zo’n kern. Geografie, economie en geschiedenis verbieden een time-out. Wij zijn Zwitserland niet.

Ons land ondergaat nu het Europese afkalvingsproces te zeer in lijdzaamheid. Te verdeeld als we ook intern zijn over Europa, proberen we op dagbasis voorliggende Brusselse sores aan te pakken. Een pleister hier, een kram daar. Dat is pragmatisch, en ook nodig, maar er schijnt zelfs enige heroïek te schuilen in het afzweren van visies. Dit verhult tegelijk ook dat we niet meer in staat zijn om aan een reconstructie van Europa bij te dragen, dat we slaapwandelen.

Ondertussen hebben ook wij een Europees politiek centrum nodig dat macht heeft, dat voor onze veiligheid en onze waarden zorgt.

Verkiezingstijd nadert, ook hier. Partijen zullen elkaar overschreeuwen met slogans als ‘minder Europa’, of ‘een Europa dat werkt’. In werkelijkheid dobberen we aldus een beetje met de stroom mee. Tot het moment van de reconstructie daar is – goedschiks of kwaadschiks – en iedereen wild om zich heen gaat slaan, omdat niemand weet wat ook alweer de bedoeling was.