Column

Vijf tips voor het werken in teamverband

Achterover vallen in de armen van collega’s. Levende piramides construeren. Mij heb je er niet mee. Alleen al van het woord teambuilding krijg ik uitslag. Toch loont het om te leren hoe je positief kunt samenwerken.

Werken in teams is ingewikkeld. Samen een werkstuk schrijven tijdens de studie. Met collega’s een project verzinnen en uitvoeren. Wat inspirerend moet zijn, verwordt vaak tot teleurstelling.

Geen wonder dat De vijf frustraties van teamwerk al meer dan tien jaar het populairste boek is over samenwerking. Van adviseur en schrijver Patrick Lencioni hoeven we gelukkig geen vlotten te bouwen. Volgens hem draait teamwerk vooral om het herkennen en oplossen van vijf veel voorkomende knelpunten.

1. De eerste en meest basale bron van ellende is gebrek aan vertrouwen. De symptomen: mensen verbergen hun zwakheden en fouten, ze vragen niet om hulp of feedback en ze vermijden meetings en tijd samen. Volgens Lencioni ontwikkel je vertrouwen door open te zijn over wat je bezighoudt. Op het werk en thuis. En teamleiders moeten hierin het voortouw nemen.

2. Tweede frustratie: angst voor confrontaties. Tijdens de vergaderingen doet iedereen poeslief, maar in de wandelgangen wordt volop geroddeld en politiek bedreven. De remedie: open discussie en debat tijdens vergaderingen aanmoedigen. Bijvoorbeeld door een roulerende ‘chef confrontatie’ aan te stellen.

3. Derde probleem: gebrek aan betrokkenheid. Er wordt veel geanalyseerd en gekletst, maar er worden geen knopen doorgehakt. Wat doe je eraan? Heldere doelen formuleren, een prioriteitenlijst opstellen, duidelijke werkafspraken maken. En afspreken: als we samen een besluit nemen, dan houdt iedereen zich eraan. De leider voorop.

4. Vierde struikelblok: het mijden van verantwoordelijkheid. In sommige teams is ‘sorry’ het meest gebruikte woord en worden verplichtingen keer op keer niet nagekomen. Oplossingen? Maak de doelen en afspraken zichtbaar voor iedereen. Bespreek regelmatig de voortgang. En laat als manager de mensen die niet leveren meteen een-op-een weten dat het beter moet. Overigens zonder papierwerk of bureaucratie, waarschuwt Lencioni. Dat maakt het nodeloos ingewikkeld en zwaar.

5. Vijfde knelpunt: geen aandacht voor resultaten. Mensen geven wel om de sfeer of hun eigen loopbaan, maar niet om de gezamenlijke prestaties. Een teamleider moet volgens Lencioni blijven hameren op de doelen en – sociaal en materieel – alleen belonen wat daaraan bijdraagt.

Het begint dus met vertrouwen. Die stap kun je niet overslaan. En volgens Lencioni is er pas vertrouwen wanneer je emotionally butt naked met elkaar kunt verkeren. Je moet je dus echt durven blootgeven bij je collega’s.

Ik vind dat geen fijn idee. Maar ik begrijp het wel. Te vaak heb ik in groepen gewerkt waar mensen nooit het achterste van hun tong lieten zien. Waar tijdens vergaderingen flipoverbladen werden gevuld met goede voornemens, terwijl iedereen al lang wist dat die vellen straks opgerold onder het stof zouden eindigen, bovenop zo’n stalen archiefkast. Teams waarin iedereen braaf zijn rol speelt, totdat het eindelijk vijf uur is en het echte leven begint. Een leven van stille wanhoop en beschaafde frustratie.

Tja. Dan maar liever bloot en bevlogen. En af en toe bedrogen uitkomen.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.