Recensie

Eindelijk ontsnapt aan de hut van oom Tom

Het ‘hele’ Amerikaanse verhaal

De geschiedenis van zwart Amerika mag dan vorige week met een museum in Washington zijn geïnstitutionaliseerd, in de praktijk is er nog weinig sprake van begrip. Twee romans en een essaybundel tonen de desillusie.

Illustratie Anne van Wieren

‘Hoewel het verhaal over hoe we geleden hebben, over hoe we ons opgericht hebben en hoe we kunnen triomferen nooit nieuw is, moet het altijd gehoord worden,’ citeerde president Obama schrijver James Baldwin, vorige week bij de opening van het African American History Museum op The Mall in Washington. Obama vervolgde: ‘En vandaag verzamelen we ons hier, zoals zoveel generaties voor ons gedaan hebben, op de National Mall om een wezenlijk deel van het Amerikaanse verhaal te vertellen – een verhaal dat vaak is verzwegen – en we doen dat niet alleen vandaag, maar voor altijd.’

3009CUL Cole

Ondertussen was een dag voor de opening in Charlotte, North Carolina, de noodtoestand uitgeroepen, om het geweld in te tomen dat ontstond bij demonstraties tegen politiegeweld naar zwarte burgers. En de om zijn factchecks vermaarde site Snopes.com behandelde deze week de vraag of Ierse slaven slechter af waren in Amerika dan zij die in Afrika gevangen waren genomen (half waar, was de uitkomst).

Terwijl enerzijds de segregatie bijna elke week pijnlijk over het voetlicht komt, omarmen we de artiesten en schrijvers die dat verhaal van de segregatie vertellen, ongeacht of dit nu Beyoncé of Ta-Nehisi Coates is. Deze zomer brak bijvoorbeeld ineens de auteur Colson Whitehead door, met zijn roman The Underground Railroad, een Amerikaanse sage over slavernij. Terwijl Whitehead al heel veel goede boeken schreef, waarin vaker het identiteitsvraagstuk aan de orde kwam, werd hij met dit boek opeens door heel Amerika bejubeld. Oprah Winfrey verkoos het tot ‘leesclubboek’ en ook de president liet weten er verrukt van te zijn. Opvallend is dat Whitehead geen klassieke slavernijroman schreef, maar eerder een breed opgezette roadnovel – al ligt die weg in de roman deels onder de grond.

Deze zomer verscheen nog een opvallende slavernijroman: Homegoing, het debuut van Yaa Gyasi. Zij vertelt twee verhalen: dat van de slaaf in Amerika en dat van de slavenhandelaar in Ghana. Dit is niet alleen het verhaal van de slachtoffers dus, maar ook van de daders. Dat er meer aandacht is voor deze kant van de Amerikaanse geschiedenis dan enkele jaren geleden is evident. Is de tijd rijp voor boeken die verder gaan dan het bevrijdingsverhaal, of wordt er ook op een andere manier gelezen?

De klassiekers vertellen vaak een nadrukkelijk geëngageerd verhaal, al doen ze dat op zeer uiteenlopende manieren. Het beroemdste boek is het afschuwelijk stichtelijke De hut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe. Het is nog steeds de titel die altijd wordt genoemd om te bewijzen dat literair engagement tot maatschappelijke veranderingen kan leiden en hoe een blanke vrouw onrechtvaardigheid kan laten doordringen bij een groter publiek. En dat terwijl in datzelfde jaar (1853) het indringende 12 Years a Slave verscheen, dat ruim anderhalve eeuw op herwaardering moest wachten (de aandacht kwam pas na schitterende verfilming door Steve McQueen). Dit autobiografische verhaal van Solomon Northrup was niet uniek: er verschenen meer slave narratives in het midden van de 19de eeuw, maar die konden geen maatschappelijke potten breken.

3009cul Gyasi

In de 20ste eeuw verschenen er verschillende boeken die als een breekijzer voor het bewustzijn fungeerden, zoals Beloved (1987) van Toni Morrison en March (2005) van Geraldine Brooks. Alex Haley wist met Roots (1976) veel mensen te bereiken, vooral omdat het boek de basis werd van een tv-serie. Maar het lijkt alsof pas vanaf de 21ste eeuw de toon is veranderd. Er komt meer ruimte voor de veelzijdigheid. Soms leidt dat tot controverse, zoals naar aanleiding van The Known World (2004) van Edward P. Jones, over zwarte slavenhouders. Bij Gyasi roept dat gegeven van de zwarte slavenhandelaar geen controverse meer op, maar in kritieken wordt er wel nog op gewezen.

Whitehead ridiculiseert niet alleen het christelijke masker dat voor zogenaamde ontwikkeling moest zorgen, maar geeft in The Underground Railroad zowel ruimte aan de hardheid en onverschilligheid die tussen slaven onderling bestond, als aan de overweldigende desillusie wanneer de zogenaamde vrijheid is bereikt. Die ruimte voor desillusie en zwartgalligheid maken beide romans vanuit literair oogpunt een stuk interessanter dan die met de nadrukkelijke boodschap.

In Homegoing voert Gyasi een leraar op die zijn leerlingen op het hart drukt bij elke geschiedenis je niet af te vragen wat er verteld wordt, maar juist wat er niet verteld wordt. ‘Welke stem werd onderdrukt, zodat deze stem naar boven kwam? Als je daarachter bent, weet je naar welk verzwegen verhaal je op zoek moet.’ Om gehoor te geven aan die gedachte wordt Homegoing vanuit verschillende generaties verteld, om zo te tonen wat de gevolgen zijn van slavernij op de direct betrokkenen en de nazaten van enerzijds de slaven, en anderzijds de slavenhandelaren.

De hele geschiedenis begint halverwege de 18de eeuw wanneer een moeder bij een brand haar dochter achterlaat. Ze begint elders een nieuw leven en krijgt opnieuw een dochter. De eerste dochter heeft de brand echter overleefd. En zo ontstaan er twee verhalen: de dochter die de brand overleefde wordt verkocht en leeft niet erg lang op een katoenplantage, de ander trouwt met een Britse slavenhandelaar. We volgen beide families tot aan het heden, waarbij ondertussen de familie van de slavenhandelaren in de voorlaatste generatie ook de tocht naar de VS heeft gemaakt, zij het nu per vliegtuig.

Homegoing is enerzijds een mooi antwoord op historici die de stelling aanhangen dat het economisch voordeliger was om slaaf te zijn, omdat je op het Afrikaanse continent slechter af was. Wie Gyasi leest, ziet bevestigd dat dergelijke argumenten geen hout snijden en vooral ook geen recht doen aan de discussie die speelt wanneer het gaat om de gevolgen van slavernij.

Ook bij Gyasi is er veel ontsporing tot en met een voorlaatste generatie van de ‘slavenkant’ waar het personage Sonny in Harlem terechtkomt. Hij heeft drie kinderen bij drie verschillende vrouwen. Wanneer hij niet in de gevangenis zit, is hij als verslaafde op zoek naar geld. Je kan dat afdoen als een vergezocht excuus voor slavernij, bij Gyasi is het verband echter behoorlijk geloofwaardig.

Haar debuut, dat niet alleen opviel omdat er een flink voorschot voor was betaald, werd ook opgemerkt omdat er een belangrijke rol is weggelegd voor de Ashanti en de Fanti in het huidige Ghana bij het vangen en verkopen van potentiële slaven en de samenwerking met de Britten en de Nederlanders. Het is een deel van de geschiedenis waar in romans doorgaans minder aandacht voor is. Het is jammer dat Gyasi een zwarte steen, alsook de initiatiesymbolen van water, vuur en aarde erg nadrukkelijk laat terugkeren. Het slot is mierzoet, waardoor het geheel niet beklijft.

De roman die wel beklijft is The Underground Railroad van Colson Whitehead. De titel verwijst naar de route die ondergronds was aangelegd om slaven te laten ontsnappen vanuit het zuiden naar het noorden van Amerika waar ze vrij konden leven. Bij Whitehead ondernemen Cora en Caesar die tocht vanaf de katoenplantages in Georgia. Ook dit ingenieuze verhaal wordt verteld vanuit meer perspectieven, maar het draait vooral om Cora en om de poging de identiteit uit iemand te rammen om ervoor te zorgen dat sommige verhalen ‘niet verteld’ kunnen worden: ‘De woorden die van de andere kant van de oceaan kwamen, werden keer op keer uit hem geslagen. Om het eenvoudig te houden, om identiteiten uit te wissen, om opstand te smoren.’

Whitehead vertelt een gecompliceerder verhaal dan Gyasi, niet alleen over de manier waarop slaven met elkaar omgingen, maar ook over de christelijke mentaliteit van de abolitionisten en de white trash die als vermaak op de zaterdagavond graag zwarten ophangt of stenigt. Dat laatste levert passages op die zodanig zijn opgeschreven dat je maag omdraait – zonder dat het hier om effectbejag gaat.

Cora vlucht van staat naar staat, achternagezeten door slavenvangers, tot ze uiteindelijk ook in het noorden tegen de grenzen van de ‘American Dream’ aanloopt . Het is virtuoos gedaan en het maakt The Underground Railroad tot een overweldigende roman, zowel literair als politiek.

3009cul whitehead

Met de literaire verwerking van de zwarte geschiedenis gaat het sneller dan met de maatschappelijke werkelijkheid, stelt Teju Cole somber vast in recent een essay over James Baldwin in Vertrouwde en vreemde dingen. ‘Het leven van een zwarte Amerikaan is vanuit het oogpunt van de politie, de rechterlijke macht, het economische beleid en talloze vreselijke vormen van onachtzaamheid nog steeds niets waard.’ Cole wil dolgraag de somberheid relativeren van Baldwin, die volgens Cole leed aan ‘zelfverloochening’. Hij baseert dat idee op een zestig jaar oud essay waarin Baldwin schrijft dat de racisten in een Zwitsers dorp waar hij verblijft dichterbij de cultuur van Bach, Rembrandt en Michelangelo staan dan hij. ‘Ik zou er tevergeefs voorgoed op zoek kunnen gaan naar enige weerspiegeling van mijzelf. Ik was een indringer; dit was niet mijn erfenis’, aldus Baldwin. Cole constateert dat hij de droefheid van Baldwin deelt, maar niet diens zelfverloochening.

Cole, die vier jaar geleden indruk maakte met de roman Open City, moet niets hebben van het idee dat sommige kunst door je afkomst onbereikbaar zou zijn. Dat moet hij al zijn hele carrière al niet, en dus evenmin in deze intelligente essaybundel vol zwarte, witte, of ‘wereld’-kunst, muziek en literatuur. Een idee dat hij ook deelt met Colson Whitehead. Maar tegen zijn zin realiseert Cole zich dat hij daarmee een bevoorrechte positie inneemt en dat het engagement van Baldwin relevanter is dan ooit. We kunnen wel doen alsof de American Dream is voltooid, maar racisme is ook anno 2016 een deel van de zwarte ervaring. Als zwarte auteur of artiest heb je daar steeds nadrukkelijker verantwoording voor af te leggen. Cole ziet dat terug bij Beyoncé, die hij per toeval hoort wanneer hij in Zwitserland is. Beyoncé profileert zich steeds meer als de vaandeldrager van het zwarte verhaal, met haar verwijzingen naar Malcom X, Black Panthers en Black Lives Matter. Ze realiseert zich de verantwoordelijkheid die ze met haar positie heeft meegekregen.

En dat is iets wat de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe niet deed, schrijft Cole enigszins verwijtend. In een prachtige kruising tussen anekdote, essay en een interview met V.S. Naipaul, bedenkt hij dat Achebe met Things Fall Apart weliswaar het belangrijkste Nigeriaanse verhaal schreef, maar nooit zou schrijven over zijn tijd in Amerika. Hij werkte daar als gelauwerd schrijver en had misschien wel een blinde vlek voor Amerikaans racisme, suggereert Cole.

Dat die blinde vlek zijn grote angst is, blijkt uit de epiloog van Vertrouwde en vreemde dingen: een persoonlijk verhaal over de problemen die hij had met zijn ogen, de moeizame tocht naar de juiste arts en het ziekenhuis waar ze wisten wat ze moesten doen. Maar ook: de wetenschap dat die blinde vlek op elk moment kan toeslaan: ‘ik verwacht dat het opnieuw zal gebeuren, en opnieuw, totdat het plaatsmaakt voor iets ergers, zoals staat geschreven’. De blinde vlek op zijn netvlies krijgt bij Cole een apocalyptische waarschuwing waar ook Gyasi en Whitehead op wijzen in hun romans: wees bewust van wat je niet ziet, van het verhaal dat we niet te horen krijgen, anders gaat het mis.