De huurmoordenaar staat voor u klaar

Rechtbank

Justitie eist hoge straffen voor „gewetenloze criminelen” die liquidaties zouden hebben voorbereid. Hoe bewijs je iets wat niet is gebeurd?

Tekening Aloys Oosterwijk/ANP

Ze kijken en luisteren aandachtig, de zes verdachten die in de Amsterdamse rechtszaal zijn verschenen. Deze dag begint het Openbaar Ministerie (OM) met een audiovisuele presentatie van een uur van het bewijsmateriaal dat de recherche in de strafzaak 26Koper verzamelde.

De zes zien beelden die twee verdachten zelf maakten van potentiële slachtoffers: „Zoom in op die kankerkop”. Ze horen een automatisch geweer dat wordt afgeschoten in de polder en zien hoe twee van hen soortgelijke geweren opslaan in een kluis. Het ongemak neemt zichtbaar toe als twee verdachten praten over die ene vraag: hoeveel is een liquidatie waard? „Hitman at your service”, zegt een van de mannen tot besluit. Huurmoordenaar, tot uw dienst.

Justitie kwalificeert de tien verdachten in deze zaak als „gewetenloze criminelen”. Mannen die voor „geld en aanzien” bereid zijn alles te doen, ook moorden. Maar gedurende het onderzoek is niemand vermoord. Er zijn wel vermoedens voor betrokkenheid van enkele verdachten bij twee moorden in 2014, maar daarvoor is onvoldoende bewijs. Er zijn ook twee mannen uit het criminele milieu geliquideerd die door de verdachten zijn gevolgd, maar die moorden zijn gepleegd in 2016, ruim nadat de verdachten zijn aangehouden.

Wat volgens het OM overblijft, is het vermoeden dat vijf verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan voorbereiding van moord. Dat is strafbaar, ook als de moord niet is uitgevoerd. Maar hoe bewijs je een misdaad die niet is gepleegd? Dat is moeilijk, zeker als er geen getuigen zijn die daarover vertellen en de verdachten zelf zwijgen. Dat gebeurde ook in deze zaak; in de rechtszaal was zwijgrecht het woord dat de verdachten het meest gebruikten.

Uitruksets

Volgens officieren van justitie Henk Mous en Koos Plooij heeft het recherche-onderzoek een grote hoeveelheid bewijsmateriaal opgeleverd dat duidt op de voorbereiding van vermoedelijk meerdere liquidaties. Er zijn gestolen auto’s gevonden, supersnelle, met een fles benzine waarmee je ze in brand kan steken. Er zijn bakens gevonden om auto’s op afstand te volgen, en beeldmateriaal van mannen uit het drugsmilieu. Het meest opmerkelijk in de ogen van justitie: „Uitruksets”. Speciaal geprepareerde tassen met daarin wapens, geluiddempers, munitie, kogelvrije vesten en handschoenen – klaar voor gebruik. In de audiovisuele presentatie wordt het verband tussen die spullen en de verdachten geschetst. Belangrijk bewijs is ook een gevonden boekhouding, waarin inkomsten en uitgaven van de groep zijn bijgehouden.

De hoeveelheid bewijsmateriaal is al met al overweldigend. De verdachten hebben er niet of nauwelijks uitleg voor gegeven. Volgens justitie waren ze lid van een criminele organisatie die wapens voorhanden had – er werden er bijna honderd gevonden. Die claim zal voor de meeste verdachten moeilijk te bestrijden zijn, is de verwachting.

Maar is het bewijsmateriaal óók genoeg om de vijf hoofdverdachten veroordeeld te krijgen voor de voorbereiding van meerdere moorden die niet zijn gepleegd? Dat de verdachten de beschikking hadden over wapens en andere spullen die nodig zijn om een liquidatie te plegen, is daarvoor niet genoeg.

Intentie en opzet

Justitie moet ook bewijzen dat ze de intentie en de opzet hadden om die wapens daadwerkelijk te gebruiken. Daarvoor wijzen de officieren er bijvoorbeeld op dat er planmatig is gewerkt door filmbeelden te maken van potentiële slachtoffers en hen te volgen met bakens.

Ook het voorhanden hebben van de ‘uitruksets’ duidt op planning en intentie, vindt het OM. Zeker in combinatie met afgeluisterde gesprekken waarin wordt gesproken over schieten en de prijs voor een moord. De woorden „hitman at your service” van een van de verdachten waren volgens justitie zeker geen grootspraak.

Of de rechtbank deze redenering overneemt, hangt deels af van de pleidooien van de advocaten van de verdachten. Voor hen is het zaak de komende weken duidelijk te maken dat de verdachten niet van plan waren om die opmerkelijke verzameling spullen te gebruiken voor een liquidatie. Als dat lukt, zullen de straffen aanzienlijk lager uitvallen dan de 14 tot 17 jaar celstraf die nu tegen de vijf hoofdverdachten is geëist.

En dat is niet alleen voor deze verdachten van belang. Justitie wees er fijntjes op dat de opdrachtgevers van het ‘uitzendbureau voor de onderwereld’ niet zijn gevonden, terwijl in een aantal andere onderzoeken naarstig naar hen wordt gezocht. Die opdrachtgevers zijn er volgens justitie verantwoordelijk voor dat conflicten in de onderwereld worden beslecht met grof geweld en groot risico voor de samenleving. De kans dat een van de verdachten gaat praten over die opdrachtgevers, zo is de redenering, wordt groter naarmate de straffen hoger uitvallen.