Cultuur

Interview

Interview

Foto Bobby Yip, REUTERS

‘De euro is het probleem van Europa’

Interview Joseph Stiglitz

De Amerikaanse Nobelprijswinnaar en voormalig adviseur van de Griekse regering schreef een somber boek over de euro. Het is óf dramatisch hervormen óf ontmantelen.

Het was wel even slikken voor Joseph Stiglitz, vertelt hij. Recent verkondigde de nationalistische Franse politica Marine Le Pen met Stiglitz’ nieuwste boek in de hand dat de Nobelprijswinnaar het met haar eens is in haar kritiek op de euro. Dat was voor Stiglitz vooral slikken, omdat ze gelijk had.

„Mensen met totaal andere politieke motieven kunnen soms tot dezelfde beleidsoplossingen komen”, zegt Stiglitz in het Amsterdamse hotel waar hij dit weekend logeert vanwege de publicatie van de Nederlandse vertaling van zijn boek De Euro. Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt. Ook ging hij vrijdagavond in debat met eurogroepvoorzitter en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA).

„Het grootste probleem van Europa is de euro”, zegt hij. „ Europeanen moeten wakker worden uit de fantasie dat het op deze manier verder kan gaan, want dat kan niet en als dat wel gebeurt zal het tot enorme problemen leiden.” Volgens hem zijn er maar twee reële opties: óf de eurozone gaat schulden van landen onderling verdelen en veel nauwer samenwerken, óf de muntunie moet worden ontmanteld.

De hoogleraar economie van de Amerikaanse Columbia University hangt een beetje in zijn stoel, smakt hard als hij zijn koekje bij de koffie opeet en praat door een jetlag met een nog wat sterker dan gebruikelijk New Yorks accent. Zijn uiterlijke nonchalance vormt een contrast met zijn harde boodschap.

In zijn boek krijgen „bezuinigingsfetisjisten en vrijemarktfundamentalisten” er flink van langs. Volgens Stiglitz, die als links bekend staat en tijdens de eurocrisis de Griekse regering adviseerde, heeft de Europese reactie op de problemen na 2008 fundamentele fouten in de muntunie blootgelegd en verergerd.

Russisch roulette

De timing van Stiglitz’ betoog lijkt wat vreemd, aangezien het nu juist economisch een stuk beter gaat in veel Europese landen. „Maar dit is zeer urgent. Europa blijft structureel achter. Europa zoekt constant het randje van de afgrond op. Je weet nooit wanneer je precies over de rand gaat, maar je zou niet de hele tijd maar weer Russisch roulette moeten willen spelen. En dat is precies wat er gebeurt.”

Hij wijst op de onvrede die bij het Britse referendum over uitreding uit de Europese Unie bleek, en op het naderende Italiaanse referendum over politieke hervormingen. Ook die volksraadpleging in december dreigt uit te lopen op een stemming over onvrede over Europa.

„En dan is er ook nog steeds de Griekse crisis: die hebben jullie niet opgelost. Jullie hebben gewoon de volgende dosis bezuinigingen opgelegd, die de eerste keren ook al niet werkten. Die voedden toen alleen maar de politieke onvrede en de economische depressie in dat land. Dan zal de volgende dosis dat ook doen.”

Volgens Stiglitz is dit het recept voor een ramp. „Financiële markten en analisten voorspellen dat de kans groter is dan 50 procent dat Griekenland binnen drie jaar de euro verlaat. Dus dat laat wel zien dat het probleem vrijwel zeker niet is opgelost.

„De crisis komt terug, die kans is ongeveer 100 procent. Je weet niet precies waar het volgende probleem opdoemt, maar wel dát er ergens een nieuw probleem ontstaat.”

Zijn centrale stelling is dat de manier waarop de eurozone nu functioneert ongelijkheid tussen landen verergert. En een muntunie met blijvend grote verschillen tussen landen is tot mislukken gedoemd, zegt hij.

De bedoeling van de euro is juist dat landen die het minder doen zich ontwikkelen in de richting van de sterkere landen. Wat is daar mis mee?

„Tussen landen met structurele verschillen moet je verschillen hebben in rentestanden en de waardering van hun valuta. Als het even minder gaat, kunnen landen zo hun munt goedkoper maken om beter te concurreren. Dat kan met de euro niet.

„Duitsland weigert ook nog om zijn prijzen te laten stijgen en daardoor dwingt het armere landen binnen de eurozone tot lagere lonen om met Duitsland te kunnen concurreren. De afgedwongen bezuinigingen veroorzaken daarbovenop werkloosheid, waardoor lonen verder dalen.

„Op drie manieren verergert de muntunie deze situatie: er ontstaat in de armere landen grotere werkloosheid, de lonen gaan verder omlaag en getalenteerde inwoners trekken weg naar rijkere eurolanden.

„Het eurosysteem, dat bedoeld is om landen naar elkaar toe te laten groeien, zorgt nu juist voor een grotere kloof. De regels van het spel leiden ertoe dat verschillen groter worden, daarom moeten de spelregels worden veranderd.”

De eerste oplossing die u oppert, is uitbreiding van samenwerking: het verdelen van schulden, meer herverdeling van Noord naar Zuid. Dat lijkt politiek niet erg haalbaar.

„Daarom vraag ik aan Europeanen om heel goed na te denken. Er zijn twee keuzes. Mensen leven nu in de fantasie dat ze in deze halfbakken tussenoplossing kunnen doormodderen. Soms willen mensen nou eenmaal dingen die ze niet kunnen krijgen. Als de euro in de huidige vorm al overleeft, komen daar enorme kosten bij kijken: depressie in zuidelijke landen, instabiliteit, aanhoudend lage groei in grote delen van het continent. En waarschijnlijk overleeft de muntunie dan een tijdje, om vervolgens alsnog uit elkaar te vallen.”

Wat als zo vergaand hervormen als u voorstelt niet lukt?

„Dat is reëel en dan zou mijn voorkeur uitgaan naar een ontmanteling van de euro. Het beste scenario is dat Duitsland, met eventueel andere Noord-Europese landen zoals Nederland en Finland, uit de muntunie treedt, en een eigen, noordelijke euro begint. Het voordeel is dat de waarde van de zuidelijke euro dan zal dalen. Dat zorgt ervoor dat hun producten goedkoper en concurrerender worden, dat hun economieën weer kunnen groeien, en dat ze schulden beter kunnen dragen.”

Waarom zouden noordelijke landen een duurdere munt moeten willen?

„Als jullie munt duurder wordt, worden jullie buitenlandse schulden goedkoper en zijn jullie beter af. De schuldenlast gaat aan beide kanten omlaag. Dan kan de groei overal weer omhoog. Natuurlijk, bij een transitie horen kosten. En natuurlijk komt er een reactie van de financiële markten als de eurozone wordt opgebroken. En natuurlijk overdrijven die de kosten van onzekerheid. Twee experimenten hebben de laatste tijd inzicht gegeven in wat we kunnen verwachten: de Europese reddingsactie voor Griekenland en de Brexit. De Brexit heeft niet de kosten meegebracht die sommigen voorspelden.”

Die heeft ook nog niet daadwerkelijk plaatsgevonden.

„Nee, maar je moet geloven dat markten ook weer niet zo stom zijn dat ze alle risico’s zomaar verkeerd inprijzen. Maar goed, de Brexit heeft zich nog niet voltrokken, dus de gevolgen daarvan zijn nog niet helemaal te overzien. Maar ook tijdens de afschrijving op Griekse schulden in 2012 werden er veel grotere schokken verwacht dan er daadwerkelijk op de financiële markten te zien waren. Het zou mayhem worden, en in plaats daarvan was het bijna saai.

„De kosten van uiteengaan worden ook vaak overdreven. Juist in het digitale tijdperk is het helemaal niet zo heel duur om over te stappen op een andere munt, omdat je echt niet meer zoveel nieuwe bankbiljetten en munten hoeft te drukken als vroeger.

„In de monetaire geschieden is het een komen en gaan van muntunies: als het niet lukt om de euro te hervormen, is het tijd om deze unie op te geven. Juist om de rest van het Europese project te redden.”

U krijgt tot nu toe bijna alleen bijval van vrij extreme en populistische partijen. Is dat zorgelijk?

„Wat ik al zei: mensen met totaal andere politieke motieven kunnen soms tot dezelfde oplossingen komen. Maar als mijn boek de hemel in wordt geprezen door iemand als Marine Le Pen, dan moet ik me verweren. Want zij probeert Europa te vernietigen en deelt mijn standpunt over de euro niet vanuit de noodzaak van solidariteit binnen Europa. Zij gebruikt het als argument voor het ondermijnen van het project, terwijl ik juist bezorgd ben over wat er gebeurt als de EU niet voortbestaat.”

Daarin zit wel een paradox: de gevestigde orde lijkt niet van plan om de maatregelen te nemen die u voorstelt. Maar tegelijkertijd wijst u de partijen die u omarmen ook hard af.

„Als de centrumpartijen niet snel realiseren dat de euro op deze manier gedoemd is tot falen, dan zullen mensen zoals Le Pen winnen, omdat kiezers zien dat de problemen alleen maar erger worden. Die kiezers begrijpen misschien de wiskunde achter mijn redeneringen niet, maar merken wel de gevolgen ervan.

„Dus mijn belangrijkste boodschap is: de centrumpartijen moeten hun beleid aanpassen als zij hun agenda van Europese harmonie en solidariteit willen blijven uitvoeren. Je moet die agenda niet laten kapen door extremisten en populisten. Jullie moeten het Europese project niet opofferen aan de euro.”