Column

De doodsstrijd van links begint dit keer vroeger dan u denkt: nú!

Haagse invloeden

Deze week: de voorwedstrijd van Klaver, Roemer en de nieuwe PvdA-chef voor het leiderschap van klassiek-links. Ofwel: de existentiële angst die een tweestrijd tussen Rutte en Wilders voor links veroorzaakt.

De spanning in de PvdA loopt op. Mensen in hogere partijgelederen moeten kiezen. Steun aan Samsom, of anticiperen op Asscher?

Je hebt zéér verrassende keuzes. En erg voor de hand liggende. De meeste PvdA-bewindslieden spraken zich de laatste tijd uit voor Samsom, en vonden het dus onnodig te wachten op de beslissing van hun vicepremier.

Samsom roept nog steeds loyaliteit en bewondering op bij PvdA’ers die hij de laatste jaren een hoog ambt bezorgde. Al zijn er bewindslieden die zeggen: ik moest wel, anders concluderen media dat ik Diederik ‘nu al’ laat vallen.

Evengoed kiezen andere PvdA’ers posities die in Haagse partijkringen de ogen doen rollen.

Zo is er de man die vier jaar terug zijn toenmalige baan bij Essent tijdelijk opzegde om als vrijwilliger de campagne van Samsom voor het PvdA-lijsttrekkerschap te leiden.

De man die daarna fulltime ging werken voor Samsom, en als diens persoonlijk secretaris de campagne en formatie van 2012 van zeer nabij meemaakte, en vervolgens de eerste, taaie jaren van de coalitie.

Van die man, Simon den Haak – die in 2014 zijn werk voor Samsom staakte – is sinds kort in de hoogste PvdA-kringen bekend dat hij een significante switch heeft gemaakt.

Terwijl ze in de wereld van Asscher al langer strategiegesprekken voeren ingeval de vicepremier later deze maand Samsom uitdaagt, heeft Simon den Haak zich bij Asscher gemeld: als de vicepremier inderdaad tegen Samsom opgaat, dan is Den Haak graag bereid als vrijwilliger de zijde van Asscher te kiezen.

Zijn redenering, zo heeft hij partijgenoten laten weten, is dat niet Samsom maar Asscher de stijl, de persoonlijkheid en de inhoudelijke posities heeft om de partij en eventueel het land te leiden.

Het grote publiek zal hier de schouders bij ophalen, en je zult ook genoeg PvdA-leden hebben die zeggen: so what?

Maar wie een paar jaar terug op de PvdA-burelen op het Binnenhof kwam, en in Den Haaks kamer aan de muur de parafernalia zag waarmee hij een verband legde tussen Obama’s Change in 2008 en Samsoms Nieuwe energie in 2012, die kon er niet omheen dat zich hier een klein drama heeft voltrokken: zelfs onder mensen die destijds een enorm geloof in Samsom hadden, is de opvatting gegroeid dat, uiteindelijk, Lodewijk Asscher de betere politicus van de twee is.

En dat in een week waarin zoveel mensen smaalden over de ‘drukte op rechts’.

Al weet ik zelf niet of dit de goede woorden waren. Ik vermoed dat het vooral energie op rechts is, die Thierry Baudet en Jan Roos met hun nieuwe partijen in beeld brengen - ten nadele van klassiek links.

Lees ook over de partijen van Baudet en Roos: Kijk, alweer een nieuwe partij

Het probleem lijkt me dit: Den Haag is zo’n beschermde omgeving die zich graag aanpraat dat alles altijd hetzelfde blijft. Met die houding stel je dan vast dat progressieve partijen al sinds de oorlog samen tussen de 45 en 50 procent van de stemmen halen. En partijen rechts van het midden 50 tot 55 procent. Daarna concludeer je: welke partijen ook opkomen - de geschiedenis herhaalt zich altijd.

Maar politiek draait uiteindelijk niet om partijen: politiek draait om ideeën en prestaties.

En je kunt van alles afdingen op het Oekraïnereferendum van Baudet, Roos en GeenStijl, maar feit is dat zij daarmee óók een klassiek links thema – vergroot de stem van de gewone man – op de agenda zetten.

Dit zegt iets over klassiek-links, en het staat niet op zichzelf. Met scepsis over immigratie en vrijhandel is eerder in essentie hetzelfde gebeurd: de PvdA van Drees was beducht voor de toenmalige EEG en vreesde voor de positie van handarbeiders als Nederland te veel migranten toeliet.

Opeenvolgende rechtse partijen hebben dit punt sinds de jaren zestig beetje bij beetje van de PvdA overgenomen, en oud-VVD’er Wilders bracht het definitief onder in de rechterkolom.

Dit betekent natuurlijk niet dat Baudet en Roos op rozen zitten. Roos is sowieso beter georganiseerd en gepositioneerd dan Baudet. Maar ook voor hem geldt dat thema’s agenderen iets anders is dan kiezers winnen - en dat amateurisme hij nieuwe spelers altijd op de loer ligt.

Afgaande op de laatste peilingwijzer zou geen enkele linkse partij de top-vier halen.

Evengoed hebben hij en Baudet zich, net als eerder Wilders, agendapunten met een klassiek-linkse kern toegeëindigd. Dus wie zegt dat zij electorale drukte op rechts creëren, vergeet dat zij evengoed inhoudelijk inbreekgevaar op links blootleggen.

Niet alles blijft altijd hetzelfde.

Het potentieel desastreuze gevolg voor klassiek-links is onder deze omstandigheden dan ook urgent: nu al begint de race tussen PvdA, SP en GroenLinks om niet op voorhand gemarginaliseerd te raken voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.

Dit zit zo. Wie de peilingen bestudeert zal zien dat de klassiek-linkse partijen – SP, PvdA, GroenLinks – samen zijn teruggevallen naar iets meer dan een kwart van de stemmen.

Een diepe crisis: in 1998, 2003 en 2012 haalden ze nog bijna veertig procent.

Dit is het keiharde gevecht dat de komende maanden wordt uitgevochten.

(Als in die jaren D66 zou meerekenen, kwam links nog steeds telkens op bijna 50 procent uit.)

Nu Rutte de verkiezingen heeft gedefinieerd als strijd tussen hem en Wilders, ontstaat bovendien het gevaar dat VVD en PVV zover voorop komen te liggen dat de hele campagne, nooit eerder vertoond, eindigt in een strijd om de grootste tussen twee rechtse partijen.

Informeel heeft Rutte de PvdA-top laten weten dat hij dit niet verwacht. Hij zet nu bewust een tweestrijd met Wilders uit en zal hem, denkt hij, vroeg genoeg voorbij zijn om na 1 januari alsnog ‘links’ als ware opponent aan te wijzen.

Ik zou zeggen: eerst zien. Een tweestrijd is doorgaans erg profijtelijk voor de betrokken partijen.

Dus klassiek-links loopt bij een gevecht Rutte-Wilders gemakkelijk het gevaar dat het aan de slotweken van de campagne allang geen getalsmatige concurrent voor de grootste partijen meer is.

Sterker nog, afgaande op de laatste peilingwijzer zou geen enkele linkse partij de top-vier halen.

Het is, met andere woorden, voor Klaver, Roemer en de nieuwe PvdA-chef van levensbelang om in januari in de peilingen de grootste op links te zijn.

Dit is het keiharde gevecht dat de komende maanden wordt uitgevochten.

Klaver komt met inhoudelijke initiatieven en een stortvloed televisieoptredens. Roemer denkt de kiezer op links te verleiden met het Nationaal Zorgfonds, het verdwijnend eigen risico, en het argument dat hij, als enige van links, nooit zaken heeft gedaan met Rutte.

De PvdA hoopt vanaf 24 oktober de aandacht op haar programma te vestigen – een ruk naar links - met daarbij de lijsttrekkersstrijd, vermoedelijk tussen Samsom en Asscher.

Net als Den Haak zie ik wel dat je met Asscher betere kansen hebt het verloren terrein op klassiek-linkse thema’s – immigratiescepsis, nadelen van vrijhandel – terug te claimen. Al is de vraag of zo’n lijsttrekkersstrijd überhaupt veel doet.

Tegelijk krijgen we, schat ik, de komende tijd talrijke anekdotes opgediend over recente mislukkingen van linkse samenwerking.

PvdA-voorzitter Hans Spekman en zijn SP-collega Ron Meyer die dit voorjaar liefst acht keer bespraken of ze het Zorgfonds samen konden dragen. Roemer die achteraf een verbaasde Asscher moest uitleggen dat Dijsselbloem vorig najaar niet inging op een SP-aanbod over steun aan het Belastingplan. Samsom en Klavers voorganger Van Ojik die tot zomer 2015 bespraken om in 2017 met een gezamenlijke lijst van PvdA en GroenLinks te komen – en Klaver die daar een streep doorhaalde.

De ironie is niet te missen: zouden twee van deze partijen echt tot samenwerking zijn gekomen, dan hadden ze nooit in de catastrofale toestand zijn beland waarvoor ze nu moeten vrezen.

De doodsstrijd van klassiek-links komt deze verkiezingscyclus vroeger dan ooit. Gezien alle gefaalde pogingen tot linkse samenwerking is hij ook meer verdiend dan ooit.