Recensie

Dalfsen, pas op voor IJzeren Rachel

Het was wel even wennen, de entree van Rachel de Haze in het Nederlandse handbal. Ze was nog negentien toen ze in een wedstrijd tegen Dalfsen haar visitekaartje afgaf. Maar eerst iets anders. Want De Haze staat niet voor niets op een stalen bolder in Amsterdam-Noord. Thomas van Aquino zei het al: we staan op de schouders van reuzen en in De Hazes geval zijn dat misschien wel de sterkste schouders die Noord heeft voortgebracht: ze is de kleindochter van de legendarische verdediger Rinus Israël. Dat opa’s winnaarsbloed ook Rachel door de aderen stroomt werd duidelijk in mei 2010 toen fans uit Dalfsen en Amsterdam elkaar op een handbalforum in de haren vlogen nadat een Dalfense aanvalster hard in aanraking was gekomen met de jonge verdedigster. Nadat de Overijsselse fans De Haze hadden aangevallen op een elleboogstoot, riposteerden de Amsterdammers met nauw verholen trots: ‘Die nummer 15 vloog elk duel als een kip zonder kop in. Laat ze nou net iemand tegen komen als IJzeren Rachel en dan heb je zelf waarschijnlijk last. Wel erg voor dat meisje hoe der oog eruit zag.’ De discussie liep nog lekker uit de hand, met verwijzingen naar woonwagens, dolle stieren, huilende vaders en scheidsrechters die te vaak in Salland waren gesignaleerd. De naam van IJzeren Opa werd net niet ijdel gebruikt.

Inmiddels is de angst omgeslagen in bewondering: de nu 25-jarige De Haze werd de afgelopen drie jaar gekozen tot beste handbalster van de Nederlandse competitie en hoopt op een buitenlands avontuur. Maar eerst de Nederlandse competitie, zaterdag tegen... Dalfsen.