Columnisten doen meer dan in één regel uit te leggen is

Interessante column van Louise Fresco, over de voorgenomen overname van voedselgigant Monsanto door Bayer. Fresco ziet een „paradigmawisseling” in de nieuwe kolos; die wordt dankzij big data een „agrarische dienstverlener zonder weerga”. (Waar het Monsanto en Bayer ook om gaat, 21 september)

Maar wacht even. Een briefschrijver wijst erop dat Fresco niet alleen bestuursvoorzitter is van Wageningen University and Research, zoals onder haar column staat, maar een nevenfunctie heeft bij het voedselbedrijf Unilever, ze is er ‘non-executive director’ (commissaris). Had dat niet vermeld moeten worden in of onder de column? Die gaat immers over de voedselindustrie.

Ik schreef er al over op mijn blog, maar het is een algemener punt dat ook voor deze rubriek interessant is.

Voor de vraag of een columnist een punt heeft, moet het op zichzelf niet uitmaken waar hij of zij werkt. Het gaat tenslotte in de eerste plaats om de argumenten. Als het standpunt van een columnist geheel en al zou voortvloeien uit de werkkring, zou je alleen die hoeven vermelden en heb je geen column nodig.

Toch is zulke achtergrondinformatie geboden, om de lezer duidelijk te maken waar een columnist zijn expertise vandaan haalt, welke betrokkenheid bij een onderwerp hij of zij heeft en, niet onbelangrijk, of er een interest to declare is, een mogelijk belang. Van een columnist die (fictief voorbeeld) hamert op deelname aan de regering door de Partij voor de Dieren, wil je het weten als die zelf actief is in die partij.

Is dit vergelijkbaar?

Fresco schetst in een e-mail haar dilemma: „Ik heb overwogen het te noemen, ik doe dat ook wel eens. Maar hier besloot ik het niet te doen, omdat het juist zou afleiden of de indruk zou wekken dat ik partijdig zou zijn, terwijl het onderwerp er eigenlijk weinig mee te maken heeft. De cijfers die ik citeer zijn openbaar en niets in de column heeft met Unilever te maken.” Het gaat dus, zegt ze, hooguit om „perceptie”.

Ze zou wel graag zien dat onder haar column voortaan haar webadres wordt vermeld (www.louiseofresco.com); daar staat een uitgebreid overzicht van haar huidige en vorige banen en nevenfuncties, betaalde en onbetaalde.

Verhuld wordt er dus niets, maar toch zou ik er voor zijn geweest dat ze het had vermeld, al gaat het om perceptie. Het is relevant. Haar webadres vermelden lijkt me een goed idee, dan kan de belangstellende, of argwanende, lezer zich gewoon zelf informeren. Perceptie is in de moderne mediawerkelijkheid het halve werk.

Een ander punt. De onderschriften onder columns op opiniepagina’s worden geformuleerd in samenspraak met de columnist. Goed, het zijn tenslotte hun stukken, maar het resultaat is nogal, laten we zeggen, gevarieerd.

Bij sommige columnisten staat kortweg een beroep of vakgebied (Rosanne Hertzberger is microbioloog, Maxim Februari is jurist en schrijver), bij anderen wordt ook een boektitel vermeld, zonder prijs maar inclusief uitgever (Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn vaderland, De Bezige Bij), of een webadres (Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken, woordendiewerken.com) of, intrigerend voor Proustianen, een plaatsnaam (Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel). Waar zouden die anderen wonen, vraag je je dan af.

Het is best uit te leggen: Van Middelaar is bekend van zijn publicaties over politiek en Europa, met name zijn proefschrift De passage naar Europa (2009, bekroond met de Socrates Wisselbeker en de European Book Prize), en heeft gewerkt voor de Europese Commissie van Herman van Rompuy (2009-2014).

Dat is een hele mond vol om elke keer onder die column te zetten. Dus werd het, samengevat: „in Brussel”.

Van Middelaar laat me dit weten: „Ik vind het wel helder, ook dat ik half van buiten naar Nederland, half van binnen naar de EU kijk. Brussel is dus meer dan woonplaats, het is een denklocatie.”

Tja – dat is wel heel impliciet gedacht, op welke locatie dan ook.

Van Middelaar is sinds kort ook hoogleraar in Leiden, maar, zegt hij, dat is maar voor één dag per week. En hij is hoogleraar aan de katholieke universiteit van Leuven, voor meer dagen per week, „maar dat is voor Nederlandse lezers weer niet zo relevant”. Beide vermelden wordt „veel en omslachtig”.

Toch zou iets meer eenheid in de onderschriften geen kwaad kunnen: waarom staat een recentelijk gepubliceerd boek bij de een vermeld en bij de ander niet? Het boek van Özdil stamt van vorig jaar, dus die vermelding is inmiddels gedateerd (en zal er nu ook afgaan, zegt de opinieredactie). Al vraag ik me af of zulke marketing van boeken hoe dan ook onder een column moet staan.

Ook dat is niet zwart-wit. Van Middelaar zegt zijn intellectuele identiteit „sterker bepaald” te voelen door zijn boek De passage naar Europa dan door een deeltijdhoogleraarschap. Maar voor de lezer ligt dat toch weer anders: die wil gewoon weten waar iemand werkt.

Om die onderschriften niet loodzwaar te maken (er moet tenslotte een column overblijven) en de lezer toch te informeren, zou een goede oplossing zijn om een pagina op nrc.nl te maken met korte biografieën en publicatielijstjes van de vaste opiniecolumnisten, inclusief links naar hun eigen webpagina’s.

Naar zo’n overzicht moet dan natuurlijk wel verwezen worden in de papieren krant, anders heb je er nog niet veel aan. Chef Opinie Monique Snoeijen laat weten de suggestie te overwegen.

Totale transparantie blijft lastig, want ook zo’n overzichtspagina zal niet alles omvatten: lidmaatschappen, incidentele opdrachten. Met dat laatste kwam de Volkskrant in botsing toen bleek dat Martin Bril de auto’s waarmee hij door zijn stukjes zoefde cadeau kreeg.

Een compleet Stasi-toezicht kan een krant ook niet in goed fatsoen eisen. Zulke dingen – klussen of opdrachten – horen in de ethiek van de columnist; die moet ze vermelden indien relevant.

Openheid duurt het langst.

Reacties: ombudsman@nrc.nl