Column

Barack, hier Angela, dealtje maken?

Dealtje, Barack? Ik haal de Europese Commissie van Apple af, doe jij dan niet meer vervelend tegen Deutsche Bank? Ik begrijp het, er komen verkiezingen aan en hoe kun je beter laten zien dat jullie Democraten hard zijn tegen Wall Street dan een paar Europese banken een enorme boete opleggen voor de ranzige financiële producten die ze verkochten. Maar je moet begrijpen, hier komen ook verkiezingen aan en het komt mij heel slecht uit de grootste bank van Duitsland te redden. Barack? Hallo?

Volgens Het Financieele Dagblad zijn er Europese bankiers die denken dat de boete van 14 miljard dollar die de Amerikaanse justitie Deutsche Bank wil opleggen mede bedoeld is om als het ware Bondskanselier Angela Merkel tot een bovenstaand telefoontje te bewegen.

Of dat waar is, betwijfel ik. Maar dat Europa en de Verenigde Staten de laatste jaren nogal pittig elkaars grote bedrijven aanpakken, is een feit. Het gesjoemel door Europese banken met de Europese Libor-rente werd door de Amerikanen aangepakt. Het dieselschandaal van het Duitse Volkswagen werd eveneens door de Amerikanen opgespoord. Terwijl de Europese Commissie het de afgelopen jaren voorzien had op Amerikaanse techbedrijven als Microsoft, Google en Apple.

De moral highground is een stuk makkelijker als het gaat om multinationals die niet een enorme rol spelen in je eigen economie. En dus vindt onze minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem de Amerikaanse boete voor Deutsche Bank schadelijk en tegelijk de kritiek van Apple op de Europese boete vreemd.

Die houding tegenover de eigen grote bedrijven is op twee manieren schadelijk. Allereerst voor de economie. Wie de voordelen ziet van een vrije markt, weet dat die permanent bedreigd wordt door bedrijven die te groot en te machtig worden. The Economist betoogde laatst dat de opkomst van supergrote bedrijven een reusachtig probleem is. Ze zuigen te veel concurrentie uit de markt. Zodra een leuk nieuw bedrijf zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt het door een gigant opgekocht.

In de Verenigde Staten, aldus The Economist, produceerden in 2013 de 100 grootste bedrijven 46 procent van het bbp, het bruto binnenlands product. In 1994 was dat ‘slechts’ 33 procent. De vijf grootste Amerikaanse banken hebben nu 45 procent van alle bancaire activa in handen, in 2000 was dat slechts 25 procent. Dat is niet gezond.

Opkomen voor je eigen corporate giants is ook schadelijk voor de geloofwaardigheid van regeringen en instituten als de Europese Unie. Ik zat laatst in de trein met een vrolijke man van middelbare leeftijd die bij een Nexit-referendum graag voor zou stemmen. Hij had een lijst aan klachten over Europa, maar een van de eerste die hij noemde was: de EU is een construct waarvan vooral multinationals profiteren. De Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz betoogt in zijn nieuwe boek over de euro dat van het crisisbeleid uit Brussel vooral grote bedrijven hebben geprofiteerd. Je hoeft het met dit soort analyses niet eens te zijn om te zien dat ze aanslaan bij een groot publiek.

Europa en de VS kunnen daar wat aan doen. Het toeval wil dat ze over het handelsverdrag TTIP aan het onderhandelen zijn. Spreek daarin een gezamenlijk belastingbeleid voor multinationals af zodat ze weer gewoon betalen. Maak samen regels én straffen die moeten voorkomen dat grote bedrijven consumenten bedonderen. Laat het doel aan beide kanten van de oceaan zijn de macht van multinationals in te dammen. En stop ermee de eigen corporate bulldogs groter en gemener te maken.

Marike Stellinga is econoom en schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie