Column

Wantrouw politici die media wantrouwen

©

Geïnspireerd door splinterpartij Denk – ‘Trap er niet in!’ – liet oprichter van splinterpartij in spé Thierry Baudet een animatiefilmpje maken waarin hij doodserieus beweert dat ‘de media’ deel uitmaken van ‘het partijkartel’. Zelf heb ik nooit gesolliciteerd bij een partijkartel, dus wellicht leest u nu het product van een zelfstandig en onafhankelijk amateuristisch opererend medium dat de boot heeft gemist toen alle andere media wel hun zakken mochten vullen bij het establishment om op te schrijven wat de hoge heren in Den Haag willen. Ik waarschuw u maar even.

Het doel van Baudet is om met zijn Forum voor Democratie het politieke stelsel van binnenuit open te breken met Paul Cliteur aan zijn zijde. Die hoorde ik in een ander partijfilmpje zeggen dat ‘de media onvoldoende kritisch zijn’. Ja, ik moest er ook even van bijkomen. De elite bestrijdt de elite. We hebben dus de PVV voor het algemene populisme, Denk voor het allochtone populisme, en nu Baudet cs voor het elitaire populisme. Het heeft ook een voordeel, ze kunnen de weg binnen de elitaire bestuurslagen goed vinden. Complotdenken wordt salonfähig. Goed, er valt echt wel wat aan te merken op de verslaggeving van enkele media, en hoe zij met hun verantwoordelijkheid omgaan. Dat zegt verder niets over de kwaliteit van alle media. Als uw koffie vanochtend te slap was, dan kunt u niet zeggen dat alle koffie te slap is.

Terug naar Nederland. Als het gaat om vertrouwen in de Nederlandse instituties scoort alleen de pers lager dan de Tweede Kamer. Het is makkelijk scoren bij een groot deel van de samenleving dat sowieso denkt dat nieuws dat ze voorgeschoteld krijgen niet betrouwbaar is. De journalistiek aanvallen door het af te schilderen als onbetrouwbaar is een slimme tactiek om de waakhond van de democratie onschadelijk te maken, dat maakt een feitenvrij debat makkelijker. Ook Trump maakt er graag gebruik van, hij hekelt aldoor de ‘dishonest and corrupt media’. Zijn achterban slikt het als zoete koek. Trump-surrogaat Chris Christie zei begin deze week na het eerste presidentiële debat dat de factcheckers niet vertrouwd moesten worden, omdat ze een verborgen agenda zouden hebben.

Dat maakt de brief van Paul Farhi, mediaverslaggever van The Washington Post, zo interessant. Hij schreef een open brief aan iedereen die zich boos maakt over luie en oneerlijke verslaggeving van ‘de media’, als ware het één organisatie. Als je de term media bezigt voor alles wat je leest in de krant, wat je hoort op de radio en wat je ziet op het journaal en waar je het oneens mee bent, dan ben je vooral zélf oneerlijk en lui, zo claimt hij.

Media spreken niet iedere ochtend af om een strategie uit te stippelen om De Onwetende Burger het leven zo zuur mogelijk te maken. Het zijn er duizenden en duizenden, met eigen afwegingen, die bij duizenden organisaties werken. Farhi trekt een mooie vergelijking met de oceaan en zijn inwoners. Die kun je allemaal vissen noemen, en dan heb je technisch gezien ook gelijk. Maar tegelijkertijd slaat het nergens op, want het zijn allemaal verschillende soorten.

Farhi geeft in zijn brief nog een advies aan iedereen die media over een kam scheren om het vervolgens collectief de schuld te geven van alle ellende. Richt je kracht op de vijf W’s die als basis gelden in de journalistiek: Wie, Waar, Wat, Wanneer en – de moeilijkste – Waarom. Ik zou aan dat advies willen toevoegen dat vooral te doen bij politieke partijen die er belang bij hebben media als onbetrouwbaar af te schilderen. Waarom?

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR.