Vluchteling wordt programmeur bij Re/Start

Re/Start drilt vluchtelingen in drie maanden tot volwaardig programmeurs. Daarvoor hadden de deelnemers nog nooit een slash of puntkomma neergezet, behalve voor interpunctie.

Een Indiase, Duits-Braziliaanse en een Roemeense student vatten begin dit jaar het plan op om vluchtelingen te leren programmeren en ze zo een beter toekomstperspectief te bieden. De drie studeren aan de Erasmus Universiteit, waar ze zich thuis voelen, ook omdat „iedereen in Rotterdam goed Engels spreekt”. Ze willen nieuwe nationaliteiten helpen zich ook thuis te laten voelen, door ze te laten meedraaien in de maatschappij.

Mensen met een vluchtelingenstatus mogen werken in Nederland. Met vaak een achterstand in taal of op de arbeidsmarkt, kunnen zij een nieuwe vaardigheid goed gebruiken. Maar hoe leren ze een klas in drie maanden programmeren? Door de studenten te drillen, ze te vragen hun grenzen te verleggen. „Bootcamp, zoals bij het leger”, zegt Teodoor Catanicu (21) enthousiast. Misschien niet volledig didactisch verantwoord, maar het werkt. Van de eerste groep hebben er 14 de programmeertaal onder de knie gekregen.

Frederick Rustler (23): „Zij gaan nu stage lopen bij verschillende bedrijven, voor drie maanden. Daarna gaan ze op zoek naar een baan, of kiezen ze voor een vervolgstudie.” In beide gevallen hoeft het geen programmeren te zijn. „Onze bootcamp is namelijk niet alleen interessant als je je wilt laten omscholen tot programmeur”, zegt Damin Sigh (22). „Ook als je bijvoorbeeld als architect solliciteert geeft programmeren een voorsprong bij toekomstige werkgevers.”

Net als het trainingsprogramma, ging ook de oprichting in noodtempo. Tussen de start van het jonge bedrijf en de aflevering van 14 programmeurs begin september, zaten zes maanden. Daar had CIC, het nieuwe bedrijfsverzamelgebouw voor innovatieve bedrijven in het Groothandelsgebouw, een belangrijk aandeel in. Zodra Re/Start aanklopte, leverden zij direct werkruimte en faciliteiten, alles vrij van huur.

Het verdienmodel is vooralsnog gelegen in partnerships. Rustler: „We zoeken naar een business-model om dit een duurzaam bestaan te geven”