Uit de bijstand, in de ‘werkbrigade’

Interview Arjan Vliegenthart

Amsterdam komt met een nieuw soort Melkertbanen: gesubsidieerd werk om mensen uit de bijstand te halen. Want: „De gewone werklozen raken verdrukt.”

Arjan Vliegenthart. Foto ANP / Piroschka van de Wouw

Vanaf komende maandag gaan ze vuil opruimen, groenstroken aanleggen, het verkeer regelen bij werkzaamheden. Of ze staan, na een training, als gastheer in een Amsterdams winkelcentrum: dertien mannen, de meesten halverwege de veertig of begin vijftig. Ze zaten allemaal in de bijstand, eentje zelfs al bijna twintig jaar. Maar nu horen ze bij de Amsterdamse ‘werkbrigade’, een variant op de melkertbanen uit de jaren negentig.

Voor het minimumloon, betaald door de gemeente, gaan de mannen werk doen dat anders was blijven liggen. Eerst met een contract voor zes maanden en als het goed gaat, voor twee jaar. Doel is vooral, zegt SP-wethouder Arjan Vliegenthart die de brigade heeft bedacht, om mensen die thuis zitten en weinig kans hebben op werk, „zichtbaar” te maken als mensen-met-een-baan. En ook om Amsterdamse buurten die dat dringend nodig hebben, op te knappen. Om te beginnen Amsterdam Zuid-Oost, Noord en Nieuw-West.

Voor de werkbrigade zelf wordt er 10 miljoen euro vrijgemaakt, voor het verbeteren van de buurten is er 54 miljoen en de bedoeling is dat er over twee jaar vijfhonderd ‘werkbrigadiers’ zijn. „Rete-ambitieus”, noemt Vliegenthart zijn idee, in een vraaggesprek op zijn werkkamer in het Stadhuis.

Na twee jaar moeten ze weg?

„Na 24 maanden hebben ze recht op een transitievergoeding. Die krijgen ze en dan proberen we hen aan regulier werk te helpen. Bij de een zal dat lukken, bij de ander misschien niet. Maar ik vind: als het een succes wordt, moet je ook anderen de kans geven om mee te doen. Ook om het lock-in-effect te voorkomen.”

Zoals bij de melkertbanen gebeurde? Waar mensen niet meer uit kwamen?

„Ja, en dat is best pittig. Want het gaat wel goed in Amsterdam, maar de arbeidsmarkt is ook weer niet zo dat deze mensen makkelijk aan de bak komen.”

Worden er mensen verdrongen? Had het werk van de ‘brigade’ ook gedaan kunnen worden door gehandicapten?

„Ik voel me vaak de wethouder van verdringing. Je hebt allemaal mensen die door wetten vooraan in de rij worden gezet: gehandicapten voor de 125.000 banen die het bedrijfsleven en de overheid hebben beloofd, en de plekken voor het ‘beschutte’ werk. En nu zetten wij deze mensen weer vooraan. Het blijft dezelfde rij. Maar in dit geval is het nieuw werk met extra geld, dus ze verdringen nu geen anderen. En ik vind: deze mensen verdienen ook een kans.”

Is de ‘gewone’ werkloze in de verdrukking gekomen nu gehandicapten met subsidie in gewone bedrijven aan het werk moeten gaan?

„Natuurlijk komen die in de verdrukking en dat zien we nu de werkgelegenheid aantrekt. Jongeren komen goed mee, hogeropgeleiden ook, maar er zijn ook groepen die aan de kant staan en voortdurend ánderen met voorkeursbeleid aan het werk zien gaan. Ik vind dat we ook die mensen een kans moeten geven om volwaardig mee te doen.”

Verdringing is een grote zorg van u?

„Het is een van de grootste problemen op de arbeidsmarkt en ik maak me grote zorgen. Als een buurman wordt voorgetrokken bij een baan, omdat hij een handicap heeft en een ander omdat hij nieuw is in Amsterdam en uit Syrië komt, dan ben je concurrenten van elkaar geworden. Dat is niet fijn voor een stad.”

Waarom zijn de melkertbanen uit de jaren negentig mislukt, denkt u?

„Die zijn niet mislukt. Dat is een wijdverbreid misverstand. Die banen hebben een hele hoop mensen werk en waardigheid gegeven en betekenden een verbetering van de publieke ruimte. Denk aan de controleurs in de bus, conciërges op school. De melkertbaan was ook niet bedoeld als doorstroombaan naar ander werk.”

Dat was toch juist wél de bedoeling?

„Als je Ad Melkert (minister van Sociale Zaken in de jaren negentig, red.) erover hoort, was dat niet zo. Maar misschien is dat wijsheid met terugwerkende kracht. Ik vind er in elk geval niks mis mee als het niet zo was bedoeld: het werk ligt op straat en de samenleving wordt leefbaarder als je het laat uitvoeren. De ING heeft berekend dat er 6 procent aan economische groei verloren is gegaan door de bezuinigingen van het Rijk. Dat zijn honderdduizenden mensen die niet aan werk zijn gekomen. De vorige verkiezingscampagne ging dáárover: gaan we bezuinigen of investeren? Het werd bezuinigen.”

Onder leiding van een VVD-premier. U zit met de VVD in het college, hoe kreeg u hun steun voor dit idee?

„We hebben afgesproken dat iedereen mee mag doen in deze stad en ik ken de VVD als een partij waarbij een man een man en een woord een woord is. Ik heb ook de mazzel dat ik al een paar keer heb laten zien dat ik mensen aan het werk krijg. Dan krijgt de wethouder nóg een kans.”

U schrijft aan de gemeenteraad dat uw idee ‘tegen de stroom in’ gaat. Welke stroom?

„De ene zie je op de arbeidsmarkt: dat lageropgeleiden niet meer aan de bak komen. Kijk naar de Zuidas in Amsterdam waar een enorme automatiseringsgolf aan de gang is en een heleboel mensen hun baan verliezen. En dan heb je het publieke discours, waar ik grote moeite mee heb: dat werkloosheid de schuld is van de individuele werkloze en niet van het systeem dat we hebben.”

Wie zegt dat het de schuld is van de werkloze zelf?

„Kijk maar naar de discussie over de bijstand en het idee van een tegenprestatie: dat je van mensen iets moet vragen omdat ze anders niet in beweging komen. Ik ga uit van een ander mensbeeld. Het probleem in Amsterdam is niet dat we geen mensen hebben die aan het werk willen, het probleem is dat we geen werk hebben. Wij creëren dat nu.”

Is de kans niet groot dat er over twee jaar nog steeds weinig werk is voor deze mensen?

„Zeker. Dus we moeten ons best doen om hen zo goed mogelijk te begeleiden en tegelijk ben ik me ervan bewust dat we in een onvolmaakte wereld leven. Maar dat is geen reden om op je handen te gaan zitten. En ik mag bidden dat ik over twee jaar nog steeds wethouder ben om een nieuw project te bedenken.”

SP-leider Roemer hoeft u niet te bellen als hij na de verkiezingen een minister of staatssecretaris zoekt?

„Hij mag me altijd bellen, ik ben een keurige SP’er. Maar laat mij alsjeblieft hier.