Loonkloof

De baas verdient nu nóg meer dan gemiddelde werknemers, blijkt uit onderzoek van het CBS.

Het gat tussen het loon van de baas en zijn werknemers is de afgelopen jaren flink gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS onder de duizend grootste bedrijven van Nederland.

In 2015 was het brutojaarsalaris van de vijf topverdieners per bedrijf 6,1 keer zo hoog als het salaris van de gemiddelde werknemer bij dat bedrijf. In 2010 kregen de vijf topverdieners nog 5,5 zoveel.

Het gemiddeld brutojaarloon - inclusief bonussen - van de topverdieners bij de onderzochte bedrijven steeg de afgelopen vijf jaar met 22 procent tot gemiddeld 252.000 euro. Ter vergelijking: het gemiddelde cao-loon steeg in dezelfde periode in totaal slechts 6 procent.

De loonkloof was en blijft het grootst in de financiële dienstverlening waar onder andere banken en verzekeraars toe worden gerekend. De top verdient hier aan brutojaarloon gemiddeld 13,4 keer zoveel als de gemiddelde werknemer. Dat is meer dan in 2014 (11,7) maar lager dan in 2010 (15,7). Volgens het CBS is het verschil ook relatief groot in de sectoren handel en informatie en communicatie.

De loonkloof wordt berekend als het verschil tussen het gemiddeld jaarloon van de vijf topverdieners en de ‘mediaan’. Dat is het jaarloon van de middelste werknemer, ofwel de werknemer die qua beloning op fulltimebasis precies in het midden van het bedrijf zit: de helft van zijn collega’s ontvangt meer loon, de andere helft ontvangt minder.

De vrijdag gepresenteerde cijfers zijn koren op de molen van PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën. Die liet zich deze maand kritisch uit over de groeiende loonkloof in Nederland. Via een opiniestuk in de Volkskrant hield hij een pleidooi voor het beperken van topsalarissen bij bedrijven.

De topsalarissen moeten worden gekoppeld aan de stijging van cao-lonen, vindt Dijsselbloem. En bonussen moeten volgens hem net als in de financiële sector gemaximeerd worden op 20 procent van het jaarsalaris. Zijn pleidooi leverde hem kritiek op uit het bedrijfsleven. Ook regeringspartner VVD kan zich er niet in vinden.