In Bicske stuit elke vluchteling op weerzin

Hongarije Premier Orbán wil vluchtelingen weigeren. De burgers mogen hem zondag steunen.

Foto’s Attila Kisbenedek/AFP, Stoyan Nenov/Reuters.

‘Niemand houdt van hen. Ze zijn luid, onbeleefd, laten vuilnis achter, integreren niet en komen in horden.” Bianka Sipos (20), medewerker van een dierenwinkel vlakbij het asielzoekerscentrum van het Hongaarse stadje Bicske, vat bondig de lokale mening over vluchtelingen samen.

Ze is „niet politiek ingesteld”. Maar ze gaat zondag wel stemmen in het Hongaarse referendum over Europese pogingen om vluchtelingen volgens quota te verdelen over de lidstaten van de EU. Net als de andere winkeliers in dit winkelcentrum, dat de afgelopen twee jaar veel vluchtelingen uit de inmiddels vrijwel lege asielopvang over de vloer kreeg.

Sipos en haar collega’s steunen premier Viktor Orbán. De nationalist die in 2015 een grensmuur met Servië bouwde, heeft van de strijd tegen migratie zijn handelsmerk gemaakt. Zijn regering organiseert – zeer tegen de zin van de EU – niet alleen het referendum, maar geeft ook stemadvies: „Laten we de toekomst van Hongarije niet in gevaar brengen”, is de slagzin van de campagne.

„Laat ons ‘nee’ stemmen!”

Kledingverkoper Miklósné Horváth (60) zal het met geestdrift doen. Voor haar waren de vluchtelingen in Bicske vanaf het begin „een catastrofe”. „Wie hier werkt, was angstig”, vertelt ze. „Ze moeten hun problemen oplossen in hun thuisland.

De migratiestroom door Hongarije is intussen opgedroogd tot enkele tientallen asielzoekers en onderschepte migranten per dag. Voor het overgrote deel trekken die verder naar West-Europa. Slechts 508 asielaanvragen werden toegekend in 2015. Is het overnemen van kleine groepen vluchtelingen uit landen als Griekenland en Italië, wat de EU wil, dan zo ondraaglijk?

Het gaat om het principe, stelt regeringswoordvoerder Zoltán Kovács in een persdocument:

„Immigratiebeleid – beslissen wie het recht heeft om te leven in ons land – zou niet door Brussel mogen worden opgelegd aan ons of welke lidstaat ook.”

Wat Hongarije gaat doen met de uitkomst, wil de regering nog niet kwijt. Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie verklaarde dat het referendum niet bindend is voor de EU en lidstaten niet ontslaat van hun verplichtingen volgens EU-wetgeving. Bovendien had Boedapest al een zaak aangespannen tegen het spreidingsplan bij het Europese Hof van Justitie.

Belangrijker nog: door fel verzet en falen van andere lidstaten om concrete stappen te nemen lijkt de uitvoering van spreidingsplannen sowieso onwaarschijnlijk.

Orbán vijzelt populariteit op

Foto Stoyan Nenov/Reuters

Dze maand bezochtend de Hongaarse premier Orbán (midden, met zwart jack) en zijn Bulgaarse ambtgenoot Borisov (met opgestroopte mouwen) het hek langs de Bulgaars-Turkse grens. Foto Stoyan Nenov/Reuters

Maar de volksraadpleging biedt Orbán de kans om het anti-immigratiestandpunt van Hongarije en zijn Oost-Europese bondgenoten kracht bij te zetten en te laten zien hoe nationalistische krachten de macht van de Brusselse instellingen kunnen ondergraven. Bovendien kan het zijn binnenlandse populariteit opvijzelen.

77 procent van de Hongaren zijn tegen de quota, aldus een enquête van onderzoeksbureau Nézöpont. Wie nog niet overtuigd is van zijn stem, zwelgt dezer dagen in propaganda. Op advertentieborden, aan lantaarnpalen, op infostandjes, in de krant, op televisie en sociale media, overal vind je de ‘Nee’-advertenties met de Hongaarse driekleur op de achtergrond. Volgens een kostenraming van persbureau AP kostte de campagne al meer dan 42 miljoen euro aan belastinggeld.

Daarbij hoort ook creatieve informatievoorziening over migratiekwesties. „Wist u dat de terreuraanslagen in Parijs werden gepleegd door migranten?”, luidt een van de vragen die Hongaarse tv-kijkers zagen als mededeling tussen wedstrijdfragmenten van de Olympische Spelen. Of:

„Wist u dat sinds het begin van de migratiecrisis de aanranding van vrouwen in Europa steeg?”

Een kaart van Europa in een overheidsfolder is bezaaid met ‘No go’-logo’s boven Brussel, Berlijn, Londen en Parijs. „In die Europese steden, waar vreemdelingen in grote aantallen wonen”, zegt de begeleidende tekst, „bestaan honderden dergelijke no-gozones.” Dat zijn plaatsen „die de autoriteiten niet onder controle weten te houden. De geschreven of ongeschreven normen van de gastheersamenleving heersen er niet”.

„Lachwekkend”, noemde een BBC-journalist dat in een interview met de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, Péter Szijjártó:

Tekst gaat verder na de video:

Ondergedompeld in negatieve berichten

Veel Hongaren zien dat anders. Zij worden sinds begin 2015 ondergedompeld in diep negatieve berichtgeving. Een ‘nationale enquête’, waarmee de regering haar antimigratiecampagne begon, was een schoolvoorbeeld van een push poll waarin de antwoorden al in de vragen verpakt zaten: dat de migranten geen vluchtelingen zijn, maar banen willen afpakken, dat hun aanwezigheid terreurgevaar opdrijft en dat Brussel alles verknoeit.

Volgens opiniepeiler Publicus is het aantal ondervraagden dat het als een plicht beschouwt om vluchtelingen te helpen in een jaar tijd gedaald van 64 tot 35 procent.

In een onderzoek van het Amerikaanse Pew Research leiden de Hongaren een cohort Europese landen in de overtuiging dat ‘vluchtelingen de kans op terrorisme in ons land vergroten’: 76 procent van de ondervraagden denkt dat. 82 procent, eveneens goed voor een eerste plaats, gelooft dat ze ‘onze banen en sociale voordelen afnemen’. In Nederland gaat het om respectievelijk 61 en 44 procent.

Ze moeten migranten rechtstreeks terugsturen naar Libië”, zegt de 73-jarige Gyula Horváth in Bicske. Een echo van wat Orbán onlangs bepleitte. „We moeten grote vluchtelingenkampen opzetten buiten de EU, met gewapende beveiliging en financiële steun van de Unie”, verklaarde hij tegenover nieuwssite Origo.

„Iedereen die illegaal kwam, moet daarheen terugkeren. Daar kunnen ze asiel aanvragen.”

Als locatie dacht hij aan een eiland of een „kustgebied in Noord-Afrika”.

Verzet bestaat. Al is het tekenend dat de voornaamste tegenstem niet de officiële oppositie is, wel de Tweestaartige Hondenpartij. Die groep, meer een komisch ensemble dan een politieke formatie, lanceerde in navolging van de regering, een eigen ‘Wist u dat?’-campagne. „Janee” staat op haar in Boedapest populaire stickers: „Een stom antwoord op een stomme vraag. Stem ongeldig!” Meer dan een hobby voor gemarginaliseerde progressieven is het niet.

De enige echte vraag over de uitslag is of de helft van de kiezers komt opdagen die nodig is om het referendum geldig te maken. Voor Kilam, een 29-jarige Eritreeër die al enkele jaren als vluchteling in Boedapest woont, maakt dat weinig uit. De impact van de antimigratiestemming is nu al tastbaar voor hem. Hij houdt van zijn leven hier, spreekt Hongaars en hoopt te blijven. Maar wanneer hij als lid van een pro-vluchtelingengroep mensen benadert, voelt hij vaak kille reacties. Vrienden van vrienden bestoken hem met ‘islamofobie’.

„En wanneer je een verblijfplaats zoekt, zeggen eigenaars makkelijk dat ze geen zwarten hoeven. De propaganda gaat diep.”