Hoge straffen geëist tegen ‘gewetenloze criminelen’

Uitzendbureau voor de onderwereld

Justitie eist 14 tot 17 jaar cel voor vijf mannen die liquidaties zouden hebben voorbereid. Hoe bewijs je iets dat niet is gebeurd?

Ze kijken en luisteren aandachtig, de zes aanwezige verdachten in de strafzaak 26Koper, als het Openbaar Ministerie (OM) de dag begint met een uur durende audiovisuele presentatie van het beschikbare bewijsmateriaal dat de recherche tegen hen verzamelde.

Ze zien beelden die twee verdachten zelf maakten van potentiële slachtoffers: „zoom in op die kankerkop”. Ze horen een automatisch geweer dat wordt afgeschoten in de polder en zien hoe twee van hen soortgelijke geweren opslaan in een kluis. Het ongemak neemt zichtbaar toe als twee verdachten praten over die ene vraag: hoeveel is een liquidatie waard? „Hitman at your service”, zegt een van de mannen tot besluit.

Justitie kwalificeert de tien verdachten als „gewetenloze criminelen”. Mannen die voor „geld en aanzien” bereid zijn om alles te doen, ook het plegen van een moord.

Maar gedurende het onderzoek is niemand vermoord. Er zijn wel vermoedens voor betrokkenheid van enkele verdachten bij twee moorden in 2014, maar daarvoor is onvoldoende bewijs. Er zijn ook twee mannen uit het criminele milieu geliquideerd die door de verdachten zijn gevolgd, maar die moorden zijn gepleegd in 2016, ruim nadat de verdachten zijn aangehouden.

Wat volgens het OM overblijft is het vermoeden dat vijf verdachten zich hebben schuldig gemaakt aan het voorbereiden van moord. Dat is strafbaar gesteld, ook als de moord niet is uitgevoerd.

Maar hoe bewijs je een misdaad die niet is gepleegd? Dat is moeilijk, zeker als er geen getuigen zijn die daarover vertellen en de verdachten zelf zwijgen, zoals in deze zaak het geval is. Zwijgrecht was het meest gebruikte woord door de verdachten in de rechtszaal.

Volgens officieren van justitie Henk Mous en Koos Plooij heeft het recherche-onderzoek een grote hoeveelheid bewijsmateriaal opgeleverd dat duidt op de voorbereiding van vermoedelijk meerdere liquidaties. Er zijn gestolen supersnelle auto’s gevonden, voorzien van een fles benzine. Maar ook bakens om auto’s op afstand te volgen en beeldmateriaal van mannen uit het drugsmilieu. Het meest opmerkelijk in de ogen van justitie: „uitruksets”. Speciaal geprepareerde tassen met daarin wapens, geluidsdempers, munitie, kogelvrije vesten en handschoenen – klaar voor gebruik.

In de audiovisuele presentatie is het verband tussen de gevonden spullen en de verdachten in perspectief gezet. Belangrijk bewijs daarbij is een gevonden boekhouding waarin nauwgezet is bijgehouden wat de inkomsten en de uitgaven van de groep waren.

Al met al een overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal waarvoor de verdachten niet of nauwelijks uitleg hebben gegeven.

De claim van justitie dat de verdachten lid waren van een criminelen organisatie die wapens voorhanden had – er werden er bijna honderd gevonden – zal voor de meeste verdachten heel moeilijk te bestrijden zijn, zo is de verwachting.

Maar is het bewijsmateriaal óók genoeg om de vijf hoofdverdachten veroordeeld te krijgen voor het voorbereiden van meerdere moorden die niet zijn gepleegd? Dat de verdachten de beschikking hadden over wapens en andere spullen die nodig zijn om een liquidatie te plegen, is daarvoor niet genoeg.

Er moet ook worden bewezen dat ze de intentie en de opzet hadden om die wapens daadwerkelijk te gebruiken. Volgens de officieren van justitie is dat zo. Ze wijzen daarbij bijvoorbeeld op het feit dat er planmatig is gewerkt door filmbeelden te maken van potentiële slachtoffers en hen te volgen met bakens.

Ook het voorhanden hebben van zogenoemde „uitruksets” duidt op planning en intentie. Zeker in combinatie met afgeluisterde gesprekken waarin wordt gesproken over schieten en de prijs voor een moord. De woorden „hitman at your service”, die een van de verdachten bezigde, waren volgens justitie zeker geen grootspraak.

Of de rechtbank deze redenering overneemt, hangt deels af van de pleidooien van de advocaten van de verdachten. Voor hen is het zaak om de komende weken duidelijk te maken dat de verdachten niet van plan waren om die opmerkelijke verzameling spullen te gebruiken voor een liquidatie. Als dat lukt zullen de straffen aanzienlijk lager uitvallen dan de geëiste 14 tot 17 jaar tegen de hoofdverdachten.

En dat is niet alleen voor deze verdachten van belang. Justitie wees er fijntjes op dat de opdrachtgevers van het uitzendbureau voor de onderwereld niet zijn gevonden, terwijl daar in een aantal andere onderzoek naarstig naar wordt gezocht. Zij zijn er volgens justitie verantwoordelijk voor dat conflicten in de onderwereld worden beslecht met grof geweld en groot risico voor de samenleving. De kans dat een van de verdachten gaat praten over die opdrachtgevers wordt groter naarmate de straffen hoger uitvallen.