Historisch besluit van OPEC, maar nog veel onzekerheden

Lage olieprijs

De olieproductie moet omlaag. Maar de gevoelige vraag wie hoeveel produceert is nog onopgelost.

Foto AFP

Een historisch moment, zo noemen kenners het akkoord dat een aantal van de belangrijkste olielanden woensdag in Algiers hebben gesloten. Al was het maar omdat die landen, verenigd in de Organisatie voor Olie Producerende Landen (OPEC), er afgelopen acht jaar niet in slaagden tot gezamenlijke afspraken te komen om de olieprijzen te beïnvloeden. Al die jaren waren ze te verdeeld, wantrouwden ze elkaar te veel.

De OPEC-landen, waaronder oliereuzen (en aartsvijanden) Iran en Saoedi-Arabië, hebben afgesproken dat ze hun productie verlagen, naar 32,5 miljoen à 33 miljoen vaten per dag, een daling met 250.000 tot 740.000 vaten vergeleken met wat vorige maand nog dagelijks door hen werd opgepompt. Door het aanbod te beperken, hopen de landen dat de olieprijs weer stijgt. Die is al tijden uitzonderlijk laag (nu minder dan 50 dollar per vat) en dat is desastreus voor veel OPEC-landen. Hun economieën zijn vaak zeer afhankelijk van de olie-inkomsten.

‘Adders onder het gras’

Maar ook al is er nu een akkoord, er zitten „adders onder het gras”, zegt olie- en gasexpert René Peters van TNO. De belangrijkste: er zijn nog geen afspraken gemaakt wie precies zijn productie gaat terugschroeven, en met hoeveel. Dat besluit valt pas in november, bij de officiële OPEC-vergadering. „Dit was slechts een side event”, aldus Peters. Die bijeenkomst belooft door de grote belangen heel moeilijk te worden. „Het is heel onzeker dus of de afspraken worden gerealiseerd.”

Daarbij komt dat verlaging zoals afgesproken welbeschouwd maar zeer gering is. De totale wereldwijde olieproductie, inclusief van niet-OPEC-landen, schommelt rond 93 miljoen vaten per dag. Mocht de prijsstijging als gevolg van het akkoord blijvend blijken (in reactie op het nieuws steeg de prijs van een vat Brent zo’n 2,50 dollar naar 48,40 dollar), dan zullen Amerikaanse schaliegasproducenten waarschijnlijk weer meer olie gaan produceren, waardoor de prijs vanzelf stabiliseert. Nu is het voor hen vaak nog moeilijk rendabel olie te winnen.

De OPEC-landen hebben zich tenslotte in het verleden niet altijd even netjes gehouden aan afspraken. Eerdere akkoorden over productielimieten werden geregeld geschonden. Een OPEC-land dat besluit zich niet aan een quotum te houden, kan daar financieel wel bij varen. „Dat is altijd het dilemma binnen OPEC”, zegt Peters. „Samenwerking binnen een kartel werkt alleen als alle leden zich aan de afspraken houden.”

Het is dus nog maar de vraag of er echt een einde gaat komen aan het tijdperk van lage olieprijzen – een vraagstuk dat ook anderen bezighoudt. Niet alleen de olielanden hebben daar last van namelijk, maar óók landen die geen olie produceren.

Nederland heeft bijvoorbeeld veel bedrijven die toeleveranciers zijn van de mondiale olie-industrie. Maar bij lage prijzen wordt er weinig geïnvesteerd en dus verkopen zij minder. Stijgende olieprijzen kunnen daarnaast de lage inflatie een zetje kunnen geven. Die lage inflatie is een hardnekkig probleem in de eurozone en centrale banken slagen er vooralsnog niet in om met experimenteel monetair beleid de inflatie aan te jagen.

Grote rol Saoedi-Arabië en Iran

Voor consumenten betekent een hogere olieprijs doorgaans een hogere prijs aan de pomp. Voor hen is het akkoord dus mogelijk negatief. Maar de vraag is ook hier in hoeverre de prijzen structureel hoger worden, en met hoeveel precies. Beleggers reageerden op de aanvankelijke prijsstijging wel positief: het aandeel Shell stond donderdagochtend 5 procent hoger.

Een grote doorbraak is hoe dan ook dat de OPEC-landen hun meningsverschillen ogenschijnlijk hebben bijgelegd. Saoedi-Arabië, de tweede grootste olieproducent, wilde lange tijd niet dat de OPEC-productie omlaag ging. De lage olieprijzen maakten het voor Amerikaanse schaliegasproducenten namelijk moeilijk om te concurreren. Iran wilde ook niet verlagen omdat het zijn productie juist wilde opvoeren, tot het niveau van voor de internationale sancties die de productie in het land jarenlang lam legden. Die sancties zijn nu grotendeels opgeheven.

Iran is nu dichtbij dat oude productieniveau. Saoedi-Arabië kan de lage olieprijs waarschijnlijk niet veel langer dragen. Daardoor lijkt er nu toch ruimte voor samenwerking.