Cultuur

Interview

Interview

©

‘Het is geen probleem als je er soms niet bij hoort’

Daan Remmerts de Vries

(54) schreef een gevaarlijk kinderboek over Elmer, een elfjarige jongen met een stem in zijn hoofd. De stem maakt hem een ander mens, iemand die geen pispaaltje meer is.

Daan Remmerts de Vries schreef misschien wel het gevaarlijkste kinderboek van vorig jaar. Of het ook het beste kinderboek mag heten, zal dinsdag blijken. Dan, aan de vooravond van de Kinderboekenweek, kan Groter dan de lucht, erger dan de zon de Gouden Griffel winnen – hetzelfde geldt voor negen andere boeken. De concurrentie is niet zwak.

„Nèèèh.” Hij denkt zelf van niet hoor, dat hij wint, zegt Remmerts de Vries (1962) aan zijn Amsterdamse keukentafel. Dan zou hij wel een telefoontje van de organisatie hebben gekregen toch, ter controle, om zeker te weten dat hij echt naar het Kinderboekenbal komt? Hoewel: de vorige grote prijs die hij won, de Gouden Lijst voor zijn jeugdroman Tijgereiland, kwam ook onverwachts. Oké, zegt hij, „het kan nog alle kanten op”.

Maar waar we het over moeten hebben, is over Groter dan de lucht, erger dan de zon. Over hoe gevaarlijk dat boek nou precies is. Het verhaal voert je mee in de gedachten van een jongen die valt voor de verleiding van het kwaad. Elmer, de elfjarige hoofdpersoon, hoort een stem in zijn hoofd.

Daan Remmerts de Vries: „Dat is een veel voorkomend verschijnsel. Iedereen voert gesprekken in zijn hoofd, zelfs mensen die weinig fantasie hebben horen stemmen. Is dat erg? Nee. Als je de dingen een beetje laat bezinken op z’n tijd, hoor je vaak vragen waarnaar je moet luisteren.”

Lomax heet de stem en hij kondigde zijn komst in Elmers hoofd aan met de woorden: ‘Je bent niet meer alleen.’

„Hij is eenzaam, ja. Hij kan niet praten over wat hem dwarszit. Hij heeft lieve ouders en zij hebben begrip, dat wel. Ze begrijpen dat hij soms in zijn hoofd leeft, zich een buitenstaander voelt. Maar begrip heeft ook altijd iets neerbuigends. Zeker ouders moeten niet toedekken of verdoezelen wat er aan de hand is, ze moeten de confrontatie aangaan en zeggen waar het op staat.”

Lomax geeft opdrachten en bevelen, maakt een nieuw, ander mens van Elmer, een versie die krachtig en machtig is en geen pispaaltje meer.

„Als je een beetje onzeker bent – en dat is hij, zoals in wezen natuurlijk wij allemaal – dan heb je de neiging om te denken: dit is de stem van iemand anders, en diegene zou het weleens veel beter kunnen weten dan ikzelf. Onzekere mensen vallen dan gemakkelijk voor een sterke stem die ze bevelen geeft.”

Elmer wordt iemand die terugvecht, terugbijt, terugslaat. Die wraak neemt, door in een leeg klaslokaal de vissen van zijn treiteraar uit het aquarium te halen en ze vrij te laten in de vijver.

„Hij voelt zich machtig, terwijl hij als kind natuurlijk vrij onmachtig is. Dat hij dat doet begrijp ik best.”

Omdat hij gestoord is?

„Hij is niet gestoord. Ik zou dit nog net onder het kopje ‘individualisme’ plaatsen. Ik heb dat wel gehoord van mensen om me heen, dat ze Elmer gestoord noemen, en dat vind ik lastig. Ik denk dat het met zorg en aandacht dik in orde zou kunnen komen met hem. Dat hij dan een koppige, eigenzinnige volwassene wordt. Maar ik zou hem niet willen scharen onder de psychiatrische gevallen.”

Maar hij ziet geheime boodschappen in de teksten van zijn schoolboeken: als hij bepaalde letters achter elkaar zet, staat er dat hij in de gaten gehouden wordt.

„Heb je als kind nooit het idee gehad dat je iets zag dat alleen voor jou bestemd was? Dat je in je ooghoek iets zag dat daar voor jou stond, en voor niemand anders. Als kind heb je dat – als volwassene niet meer, dan besef je meestal dat je maar één van de velen bent, een nietig korreltje. Maar denk aan Kees de jongen: dan hoort Kees vioolmuziek uit een huis komen en denkt hij dat het voor hem bestemd is, dat hij viool moet gaan spelen. Dat is ook een goed gevoel. Het zorgt ervoor dat je dingen gaat ondernemen.”

Je hebt dan ook niet het gevoel dat het helemáál verkeerd is dat Lomax Elmer beheerst, want daardoor gaat hij zich eindelijk verzetten tegen de treiteraars en tegen de wereld die verwachtingen heeft waaraan hij niet wil voldoen. En omdat zijn verhaal zo opgeschreven is dat Elmer je rechtstreeks aanspreekt, zodat je als lezer deelgenoot wordt van al zijn gedachtekronkels („zijn foute redeneringen”, zegt Remmerts de Vries), kun je je voorstellen waarom hij eindigt waar hij eindigt. Waarom hij de fietsbanden doorsnijdt. Dat is overigens het moment dat hij betrapt wordt.

En het omslagpunt in Groter dan de lucht, erger dan de zon: dan gaat het te ver, al heb je ook begrip gekregen voor de manier waarop hij daar gekomen is. Had hij dan maar gelaten die pesterijen over hem heen moeten laten komen? Daarom is de foute stem aantrekkelijk: hij biedt eenvoudige, schijnbare oplossingen. „Dat zit in ieder mens, daar maken populisten en de Donald Trumps van deze wereld gebruik van.”

Het omslagpunt betekent ook dat er tegenover de foute stem een goede stem komt te staan. In het laatste deel van het boek ontmoet Elmer op Vlieland een jongeman die Arri heet, een juttende scharrelaar die net een beetje los van de maatschappij leeft en in Elmer een soortgenoot herkent. Hij papt met hem aan, en onderwijst hem over het leven, in een eigenzinnig taaltje: ‘Op schooltje willen ze dat je anders bent, Elmerjochie. Anders dan je bent, bedoel ik. Mooie cijfertjes halen. Meedoen met in je handjes klappen en in de rij lopen en bekje dicht houden. Kun je later fijn boekhouder worden of de baas van Appie Heijn. En als je dat niet kunt of niet wil, dan zijn ze kwaad. Kunnen ze niet tegen.’ Want dan: ‘Hoor je er niet bij. En als je er niet bij hoort. Dan ga je je eigen gang. Is dat slecht. Dacht het niet. Echt niet.’

Daan Remmerts de Vries steekt nog een sigaret op. „Eigenlijk is het een pleidooi voor eigenheid, want dat houd ik in mijn boeken altijd. Laten we vooral zelf blijven nadenken over wat we belangrijk vinden en nee durven zeggen tegen de druk om gezellig mee te doen als je dat niet wilt.

„Wat ik vooral wil laten zien is dat je een beetje anders kunt zijn dan anderen. Het is geen probleem als je er soms niet bij hoort, want ook dan is er nog wel een plek voor je. Zoals voor Arri.”

Je zou nog kunnen zeggen: die Arri is te mooi om waar te zijn en óók een luchtspiegeling. Ook een stem die in Elmer zelf zit, als positief tegenwicht voor Lomax. Mee eens?

„Nee, Arri bestaat echt. Ik heb ook de nodige Arri’s ontmoet. En ik wil graag dat ze blijven bestaan. Dat wil ik zeggen tegen de kinderen die mijn boek lezen: dit zijn niet de schreeuwers of de mensen die eindeloos foto’s op Instagram posten, dit zijn de mensen die je wat minder gauw zullen opvallen – maar ze zijn er, goddank. En ze zijn van wezenlijk belang.”

Lomax verdwijnt niet geheel. Wat wil je daarmee zeggen?

„Die stem zal altijd in Elmer blijven zitten, het is zijn zwarte kant. Dat is realisme: met die gevaarlijke stem zal hij moeten blijven leven. Maar je kunt kiezen wat je de boventoon laat voeren.”

Daan Remmerts de Vries: Groter dan de lucht, erger dan de zon. Querido, 184 blz. € 14,99