Gat in de begroting, gaten in het wegdek

Ruim 700 doden vallen jaarlijks op de verouderde Belgische wegen. Renoveren vereist miljarden maar het geld is op en „de politieke moed ontbreekt”.

Bij een massale kettingbotsing op de A19 nabij Zonnebeke-Beselare kwam in december 2013 een persoon om het leven. Foto Kurt Desplenter/AFP

Het fenomeen is bekend bij de automobilist op weg naar België: plots word je uit je stoel gewipt, de carrosserie begint te rammelen en de wielas kraakt. Langs de weg markeert een blauw welkomstbord de grensovergang. Hier begint het dichtste wegennet ter wereld – 150.000 kilometer aan wegen op een oppervlakte van 30.528 vierkante kilometer – waarmee België zich afficheert als ‘logistiek hart’.

In de praktijk lijdt dat hart aan een permanent verkeersinfarct , zegt de Leuvense emeritus hoogleraar overheidsfinanciën Wim Moesen.

„België investeert nauwelijks nog in het onderhoud. Gevolg: een inferieur wegennet.”

Gaten in het asfalt. Wegdek dat bij regen verandert in een glijbaan. Slechte bewegwijzering. Te veel op- en afritten. Achtergelaten klapbanden en andere wrakstukken op de pechstrook. Alle problemen en gebreken zijn al eens opgesomd als er opnieuw een alarmerend rapport verscheen. Met jaarlijks ruim 700 verkeersdoden behoort het Belgische wegennet tot een van de gevaarlijkste van Europa.

„Elk beschaafd Europees land geeft 3 procent van zijn bruto binnenlands product uit aan publieke investeringen”, zegt Moesen. „In België bedraagt dat slechts 1,7 procent.” In de wereldwijde concurrentieranglijst van het World Economic Forum is de Belgische infrastructuur van een zestiende plaats (in 2008) weggezakt naar de huidige 23ste plaats (Nederland staat op 4) Moesen:

„Het ontbreekt Belgische politici aan moed. Pas als het niet meer valt te ontkennen, zoals onlangs, toen een betonblok in een van de versleten Brusselse verkeerstunnels neerstortte op een auto, komen ze in actie.”

Historisch besluit

In de begroting voor 2017 van het Vlaamse gewest wordt 100 miljoen euro extra vrijgemaakt voor wegenbouw. „Een historisch besluit”, zegt de Vlaamse minister voor mobiliteit Ben Weyts. Zijn jaarbudget stijgt daarmee van 350 naar 450 miljoen.

Maar oppositiepartijen zijn niet onder de indruk. „Dit is knutselen op z’n Vlaams,” zegt Tom Van Grieken van Vlaams Belang. „De begroting is knip- en plakwerk. Net zoals ons wegennet.” Urgente projecten zoals de modernisering van de Antwerpse ring (kosten geraamd op 3,5 miljard) zijn niet in de begroting opgenomen.

Al decennia is de investering in infrastructuur onder de maat, constateert het Vlaamse weekblad Knack. De Belg, levend in een land met de hoogste overheidsuitgaven ter wereld, krijgt niet de infrastructuur die hij verdient, stelt het tijdschrift.

„Maar neem op een hobbelige weg de afslag naar een willekeurige Vlaamse villagemeente, en je vergaapt je aan de individuele rijkdom”, zegt John Crombez, leider van de Vlaamse sociaal-democratische oppositiepartij s.pa.

Het is, volgens emeritus hoogleraar Moesen, de Belgische paradox. Met een gemiddeld individueel vermogen van 85.030 euro staat de Belg volgens de World Wealth Monitor op de vijfde plaats – na de Zwitser, de Amerikaan, de Brit en de Zweed. Moes:

„Tegelijk is er in België weinig ‘civiel kapitaal’, weinig burgerlijk plichtsbesef om te investeren in het publieke domein.”

Te grote uitdaging

‘Kijk toch naar die eindeloze breukband van roestende vangrails!’ schrijft Vlaming Tom Lanoye in zijn roman Het goddelijke monster waarin hij op ironische wijze het Belgische wegennet aanprijst. ‘Daar had je weer zo’n mooi wanstaltig viaduct met betonrot. Schitterend. Verander het en België is België niet meer.’

In de dagelijkse realiteit is het uitgedraaid op een „mobiliteitsinfarct”, zegt Kristof Calvo van de partij Groen. „Het fileleed neemt toe, de onveiligheid is groot en het almaar uitdijende wagenpark zorgt ervoor dat Vlaanderen intussen de vuilste lucht van Europa heeft.”

Het achterstallige wegenonderhoud aanpakken is volgens Calvo een „te grote uitdaging” zolang het merendeel van de overheidsuitgaven gaat naar de financiering van het ambtelijk apparaat. Voor publieke werken blijft te weinig over, zegt hij.

Daarnaast rijden naar schatting een half miljoen Belgen met een fiscaal voordelige bedrijfswagen. Calvo:

„In plaats van te streven naar een overstap van asfalt naar milieuvriendelijk openbaar vervoer, stimuleren we mensen stikkend in het fijnstof aan te schuiven in de eindeloze files.”

In België, bestuurlijk opgedeeld in het Brusselse gewest en de gewesten Vlaanderen en Wallonië, bestaat geen overkoepelend infrastructureel plan. Wegdek en bewegwijzering veranderen daardoor abrupt zodra de automobilist vanuit Vlaanderen over de taalgrens naar Franstalig Wallonië rijdt. „Ieder gewest is verantwoordelijk voor zijn eigen wegennet”, zegt emeritus hoogleraar Moesen:

„In alle gewesten hebben opeenvolgende politieke generaties het verwaarloosd. Als ze moesten besparen, deden ze dat het liefst op infrastructuur. De weg van de minste weerstand, bakstenen betogen niet.”