Recensie

Found in Translation: Zwagermans essay over Nescio en de zon

Because we all have to accompany our time and because many of my colleagues in university now give their colleges in English, I decided to write this column in English. Because if you all have to put this text through Google translate, you’ll lose a lot of time. Above all, my subject today is the translation of Dutch literature, a very actual subject especially because we and Flanders are the Schwerpunkt (heavypoint) of the Frankfurt Book Fair next month. Many Dutch writers, from Connie Palmtrees to Margaret the N-word, will flee all over Germany to promote their books. Many translations are German, but there is also the English version of Joost Zwagermans flowerreading The Penguin Book of Dutch Short Stories. On the back cover I read a citation of Idunno: ‘We were kids – but good kids’. And I thought: ‘gosh’ (‘verhip’). Kids? I would translate ‘jongens’ as ‘boys’ – especially because the heroes of ‘Young Titans’ are very boyish. It made me think about how L.H. Wiener, writer and former English teacher, recently put on the heating with Lydia Davis’ English translation of some vss’s (very short stories) by A.L. Snijders. He criticized Davis for translating ‘Ik geef de man een hand’ as ‘I give the man my hand’. But the story is not about amputation at all!

Tot zover de gimmick, want de Engelse vertaling van (minder dan de helft van) ‘de dikke Zwagerman’ is een fijn boek. Omdat we nu buitenlandse lezers verhalen van Alberts, Biesheuvel en Ruebsamen kunnen laten lezen, maar ook omdat echt Engels je beter laat kijken naar wat er in het Nederlands staat. Om bij de Titaantjes te blijven: die heten nu ‘Young Titans’ en dat is eigenlijk beter, want minder schattig dan het verkleinwoordje. (Misschien is dat niet altijd zo geweest, de titaan is langzaam uit ons dagelijks spraakgebruik verdrongen door de eenlettergrepige reus). De bloemlezing verschijnt elf jaar na het origineel en een jaar na de dood van Zwagerman, die (in september 2014) nog wel de inleiding schreef. Hij legt uit hoe soms een buitenlander nodig is om je te laten zien waar het in een Nederlands verhaal om gaat. In het geval van Nescio wees een Amerikaan hem erop hoe deze misschien wel het ultieme Nederlandse dilemma aanraakt: de onmogelijkheid om onze prozaïsche handelsgeest te verzoenen met de poëtische dromen van een leven dat daar bovenuit stijgt.

Stiekem maakte Zwagerman van zijn inleiding een essay (zijn laatste, in zekere zin) over Nescio en besluit hij met het verlangen van Bavink om de zon te schilderen. Wat dat is? ‘To show madness itself, lurking beneath the surface of the story. To embody madness in language. Just like Bavink wanted to show the sun itself, on canvas.’ Dat past heel precies bij wat er voorin het boek over Zwagerman staat. ‘He took his own life just after publishing a new collection of essays on art, The Museum of Light.’ We zoeken de zon in alle talen.