Recensie

Er zwerft een kat door een briljante leporello

Foto NRC

Het eerste eigen boek van illustrator Floor Rieder (1981), dat verschijnt als het Prentenboek van de Kinderboekenweek, is meteen grensverleggend en overweldigend. Al kun je je misschien afvragen of Waar is Ludwig? wel een boek is. Het heeft geen kaft – er is een soort wikkel die je van het ‘boek’ af moet schuiven. Het heeft ook geen bladzijden – het is een sliert bladzijden in de vorm van grachtenpandjes, een leporello die je moet uitvouwen. Het papier is stevig, zodat je het uitgevouwen boek als een stuk speelgoed kunt neerzetten en de huisjes als een complete straat in de kamer staan.

Oude snoepwinkel

‘Ludwig mijn kat is weer eens verdwenen. Zodra hij de kans krijgt, neemt-ie de benen’, staat er onder het eerste grachtenpand, waar oma naar buiten stapt. Ze zoekt bij de buurman, bij Denny’s Vispaleis, waar we definitief door krijgen dat Rieder ook behoorlijk fijn kan rijmen: ‘’t Maakt niet uit of het zalm of makreel is, zolang het maar vers en vooral lekker veel is.’

Oma komt langs een moeder die voor de deur aardappels schilt, langs een ‘snoepspecialist’ die Het Stroopsoldaatje heet. De stijl van Rieders tekeningen is een eigenzinnige variatie op de nostalgische esthetiek van een oude snoepwinkel. Die stijl, en de manier waarop ze hem inzet, leverde haar al het Gouden Penseel op voor de illustraties in het non-fictieboek Het raadsel van alles wat leeft (2013).

Hollandse huisjes

Ze illustreerde ook een heruitgave van Lewis Carrolls Alice in Wonderland (2014), klassiek sprookjesachtig, maar op eigen wijze. Die lijn loopt door naar die Hollandse huisjes: ouderwets maar eigenzinnig, strak en hoekig, maar ook warm en knus dankzij details en motiefjes, in onkinderlijke, aardse kleuren. Je kunt je er lang aan vergapen, en dan wacht er bij het laatste pand nog een verrassing. Daar is Ludwig, oma vindt hem bij opa. Bovendien blijkt het verhaal op de achterkant van de huizensliert verder te gaan. Daar zien we hoe Ludwig al die tijd door de huisjes scharrelde die we al vanbuiten kenden. We zien nu de opengewerkte inrichting, en wat oma vertelde krijgt in Ludwigs verhaal telkens een slimme tegenhanger (zoals in het studentenhuis: ‘Deze kwajongens drinken schuimend geel water. Ik zie hem hier nooit, maar ze hebben een kater.’) Uiteindelijk blijkt dat Ludwig gewoon lag te slapen op oma’s bed, en dan is de cirkel rond en de wandeling ook.

Floor Rieder heeft een nieuwe, conceptuele prentenboekvorm ontwikkeld en de mogelijkheden ervan ten volle benut. Als Waar is Ludwig? een boek is, is het briljant, en ook als het wat anders is.