Recensie

Een orgie van licht en schaduw

Tentoonstelling

De Friese Lourens Alma Tadema was een van de belangrijkste schilders van Europa, maar raakte na zijn dood vergeten

Mozes gevonden (1904)

Een grappig kuifje en een nieuwsgierige, zelfverzekerde blik. Verbeten bijna. Zo kijkt Lourens Alma Tadema je aan op zijn zelfportret uit 1852. Zestien was hij toen. De in Dronryp geboren en in het nabij gelegen Leeuwarden opgegroeide notariszoon was jongbegaafd. Tegenover het zelfportret hangt een schilderij van een vrolijk schoolmeisje in een vensterbank.

Tot ridder geslagen

Deze twee schilderijen markeren de start van een briljante carrière die Lourens via Antwerpen naar Londen zou brengen. Hij was een van de belangrijkste schilders van Europa, tot ridder geslagen door koningin Victoria, beroemd en invloedrijk tot in onze tijd, al gaapt er in die roem een gat van een halve eeuw na zijn dood waarin hij totaal vergeten raakte.

Het is bijna verbijsterend hoe zwaar regisseurs al sinds 1913 op zijn beeldtaal leunen.

De twee doeken zijn het begin van de uitstekende overzichtstentoonstelling Alma-Tadema, klassieke verleiding in het Fries Museum in Leeuwarden die zaterdag opent, al kan het museum de verleiding niet weerstaan om bij de ingang al even te laten zien hoeveel invloed Tadema heeft op films over de Romeinse oudheid, zoals recent nog Ridley Scotts blockbuster Gladiator (2000).

Het schoolmeisje wisselde Tadema na zijn studie aan de academie van Antwerpen in voor adellijke dames uit de Middeleeuwen. Op huwelijksreis in Italië vindt hij in 1863 zijn definitieve thema: de oudheid. Van theaterbezoekers in Pompeï tot een treurende Agrippina met de as van haar echtgenoot generaal Germanicus. De oudheid biedt hem verhalen plus de geplooide toga’s en het marmer, waarmee hij kan laten zien hoe technisch briljant hij schildert. Zijn werken uit de jaren zestig en zeventig zijn al de orgie van licht en schaduw op bloemen, mantels en gewaden. Alles uiterst realistisch geschilderd, en altijd zeer theatraal van aankleding en pose. In die stijl zal hij tot zijn dood in 1912 blijven schitteren.

Collectie van Ann en Gordon Getty

Sir Lawrence Alma-Tadema, gunstig uitkijkpunt (detail), 1895. Collectie van Ann en Gordon Getty

Sir Lawrence Alma-Tadema

Zijn grote gave is framing. Via perspectief en uitsnede sleurt hij de kijker zijn doek binnen. Bij elk schilderij is het alsof je een sprongetje maakt en aan de andere kant van het doek de mannen op het bankje in de wijnwinkel kan aanspreken. De meeslepende cameravoering, dat oog voor het juiste frame, maakt samen met zijn beheersing van het licht dat hij net als Caravaggio tot op de dag van vandaag een lieveling is van regisseurs.

Tadema wekte met zijn fantasie en inleving het archeologische verleden tot leven. De basis daarvan is zijn grote verzameling schetsen en foto’s van antieke voorwerpen, zijn omvangrijke bibliotheek en zijn groeiende collectie antiquiteiten. Zijn Egyptische krukje duikt in verschillende werken op. In Leeuwarden hangt een tekening die hij maakte in het museum van Mainz van een daar in de buurt opgegraven Romeinse sandaal van gevlochten leer. Nauwkeurig weergegeven als bewijsmateriaal: voorkant, achterkant, zijkant.

Lourens verengelst zijn voornaam en zet een streepje tussen zijn tweede voornaam en zijn achternaam, voilà: Lawrence Alma-Tadema.

Al sinds zijn academietijd is Tadema ook een populair portretschilder. Na de dood van zijn vrouw in 1869, verhuist hij een jaar later naar Londen, waar hij al goed verkoopt. Hij gaat op stand wonen, samen met zijn twee jonge dochters en zijn zus Atje. Lourens verengelst zijn voornaam en zet een streepje tussen zijn tweede voornaam en zijn achternaam, voilà: Lawrence Alma-Tadema (en verzekert zich zo van een plaats bovenaan in alfabetische overzichten).

Fries Museum, Leeuwarden - collectie Het Koninklijk Fries Genootschap. Foto Martin Rijpstra

Sir Lawrence Alma-Tadema, Zelfportret van Lourens Alma Tadema, 1852. Fries Museum, Leeuwarden - collectie Het Koninklijk Fries Genootschap. Foto Martin Rijpstra

In de zalen tussen het vroege werk en zijn bloeiperiode wil het Fries Museum een beeld schetsen van de Londense huizen van de schilder. Om te beginnen zijn ruime atelierwoning Townsend House bij Regent’s Park en vanaf midden jaren tachtig een paleis aan Grove End Road, om de hoek bij de Abbey Road Studios. Er is op de expositie veel te zien, van het grote kamerscherm dat hij samen met zijn jonge tweede vrouw Laura beschilderde, tot een elegante stoel met monogram, zes prachtige borden uit zijn servies, een spiegelkastje en nog meer - maar een indruk van het huis geeft het niet echt. Daarvoor is de presentatie te fragmentarisch en mist een reconstructie als maquette of video.

Wat je wel ziet, vaak als achtergrond van huiselijke portretten van gezinsleden, is hoe enorm veel aandacht Alma-Tadema aan zijn interieur besteedt. Hij decoreert zijn huis met zo veel sfeer en stijl, zodat, in zijn eigen woorden, „mijn blik altijd zou vallen op een object dat zo spannend is dat ik er zin van krijg om te schilderen”.

Extreem

De laatste zalen van Alma-Tadema, klassiek verleiding pakken heerlijk uit met zijn klassieke voorstellingen vol elegante Romeinen in weelderige toga’s. Boven de schilderijen draaien fragmenten van films. Het is bijna verbijsterend hoe zwaar regisseurs al sinds 1913 op zijn beeldtaal leunen. Alma-Tadema’s schilderijen zijn openingen naar een voorbije wereld, en niet alleen voor filmmakers. Wie kijkt, hoort vogels fluiten, of het gefluister van twee vriendinnen, van wie één je schalks aankijkt. Ze hebben het over jou.

Collectie Fries Museum, Leeuwarden. Foto  Martin Rijpstra

Sir Lawrence Alma-Tadema, Entrance of the Theatre (Ingang tot een Romeins theater), 1866. Collectie Fries Museum, Leeuwarden. Foto Martin Rijpstra

De figuren van Alma-Tadema zijn altijd filmisch geposeerd. Er is altijd een lichte dramatische spanning – zelden gevaarlijk, vooral lieflijk en eigenlijk te zoet. Hij doet dat zo extreem en subtiel tegelijk, dat ‘té zoet’ verandert in sensationeel lekker.

Onovertroffen zijn de twee grote meesterwerken van de expositie: Mozes gevonden! (1904) en De rozen van Heliogabalus (1888). De eerste laat een Bijbelse scène zien met de net uit de Nijl geviste Mozes in zijn mandje. Op de achtergrond roze piramides en voor louter blauwe bloemen.

De rozen van Heliogabalus wordt beheerst door een wolk rozenblaadjes. Dat Heliogabalus zijn gasten wil vermoorden door ze onder de blaadjes te verstikken, doet er niet toe. Het is van een schoonheid die eeuwig blijft boeien.