Column

Democratie

Over democratie hoeven we niet lang na te denken. Het is het beste systeem ter wereld, datgene wat ons onderscheidt van de barbaren en het exportproduct dat we desnoods gewapenderhand aan andere landen opdringen. Wat democratisch is, is goed en wat ondemocratisch is, is onderontwikkeld, gevaarlijk en niets minder dan het kwaad zelve. Ondemocratisch zijn is bijna nog erger dan elitair zijn. En dat wil wat zeggen.

Maar wat nu als we over de democratie wel beginnen na te denken, zoals we ooit zijn gaan nadenken over de zekerheid dat de zon om de aarde draait? Zou het mogelijk zijn dat ons heiligste bestuursmodel feilen vertoont?

De Belgische schrijver David Van Reybrouck betoogt dat de democratie in crisis is. „Als we het systeem niet updaten, crasht het binnenkort,” zei hij deze week in De Standaard. Onze eigen nationalistische filosoof Thierry Baudet viel hem bij. Volgens hem volstaat het niet meer om eens in de vier jaar verkiezingen te houden. Om de mondige burger een uitlaatklep te geven, wil hij minstens vier keer per jaar een bindend referendum. Waarover maakt hem niet uit. Desnoods telkens over Oekraïne, gezien het eclatante succes van de vorige keer.

Maar als we de moed hebben om na te denken over de democratie, kunnen we er niet omheen dat zij gelijk hebben in hun analyse van het probleem. Ons heilige democratische bestel, dat boven elke discussie is verheven, is in crisis.

De democratie heeft op het moment eenvoudig niet heel erg veel te bieden. Zij wordt van twee kanten tegelijk uitgehold, van boven en van onder. De erosie van bovenaf komt door het feit dat onze democratisch verkozen gremia steeds minder te zeggen hebben. Elk moeizaam uitonderhandeld compromis in het parlement over een paar miljoen euro voor het een of het ander, is door de geringste schommeling van de financiële markten in een seconde achterhaald. De werkelijke macht ligt daar en bij instituten als de Europese Centrale Bank, die geen enkele democratische verantwoording verschuldigd zijn. We zagen het in Griekenland pijnlijk duidelijk. De democratische wil van het Griekse volk moest wijken voor hogere machten. De democratie is alleen nog wenselijk in zoverre zij financiële belangen van een legitimatie voorziet. Anders komt democratie niet meer zo goed uit.

De uitholling van onderaf komt door populisten die de onvrede monopoliseren en het debat vervuilen met een parodie op politieke stellingnames. Wie Trump hoort debatteren tegen Clinton, komt al gauw tot de conclusie dat de democratie niet meer zo veel te bieden heeft. Een systeem waarin iemand als Trump of Wilders serieus kans maakt op democratisch gelegitimeerde macht, is een falend systeem.

Als de democratie vastloopt, is méér democratie geen oplossing. Democratie is geen doel op zichzelf, maar een middel dat coherent, verstandig, doordacht beleid mogelijk moet maken. Maar ons democratisch bestel bewerkstelligt het tegenovergestelde. Populisten bepalen de agenda en het land wordt geregeerd met een panische blik op de peilingen. Onze ooit zo heilige democratie maakt moed en visie voor de lange termijn onmogelijk.

Democratie is historisch gezien een anomalie. In het oude Athene heeft zij ongeveer vijftig jaar goed gewerkt. In de vijftig jaar in Nederland tussen Drees en Fortuyn functioneerde zij ook naar behoren. Historische parallellen geven ons meer aanleiding om te veronderstellen dat zij over de uiterste houdbaarheidsdatum heen is dan om te geloven dat zij eeuwig zal duren.

Ik zeg niet dat dit goed nieuws is, maar dat het tijd is hierover na te denken.

Ilja Leonard Pfeijffer schrijft elke week op deze plek een column.