Recensie

De goddelijke komedie der genitaliën

Roman In de tweede roman van Peter Sloterdijk buigen drie ervaren dames en drie ervaren heren zich over een onderzoek naar het nut van het vrouwelijk orgasme. Een vreemd boek van de Duitse filosoof: half traktaat, half roman.

Foto Larry Washburn/Getty Images

Peter Sloterdijk is niet alleen een toonaangevende wijsgeer, hij beschikt ook over een zeker komisch talent. Doorgaans manifesteerde dat zich slechts op het podium of in krantenstukken. En natuurlijk in de film waarin hij onder regie van Jan Fabre de rol van mestkever-annex-Sisyphus speelde door al filosoferend een grote bal met problemen door een arcadisch landschap te rollen.

Maar nu is er Das Schelling Projekt, zijn tweede roman na de Thomas Mann-pastiche Der Zauberbaum. In deze satirische brief- en mailwisseling tussen twee dames en drie heren draait het om een gezamenlijk onderzoeksproject waarvoor hoognodig een fikse subsidie moet worden verworven, te weten: een speurtocht naar het nut van het vrouwelijk orgasme.

Had de natuur het maar bij celdeling gehouden, in plaats van dat ingewikkelde gedoe met mannen en vrouwen. Of tenminste de bevruchting zo georganiseerd dat er geen rechtstreeks contact nodig is, zoals bij vissen en reptielen. Maar nee, zoogdieren bergen de eicel diep in het lichaam van de aanstaande moeder op, zodat er penetratrie en ejaculatie nodig is, doorgaans hard en kort. Bij al deze evolutionaire raadselen is er volgens de onderzoeksgroep echter een die de kroon spant: waarom beleeft de vrouw een langdurig en herhaald hoogtepunt, ook nadat zij de vruchtbare leeftijd voorbij is? Zou het soms cultureel of zelfs spiritueel bepaald zijn, en is dat ook de reden dat ze er bij het ouder worden steeds meer zin in krijgt? Dat laatste verzekeren de teamleden althans elkaar.

En zij zouden het kunnen het weten, aangezien zij zelf de vijftig ruimschoots zijn gepasseerd en zowel in academische als seksuele zaken over een schat aan ervaring blijken te beschikken. Hun herinneringen, aan groepsseks onder leiding van een tantra-meesteres maar ook aan de manier waarop universiteiten steeds verder bureaucratiseerden, kleuren de correspondentie dan ook in toenemende mate. Mede doordat er prompt nieuwe seksuele relaties binnen de groep ontstaan en vooral nadat de financiering van het plan door een commissie van hoogleraren genadeloos is afgewezen.

Eigenlijk had niemand anders verwacht. De evolutie immers kent ‘veel hoofdstukken met lege bladzijden’ en nadat men vergeefs heeft geprobeerd een paleo-gynaecoloog bij het project te betrekken leunde het hele onderzoeksvoorstel zwaar, of eigenlijk uitsluitend, op de gedachte dat het in de wetenschap niet alleen maar hoort te gaan om ‘de harde feiten’ maar ook om de ‘harde niet-feiten’, die net zo belangrijk zijn maar alleen door zelfonderzoek en door vertellingen kunnen worden ontraadseld en dan al snel aansluiting vinden bij oorsprongsmythes, bij scheppingsverhalen, kortom bij ‘de hele goddelijke komedie der genitaliën’. Het is immers ‘vrijwel om het even of we nou God of evolutie zeggen, gezien de onmeetbaar grote kloof tussen de rijkdom van onze intuïties over ons bestaan en de armoe van onze conceptuele toegang tot de oorzaken daarvan,’ zo schrijft ‘Peer Sloterdijk’. Filosofie moet daarom vooral diplomatie zijn: ze bemiddelt tussen de wereld van de ervaringen en die van ‘de monsters die bij het nadenken opduiken.’

Deze theorie sluit voor een deel aan bij ideëen van de negentiende eeuwse natuurfilosoof Friedrich von Schelling. Maar natuurlijk volstrekt niet bij de hedendaagse wetenschappelijke praktijk, waarin vooral kwantitatieve resultaten tellen en niet de splijtende intuïtie, de briljante formulering, het fraaie beeld.

Half gelukt

Ze vormt ook het uitgangspunt voor dit vreemde boek, half traktaat en half roman, en ook maar half gelukt. De emailwisseling lijkt alleen maar gekozen om een ratjetoe van onaffe verhaallijnen in een ‘ontgrensde dialoog’ min of meer te verbinden, de personages klinken alle zes als Sloterdijk (al zijn ze getooid met woordspelige namen als Guido Mösenlechzner en Desiree zur Lippe) en de berichten bevatten voor dit medium onwaarschijnlijk lange theoretische uitweidingen die getuigen van een puberaal aandoende verliefdheid op de eigen vindingrijkheid, of misschien wel gewoon van intellectuele onanie. Maar ze zijn wel gelardeerd met fijne bonmots; af en toe moest ik hardop lachen. Om ‘Urlaub’ als het griezeligste woord uit de Duitse taal, om zinnetjes als ‘kitsch en waarheid, is dat niet een oud paar?’ en om het idee dat vrouwen in het algemeen veel meer plezier hebben van seks dan mannen maar dat al sinds de oudheid met z’n allen verbergen en in een wereldwijd complot net doen of ze slachtoffer zijn, in ieder opzicht de onderliggende partij.

Nadat er nog een e-mail uit het hiernamaals is ontvangen, mevrouw Sloterdijk zich door vier verhuizers tegelijk in alle lichaamsopeningen heeft laten nemen en een andere bejaarde alsnog de genoegens van anale seks heeft ontdekt, eindigt het boek in een staat van bevrediging ergens in een landhuis te Zuid-Frankrijk. Bevrediging althans voor de protagonisten, maar niet in ieder opzicht voor de lezer, die het raadsel van het vrouwelijk orgasme in het geheel niet ontsluierd heeft gezien maar slechts bekreund en bewonderd en op een altaar gezet.

In een vraaggesprek heeft de schrijver laten weten dat zijn roman gezien moet worden als verdediging van de vrije seksuele moraal, die bedreigd wordt door steeds meer digitale controle. Het vrouwelijk orgasme kan alleen bloeien in een open samenleving en is daarop dan ook de kroon. Dat het verwijt van gender appropriation – oude bok verlustigt zich aan unieke vrouwelijke gevoelens – in Duitsland vooral door mannelijke recensenten wordt gehanteerd en dat vrouwelijke critici hem juist prijzen moet de sardonische filosoof intussen veel genoegen hebben gedaan.