Asscher door advocaten beticht van ambtsmisdrijf

AOW

De minister overtrad de wet toen hij AOW’ers in door Israël bezet gebied een te hoge uitkering gaf, aldus advocaten Pestman en Zegveld.

Foto Bart Maat/ANP

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) heeft volgens Michiel Pestman en Liesbeth Zegveld een ambtsmisdrijf gepleegd. Dat stellen de advocaten van kantoor Prakken d’Oliveira in een brief die vandaag aan de Tweede Kamer is gestuurd. Het ambtsmisdrijf komt er volgens de advocaten „in het kort op neer dat de minister met opzet gedurende enkele jaren volledig AOW-pensioen heeft uitgekeerd aan personen woonachtig in de door Israël bezette gebieden, in strijd met de op dit punt geldende wettelijke regeling”.

Ministers kunnen alleen in opdracht van de Kamer of de regering wegens een ambtsmisdrijf worden vervolgd. De advocaten vragen daarom de Kamervoorzitter de procedure daarvoor in gang te zetten. Die is weinig kansrijk. Na een speciale enquête moet een Kamermeerderheid opdracht tot vervolging geven aan de procureur-generaal van de Hoge Raad. Dat is nog nooit gebeurd.

Enkele maanden geleden berichtte NRC over de onrechtmatige uitkering van AOW in door Israël bezet gebied. Sinds 2006 hadden deze AOW’ers op hun uitkering moeten worden gekort. Nadat de Sociale Verzekeringsbank in 2013 had ontdekt dat er in strijd met de wet niet was gekort, gaf minister Asscher de SVB opdracht door te gaan met het onrechtmatig uitkeren van AOW. Zo voorkwam hij dat de betrokkenen de publiciteit zochten.

„Een minister mag niet opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de wet”, schrijven Pestman en Zegveld in hun brief, die zij een aangifte noemen. „Ook mag hij geen beschikkingen nemen of bevelen geven waarvan hij weet dat die met die wet in strijd zijn. Doet hij dit toch, dan maakt hij zich schuldig aan overtreding van art. 355 Strafrecht.” Daarop staat volgens de advocaten maximaal drie jaar cel.

De advocaten schrijven de brief in opdracht van Frank van Vliet, werkzaam bij de Erasmus Universiteit en de gemeente Rotterdam. Hij is „verschrikkelijk boos als burger, omdat een minister zich niet aan de wet houdt”. Van Vliet besloot tot deze actie omdat hij vindt dat Asscher „het publieke vertrouwen in het openbaar gezag ernstig heeft ondergraven, ook omdat de Kamer met opzet jarenlang niet op de hoogte is gesteld”.

De kwestie wordt pas gevaarlijk voor Asscher, die dit najaar mogelijk de strijd om het PvdA-lijsttrekkerschap wil aangaan, als voldoende Kamerleden de zorgen over zijn optreden delen. De Kamer wacht echter nog op antwoorden op 156 schriftelijke vragen die zij hem in juli stelde.

„De aangifte, een zeer ernstige aantijging, maakt de beantwoording alleen maar urgenter”, aldus D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. „D66 is heel bezorgd. De aangifte moet heel serieus worden onderzocht.”

De advocaten hebben een kopie van hun brief aan de procureur-generaal van de Hoge Raad verzonden. Want, stellen Pestman en Zegveld, „een bevel van de Kamer is alleen noodzakelijk voor het instellen van vervolging, niet voor het verrichten van opsporingsonderzoek”. Het Openbaar Ministerie kon vanochtend niet reageren. Asscher „bestudeert de brief”.