Amnesty: Soedan gebruikt chemische wapens in Darfur

Onder de slachtoffers zijn veel jonge kinderen. Hun huid verkleurde en werd donker, zo vertellen ooggetuigen aan Amnesty.

Foto satellietbeelden van Jebel Marra in Darfur via Amnesty International.

Het Soedanese leger heeft in de afgelopen acht maanden meerdere keren chemische wapens ingezet tegen de bevolking in de westelijke regio Darfur. Dat concludeert mensenrechtenorganisatie Amnesty International op basis van satellietbeelden en interviews met meer dan tweehonderd getuigen. Soedan begaat hiermee volgens Amnesty een oorlogsmisdaad.

Sinds januari 2016 zouden er meer dan dertig chemische aanvallen hebben plaatsgevonden op de burgerbevolking in het afgelegen gebied Jebel Mara. Gebaseerd op de verhalen van getuigen vermoedt Amnesty dat er tussen de tweehonderd en tweehonderdvijftig dodelijke slachtoffers zijn gevallen, onder wie veel kinderen.

Onafhankelijke experts

De mensenrechtenorganisatie heeft de bevindingen, waaronder foto’s van slachtoffers, voorgelegd aan twee onafhankelijke experts op het gebied van chemische wapens. Zij laten weten dat er waarschijnlijk zwavel-mostergas is ingezet. De laatste aanval was op 9 september. De overlevenden van dergelijke aanvallen lijden aan blindheid, huidziektes en krijgen miskramen.

Een van de getuigen vertelt aan Amnesty dat er bommen vielen vlakbij haar huis. Daaruit kwam zwarte rook, die daarna blauw kleurde.

“Veel van mijn kinderen werden ziek op het moment van de aanval. Ze moesten overgeven, kregen diarree en hoestten veel. Hun huid verkleurde en werd donker alsof het was verbrand”.

Een andere getuige, die gewond raakte door een granaatscherf, heeft zes maanden na de aanval nog last van hoofdpijn. Ook haar baby is slachtoffer. De huid is opgezwollen, ze heeft blaren en wonden. Veel van de slachtoffers hebben geen toegang tot medicijnen. De wonden worden behandeld met zout, limoen en lokale kruiden.

Jebel Mara, het gebied in Darfur waar de chemische aanvallen zouden hebben plaatsgevonden: (tekst loopt door onder kaart)

Oorlogsmisdaad

De vermeende chemische aanvallen op de burgerbevolking zijn volgens Tirana Hassan, onderzoeksdirecteur van Amnesty, een nieuw bewijs voor de oorlogsmisdaden die het Soedanese leger pleegt op zijn eigen bevolking.

“Het gebruik van chemische wapens is een oorlogsmisdaad. Het bewijs dat wij hebben verzameld is geloofwaardig en laat een regime zien dat zonder enige angst voor internationale vergelding de eigen burgerbevolking aanvalt in Darfur”.

Amnesty roept de VN-Veiligheidsraad op om politieke druk uit te voeren op het regime van president Omar al-Bashir om de VN-vredesmacht UNAMID en hulpverleners toegang te verlenen tot het gebied. Verder moet het wapenembargo gehandhaafd worden - China en Rusland zouden dit in het verleden hebben geschonden. Daarnaast moet er volgens Amnesty verder onderzoek gedaan worden naar de inzet van chemische wapens en de verantwoordelijken gestraft worden.

Het Soedanese leger is in de afgelopen jaren al eerder beschuldigd van het inzetten van chemische wapens, zoals bij de oorlog in het oostelijker gelegen gebied van de Nubabergen. Onderzoekers konden beschuldigingen echter nooit hard maken en ook Amnesty komt niet met onweerlegbaar bewijs over het gebruik van chemicaliën in de Jebel Mara. Maar de mensenrechtenorganisatie draagt wel veel bewijzen aan, zoals foto’s, verslagen van ooggetuigen en deskundigen. Alleen uitvoerig onderzoek ter plaatste kan absolute zekerheid brengen, maar de overheid laat geen enkele buitenstaander toe tot het gebied.

Tactiek van de verschroeide aarde

Al meer dan tien jaar wordt er gevochten in Darfur tussen het Soedanese leger, Arabische milities en rebellenbewegingen. Volgens de VN zijn er sinds 2003 meer dan 300.000 mensen omgekomen en 2,5 miljoen mensen op de vlucht geslagen. Het regeringsleger en gelieerde milities zijn al enige tijd aan de winnende hand. Overal in het overwegend vlakke gebied zijn de rebellen naar uithoeken verdreven. In de Jebel Mara waren opstandelingen echter tot begin dit jaar nog overal actief. Daarom begonnen de regeringssoldaten en hun milities er in januari een grootschalig offensief.

De regeringstroepen en hun milities passen al langere tijd in Darfur de tactiek van de verschroeide aarde toe en doen dat nu ook in de Jebel Mara. Ze richten zich daarbij volgens Amnesty op de bevolking die de opstandelingen voedsel zou geven. Sinds januari regent het bommen in Darfur en trekken plunderende en verkrachtende milities en het regeringsleger door het gebied. „Er bestaan harde bewijzen dat het doel van de regeringscampagne is om de bevolking te ontheemden”, schrijft Amnesty.

Tenminste 171 dorpen werden vernietigd of beschadigd en woningen zijn in brand gestoken nadat de bewoners waren gevlucht. Scholen, oogsten en waterputten werden vernietigd en vee gestolen. Amnesty heeft de namen van 367 dodelijke slachtoffers, van wie 95 kinderen, van dit offensief.

Aan de winnende hand

Het offensief heeft voor de overheid het gewenste resultaat opgeleverd: sinds het conflict dertien jaar geleden uitbrak, stonden de rebellen er nog nooit zo slecht voor. President Omar al-Bashir – in 2009 door het Internationale Gerechtshof aangeklaagd wegens vermeende oorlogsmisdaden in Darfur – verklaarde in april zelfs triomfantelijk dat de oorlog voorbij is. Al-Bashir wordt verdacht van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De Arabische Liga en Afrikaanse Unie houden hem een hand boven het hoofd. Zij noemen het arrestatiebevel racistisch en neokoloniaal. Ook China weigert Al-Bashir uit te leveren.

Niet alleen op het slagveld maar ook bij het diplomatieke machtsspel staat Bashir er goed voor. De Europese Unie lokt hem met fondsen om migratie over Soedanees grondgebied via Libië naar Europa te stoppen. Ook uit Saoedi-Arabië komt geld nu Bashir troepen levert voor de Saoedische militaire inspanningen in Jemen. Een gecombineerde vredesmacht van de VN en de Afrikaanse Unie is in Darfur gelegerd maar de 21.000 man van deze missie mogen van de overheid de strijdgebieden niet in en kunnen daarom de bevolking onvoldoende beschermen.

Al-Bashir geeft hulpverleners en journalisten geen toegang tot Darfur. Een van de weinige journalisten die wel het gebied bezocht is Trouw-journalist Klaas van Dijken. Zijn reportage ‘In een grot in Darfur afgesneden van alle hulp’ won vorig jaar in de categorie verslaggeving De Tegel.