Amnesty: Soedan gebruikt chemische wapens in Darfur

Bij aanvallen met chemische wapens door het Soedanese regeringsleger zijn volgens Amnesty meer dan 200 burgers omgekomen. Anderen lijden aan blindheid en huidaandoeningen.

Het Soedanese regeringsleger zet chemische wapens in om een opstand te onderdrukken in de Jebel Mara, een bergketen in de westelijke regio Darfur. Volgens een vanochtend bij de VN in New York gepubliceerd rapport van Amnesty International begaat Soedan hiermee een oorlogsmisdaad.

Amnesty schat dat door chemische wapens bij aanvallen op 32 dorpen 200 tot 250 burgers zijn omgekomen, de meeste kinderen. De laatste gerapporteerde aanval met chemische bommen zou op 9 september hebben plaatsgevonden. De overlevenden van dergelijke aanvallen lijden aan blindheid, huidziektes en krijgen miskramen.

Bij het in 2003 uitgebroken conflict in Darfur zijn het regeringsleger en gelieerde milities al enige tijd aan de winnende hand. Overal in het overwegend vlakke gebied zijn de rebellen naar uithoeken verdreven. In de Jebel Mara waren opstandelingen echter tot begin dit jaar nog overal actief. Daarom begonnen de regeringssoldaten en hun milities er in januari een grootschalig offensief.

De regeringstroepen en hun milities passen al langere tijd in Darfur de tactiek van de verschroeide aarde toe en doen dat nu ook in de Jebel Mara. Ze richten zich daarbij volgens Amnesty op de bevolking die de opstandelingen voedsel zou geven. Sinds januari regent het bommen in Darfur en trekken plunderende en verkrachtende milities en het regeringsleger door het gebied. „Er bestaan harde bewijzen dat het doel van de regeringscampagne is om de bevolking te ontheemden”, schrijft Amnesty.

Tenminste 171 dorpen werden vernietigd of beschadigd en woningen zijn in brand gestoken nadat de bewoners waren gevlucht. Scholen, oogsten en waterputten werden vernietigd en vee gestolen. Amnesty heeft de namen van 367 dodelijke slachtoffers, van wie 95 kinderen, van dit offensief.

De problemen van Darfur hebben talrijke oorzaken, van een verslechterd milieu tot etnische tegenstellingen, en worden ruwweg uitgevochten tussen gearabiseerde Darfuri geholpen door de overheid en zwarte Afrikaanse inwoners die drie rebellengroeperingen sympathiek gezind zijn.

Onweerlegbaar bewijs

Het Soedanese leger is in de afgelopen jaren al eerder beschuldigd van het inzetten van chemische wapens, zoals bij de oorlog in het oostelijker gelegen gebied van de Nubabergen. Onderzoekers konden beschuldigingen echter nooit hard maken en ook Amnesty komt niet met onweerlegbaar bewijs over het gebruik van chemicaliën in de Jebel Mara. Maar de mensenrechtenorganisatie draagt wel veel bewijzen aan, zoals foto’s, verslagen van ooggetuigen en deskundigen. Alleen uitvoerig onderzoek ter plaatste kan absolute zekerheid brengen, maar de overheid laat geen enkele buitenstaander toe tot het gebied.

Het offensief heeft voor de overheid het gewenste resultaat opgeleverd: sinds het conflict dertien jaar geleden uitbrak, stonden de rebellen er nog nooit zo slecht voor. President Omar al-Bashir – in 2009 door het Internationale Gerechtshof aangeklaagd wegens vermeende oorlogsmisdaden in Darfur – verklaarde in april zelfs triomfantelijk dat de oorlog voorbij is. Van de 7 miljoen Darfuri leven er meer dan 2,5 miljoen in kampen in Darfur en buurland Tsjaad. Het offensief in de Jebel Mara de afgelopen maanden zorgde voor opnieuw meer dan honderdduizend vluchtelingen. Sinds 2003 zijn er zo’n 300.000 doden gevallen.

Niet alleen op het slagveld maar ook bij het diplomatieke machtsspel staat Bashir er goed voor. De Europese Unie lokt hem met fondsen om migratie over Soedanees grondgebied via Libië naar Europa te stoppen. Ook uit Saoedi-Arabië komt geld nu Bashir troepen levert voor de Saoedische militaire inspanningen in Jemen. Een gecombineerde vredesmacht van de VN en de Afrikaanse Unie is in Darfur gelegerd maar de 21.000 man van deze missie mogen van de overheid de strijdgebieden niet in en kunnen daarom de bevolking onvoldoende beschermen.