Recensie

Sfeervolle heruitgave van de novelle Irundina

Novelle In de novelle Irundina (1984) gaf Hella S. Haasse gezicht aan een Portugese migranten. De novelle is nu opnieuw uitgebracht met sfeervolle tekeningen van Sylvia Weve.

In de jaren tachtig woonden schrijfster Hella S. Haasse en haar man in Frankrijk, niet ver van Parijs. Daar hadden ze een Portugees meisje als schoonmaakster; ze leefde als vluchtelinge, zonder verblijfsvergunning, een migrante. Ze kwam uit een verpauperde bergstreek. In de novelle Irundina (1984) krijgt zij een gezicht, en vooral geeft Haasse (1918-2011) het meisje moed en levenskracht mee. Het verhaal verscheen eerder in een verzamelbundel en komt nu, mede ter herinnering aan Haasse’s sterfdag – op 29 september vijf jaar geleden – voor het eerst afzonderlijk in boekvorm uit met sfeervolle tekeningen van Sylvia Weve.

In een volmaakte stijl, helder en precies, volgen we het vluchtelingenverhaal van Irundina. Ze komt aan haar naam dankzij een Engelse vrouw die in haar geboortejaar, 1962, op een landgoed verblijft waar haar vader tuinman is. Toen de vrouw hoorde van het aanstaande kind, zei ze dat het een jongetje zou worden dat Hiram moest heten; het werd een meisje en de ambtenaar vergiste zich bij de inschrijving. In de naam Irundina kunnen we ook ‘zwaluw’ lezen, vrij naar het Franse hirondelle.

Dit kleinood verzwijgt meer dan de schrijfster prijsgeeft. Elk woord is gewogen, elke zin nauwgezet genoteerd. Die serene bondigheid is aantrekkelijk, bijna als een gedicht. In kort bestek roept Haasse een drama op van het meisje dat aldoor op de vlucht is.

De carrière van Hella S. Haasse in vogelvlucht. De tekst gaat verder onder de slideshow.

Dit ‘zwaluwmeisje’ vindt schoonmaakwerk bij verschillende families in Parijs. Ze stuurt het zelfverdiende geld naar haar moeder (haar vader overleed toen zij jong was) om het sanatorium te bekostigen waar haar zusje ligt. Ze voelt zich eenzaam en verlangt naar huis. De rijke Parijse meisjes krijgen alle geluk en geld toegewaaid, maar zij moet er hard voor werken in een vreemd land waarvan zij de taal niet beheerst. Irundina’s zelfopoffering is groots en geeft aan haar eigen droom van geluk iets schrijnends. In deze ware gebeurtenis is voor fantasie geen plaats. Daarom spreekt de schrijfster de wens uit ‘dat het lot haar wél gunstig gezind is’. Een mooi motief.

Hoeveel tegenslag Irundina ook ondervindt, telkens gloort de verwachting van een nieuw leven. Aan het slot geeft Haasse een verrassende wending door in de ik-vorm de vertellersrol op zich te nemen. ‘Als dit een verzonnen verhaal was, zou ik wel een goede afloop kunnen bedenken,’ schrijft ze. Maar Irundina is geen fictief personage, zij bestaat echt zoals de schrijfster benadrukt.

Haasse speelt met het idee dat de Engelse dame opnieuw Irundina’s levenspad kruist. Dan is het verhaal afgerond. ‘Ik ken geen toverkunst om de werkelijkheid te veranderen,’ schrijft Haasse. Deze zin, bijna achteloos genoteerd, geeft aan dit juweel een bijzondere lading: ook de lezer zou over die toverkunst willen beschikken om de trieste wederwaardigheden en omzwervingen van het meisje te verlichten. Hiermee is de geheime literaire kracht van Irundina gegeven: Haasse verleidt tot empathie en ontroert de lezer met Irundina’s vluchtelingenlot.