Column

Achterlijk vee

Ik ging naar Geldermalsen om de instapzone te zien. Die hebben ze daar namelijk al, en NS gaat er ook elders mee avonturieren: slimme perronvakken met meer kans op een zitplekje. Zelf liep ik altijd al door naar het rustigste stuk. Of ik sloop snel via de eerste naar de tweede klas. Zo ontstond in treinen vanzelf een natuurlijke spreiding naar IQ. Zonde als dat verloren gaat. Zeg nu zelf, in weldenkend gezelschap is een treinritje toch een stuk aangenamer? Meestal kies ik meteen al voor de eerste klas, waar het gekakel van dat hersenloze kluitjesvee niet doordringt. Klein nadeel: minder hete hertjes. En vooral oud-corpsballen, werkgevers in pak.

Ik tref het, donderdagochtend: een dag van wisselstoringen en defecte sporen. In mijn intercity zit ook de eerste klas tjokvol, en allerminst met intellectuelen. Zou het soms NS-personeel zijn? Maar dat mag toch niet meer in de spits reizen van de baas? Het is alsof je postbodes smeekt geen kerstkaarten meer te versturen.

Natuurlijk, er is een tekort aan materieel door een planningsfoutje. Maar hebben die NS-denkers niet een ietsepietsje gelijk, nu ze stellen dat het komt doordat wij allemaal maar op dezelfde plek verzamelen, op dezelfde uren werken, studeren, eten, slapen en sporten? Zie het onder ogen: wij zijn achterlijk kudde-vee.

Alle spoorwegnieuwtjes deze week waren alleen nog maar het antichambreren van de gifbeker die NS dadelijk gaat uitschenken. Ga maar na. Materieeltekort. Studenten wonen meer thuis – hoera, leenstelsel – dus pendelen massaal. En ook het mbo-vee krijgt straks gratis ov. Tel daar de herfstblaadjes bij op en huiver.

Ging dat achterlijke vee maar eens gedwee in krijtvakken staan, dan hoefden we het nu niet met koevoeten de gangpaden in te wrikken. In de Volkskrant vertelde een verkeerspsycholoog dat in Geldermalsen iedereen inderdaad braaf verzamelt in het vak. Vervolgens stopt de trein altijd verderop. Maar als het sprintertje me op het lange, waaierige perron dropt, zie ik nergens zulke afgebakende vakken.

„O, daar zijn ze mee gestopt”, vertelt het meisje van de kiosk. „Niemand lette erop.” In een NS-jaarrapportage lees ik dat „1/8ste van de reizigers bewust gebruik maakte van de instapzone”.

Verderop trekken twaalf volwassenen en een peuter een sprintje over het perron. Aan het einde staat een rood-wit Arriva-boemeltje, met een conducteur in de deuropening. Die stuurt ze eerst langs de in- en uitcheckterminals, want ze wisselen van vervoersmaatschappij. Hoofdschuddend bekijkt hij hen. Of mij. Welk rund reist dan ook blind achter een verkeerspsycholoog aan?

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column, op andere dagen doen Tom-Jan Meeus en Jutta Chorus dit.