Verzetsstrijders

CULRoosmalen 1

“Zou jij bij het verzet gaan als het nu oorlog was?”, vroeg de vriendin toen we Stadsbioscoop Rembrandt in Arnhem uitliepen. We waren naar de film Riphagen geweest. Hoewel de film zoals alle Nederlandse oorlogsfilms op ‘ware gebeurtenissen’ was gebaseerd, overtuigde alleen Jeroen van Koningsbrugge als de gewetenloze onderwereldfiguur Andries Riphagen. Hij was zo goed dat de rest van de acteurs er maar een beetje bij hing.

Vooral de ‘verzetsstrijders’ maakten er weer een potje van. Na het zien van tig ‘op ware gebeurtenissen’ gebaseerde Nederlandse oorlogsfilms vind ik het ondertussen heel begrijpelijk dat men oud-verzetsstrijders geen rol in het bestuur van Nederland heeft gegeven, zoals Koningin Wilhelmina direct na de oorlog zo graag wilde.

In Paul Verhoevens Zwartboek lieten ze zich simpel tegen elkaar uitspelen door de veel slimmere Duitsers. En ook in Riphagen werden ze weer heel gemakkelijk verraden en opgerold. Door een joodse vrouw dit keer – ‘ze moest wel’ – die, nadat ze de opdracht had aanvaard, binnen mum van tijd was geïnfiltreerd.

De rest van de verzetsstrijders had niets in de gaten, ze hingen wat met elkaar op een zolder waar ze volgens regisseur Pieter Kuijpers Engelse plaatjes draaiden, whisky dronken, sigaretten rookten en snode plannetjes smeedden. Wat ze bij het verzet ook de hele tijd deden, was zich verkleden als Duitse militairen.

„Nu gaan ze iets overvallen”, verklapte ik alvast aan de vriendin toen we een van de verzetsstrijders ineens in Duits uniform zagen. Zo’n overval is in de Nederlandse oorlogsfilm meestal het begin van de ondergang. Dat begon al in Pastorale 1943 (uit 1978) waarin een van de overvallers werd herkend, maar in Riphagen slaagde de overval op de Landsdrukkerij in Den Haag wonderwel. Het werd op de verzetszolder gevierd met nog meer muziek, drank en sigaretten.

Je hoefde geen helderziende te zijn om te weten dat dat zooitje B-acteurs in de rest van de film geen partij zou zijn voor de magistrale Jeroen van Koningsbrugge, wiens hoofd we zo vaak in debiele televisiespelletjes hadden gezien, dat we hem maar gewoon Jeroen van Koningsbrugge bleven noemen.

„Natuurlijk ga ik niet bij het verzet”, zei ik na afloop tegen de vriendin. „En zeker niet als Jeroen van Koningsbrugge meedoet met de Duitsers.”

Ze begreep het wel, ze had zelf ook gezien hoe schandalig Jeroen van Koningsbrugge zich in de oorlog had gedragen. Je zou willen dat hij dat bij Ik hou van Holland ook eens deed, maar dat was een onrealistische fantasie en dat wist ik zelf ook wel.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.