Verguisd in Israël, gerespecteerd erbuiten

NecrologieSimon Peres (1923-2016)

Israëlische minister, premier, president en winnaar van de Nobelprijs werd in eigen land verguisd, maar internationaal gerespecteerd. Hij was vaak precies daar waar hij moest zijn om geschiedenis te maken.

Op de beroemde foto stond hij in het midden, niet geheel onterecht. Misschien meer dan Yitzhak Rabin en Yasser Arafat, die hem flankeerden, verdiende Shimon Peres de Nobelprijs voor de Vrede. De op 93-jarige leeftijd overleden politicus speelde in 1993 een doorslaggevende rol bij de totstandkoming van de Oslo-akkoorden, een in theorie historische doorbraak in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Dat de impact van deze akkoorden uiteindelijk tegenviel, was Peres niet aan te rekenen.

De Oslo-akkoorden waren bepaald niet de enige verworvenheid in zijn carrière. Als de Israëlische politicus met veruit de langste adem had hij een beslissende invloed op tal van zaken die het land heden ten dage definiëren, van de kernreactor in Dimona tot het begin van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Tussen 1959 en 2014 diende Peres onafgebroken de publieke zaak – twaalf keer als minister, drie keer kort als premier en vanaf zijn 83ste als president. Toen hij zeven jaar later afscheid nam, deed hij dat als het oudste staatshoofd ter wereld.

Het in Israël overwegend ceremoniële presidentschap kan gezien worden als erebaantje ter beloning voor zijn jarenlange inzet voor de staat – maar Peres leunde zeker niet tevreden achterover. Tot op zeer hoge leeftijd brandde bij hem de ambitie om het verschil te maken, getuige ook het feit dat hij op zijn 82ste nog de Arbeiderspartij leidde en een jaar later nog minister werd voor Ontwikkeling van de Negev en Galilea.

Het politieke leven van Peres, op 2 augustus 1923 als Szymon Perski geboren in het Poolse Wiszniew, nu Visjneva in Wit-Rusland, in 1934 met zijn ouders naar Tel Aviv in mandaatgebied Palestina geëmigreerd, stond in het teken van zijn eeuwige rivaliteit met Yitzhak Rabin, ook al werden ze bij ‘Oslo’ in één adem genoemd. Toen Rabin in 1977 na een fraudeschandaal moest aftreden – zijn vrouw bleek tegen de regels in een buitenlandse bankrekening te hebben – verdacht hij Peres ervan de betrokken journalist te hebben ingelicht. Peres is in Rabins memoires een „onvermoeibare intrigant”.

Eeuwige rivaal Rabin

Bijna was Peres nooit bij ‘ Oslo’ betrokken geweest. Toen Rabin in 1992 premier werd, stelde hij Peres alleen aan als Buitenland-minister omdat hun partij dit eiste. Het liefst had Rabin zijn rivaal buiten de onderhandelingen met de Palestijnen gehouden. Zoals wel vaker in zijn carrière was Peres precies daar waar hij moest zijn om geschiedenis te maken.

Dat talent openbaarde zich al in de jaren 50, toen Peres zich als begindertiger had opgewerkt tot vertrouweling van premier Ben-Gurion. In 1954 werd hij directeur-generaal op Defensie, hij mocht naar Parijs voor gesprekken over een aanval op Egypte. In de wandelgangen bereikte hij iets veel belangrijkers: overeenstemming met de Fransen over het bouwen van een kernreactor in de Negev-woestijn. Dat Israël vandaag de dag een kernmacht is, iets wat nooit formeel is toegegeven, heeft het te danken aan de raspoliticus Peres.

Als beloning werd hij staatssecretaris van Defensie in 1959. Het begin van 55 onafgebroken jaren in dienst van de staat. Drie keer was Peres leider van de Arbeiderspartij, twee keer ging hij mee met een doorbraakpartij in het centrum – in 1965 met Ben-Gurion naar Rafi en in 2005 met Ariel Sharon naar Kadima. Even zo vaak keerde hij terug bij de moederpartij.

In zijn lange politieke carrière won hij opmerkelijk genoeg zelden tot nooit een verkiezing. Altijd als het erom spande, zij het binnen zijn eigen partij of voor de algemene verkiezingen, legde Peres het af. Dat begon in 1974, toen hij het voor de eerste maal opnam tegen Rabin om het lijsttrekkerschap van de Arbeiderspartij, die sinds 1948 onafgebroken aan de macht was geweest. Peres gold als hyperintelligente bureaucraat, Rabin genoot het voordeel van een verleden als generaal tijdens de Zesdaagse Oorlog. Rabin won nipt, net als drie jaar later. Toen Peres alsnog lijsttrekker werd nadat Rabin wegens fraude was afgetreden, verloor de Arbeiderspartij voor het eerst sinds de oprichting van de staat Israël de verkiezingen van het rechtse Likud, een beweging die al dertig jaar onder leiding stond van Menachem Begin. Zelfs in 1996, toen Peres na de moord op Rabin electoraal alles mee had, verloor hij de verkiezingen, van Benjamin Netanyahu. Als het op het winnen van algemene verkiezingen aankwam, schrijft politicoloog Ahron Bregman in zijn boek A History of Israel, ,,leken de kaarten altijd in Peres’ nadeel geschud”. Binnen een paar weken na aankondiging van de verkiezingsdag verloor Peres zijn grote voorsprong in de peilingen, vooral door hevige bomaanslagen. Ook liet hij het leger hard terugslaan tegen Hezbollah, waarbij per ongeluk 105 burgers werden gedood. „Een verschrikkelijke klap voor zijn prestige, zowel binnen als buiten Israël”, aldus Bregman. „In plaats van over te komen als sterke man leek hij nu incapabel om het leger te leiden.”

De enige keer dat hij wel de algemene verkiezingen won, in 1984, wist hij weer geen linkse coalitie te smeden. Hij ging in een regering met Likud waarin hij het premierschap afwisselde met Yitzhak Shamir.

Inhoudelijk vocht Peres jaren de strijd uit met Likud over de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Waar Likud ze altijd wilde uitbreiden, zocht Peres vergeefs naar manieren de rem erop te zetten. Toch was het Peres die aan de basis had gestaan van de kolonistenbeweging. In 1975 gaf hij als Defensie-minister toestemming aan kolonisten zich ‘tijdelijk’ te vestigen in een militair kamp. Vanaf daar werden ze naar een andere locatie op de Westelijke Jordaanoever verplaatst. Daar zijn ze nooit meer weggegaan.

Vergezochte fantasieën

Tijdens de Oslo-onderhandelingen openbaarde zich bij Peres weer wat zijn biograaf Michael Bar-Zohar omschreef als zijn neiging naar een „massaproductie van creatieve plannen en ideeën”, die soms ontaardden in vergezochte fantasieën. De onderhandelingen waren in december 1992 begonnen als apolitieke bijeenkomst van een PLO-beambte en een Israëlische hoogleraar. Pas toen zij een aantal basisprincipes hadden uitgewerkt, werden de politici erbij betrokken. Hierbij stond Peres voorop. Telefonisch kraakten hij en Arafat enkele harde noten, onder meer over de vraag wie controle kreeg over de grensovergangen tussen toekomstig Palestijns gebied en buurlanden Egypte en Jordanië. De grenspassages zouden ‘gecoördineerd’ worden. Ook was Peres, met Arafat, verantwoordelijk voor het opdelen van de Westelijke Jordaanoever in drie regio’s – A, B en C – met diverse Israëlische en Palestijnse bevoegdheden. Deze constructie was bedoeld als tijdelijk, maar geldt nog steeds. De Palestijnen, die de constructie inmiddels als bijzonder nadelig ervaren, vervloeken Peres er nog steeds om.

Ook in eigen land genoot hij nooit de populariteit die je zou verwachten. Bregman noemt als zijn belangrijkste gebrek dat hij „elk gevoel behalve vertrouwen” opriep. „Volgens veel Israëliërs was Peres een grillige, manipulatieve, principeloze en onbetrouwbare politicus, die loyaliteit steevast beloonde met ontrouw.”

Het verschil met de internationale appreciatie voor Peres kon niet groter zijn. Zeker in zijn laatste jaren gold hij als een elder statesman die, onder meer met zijn Peres Center for Peace in Jaffa, de belichaming was van het Israëlische kamp dat, ondanks alles, naar vrede met de Palestijnen bleef streven. Ook al heeft Peres met zijn neus boven op bijna de hele Israëlische historie gezeten, die ultieme bekroning is uitgebleven.