Column

Schilderijen hebben daglicht nodig

Het nieuwe museum Voorlinden bij Wassenaar werd in deze krant een daglichttempel genoemd. Onder ingenieus gefilterd noorderlicht komt de moderne kunst die Joop van Caldenborgh heeft verzameld het best tot zijn recht. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft ook zalen met mooi daglicht, het bovenlicht in de erezaal is zelfs beroemd. Toch zullen de mooiste stukken in bezit van het museum daar niet meer getoond worden. Geen rosy fingered dawn meer bij daglicht. De vaste collectie verhuist naar de nieuwbouw, naar de kelder onder de badkuip.

Kelder klinkt iets oneerbiediger dan nodig, want het gaat hier om een open ruimte van meer dan duizend vierkante meter. Het is geen rommelhok. Maar het woord kelder geeft wel aan wat er ontbreekt: licht. De zaal heeft geen enkel raam. Die zaal leek op de eerste plaats bedoeld voor kunst die geen daglicht kan gebruiken, voor film, video en ander bewegend beeld. Op de site van het Stedelijk staat nog als aanprijzing: „De kelder biedt de grootste tentoonstellingszaal van Amsterdam, die zonder daglicht geschikt is voor vele vormen van hedendaagse kunst.” Niet zozeer dus voor schilderijen en beelden, waarschijnlijk nog steeds de hoofdmoot van de collectie.

Beeldend kunstenaar Jan Andriesse schreef daarover in een ingezonden brief aan deze krant: „Schilderijen hebben gefilterd, indirect daglicht nodig, een muur in het lood en een goede akoestiek.” In het oude Stedelijk is dat allemaal voorhanden. „Waarom, waarom, in hemelsnaam moet die schitterende collectie naar een donkere kelder, om te eindigen op veredelde schotjes met spotjes?”

De voornaamste reden die het Stedelijk voor de voorgenomen verandering heeft gegeven, is dat de indeling van het museum niet helder is. Bezoekers konden de weg niet vinden. Zou dit echt de handigste oplossing voor dat probleem zijn? Volgens Martijn Sanders is het een geldkwestie. Het inrichten van een tentoonstelling in de kelder is erg duur, zegt hij in Het Parool. Elke keer moet er een architect voor worden aangetrokken. Dat gebeurt ook voor de opstelling van de vaste collectie, maar dan hoeft het niet elke drie maanden opnieuw. Voor de nieuwe inrichting is Rem Koolhaas gevraagd. Die zal moeten voorkomen dat de Mondriaans en de Malevitsjen ‘op veredelde schotjes met spotjes’ eindigen, dat de rozenvingerige dageraad niet verdort. Maar misschien is Mondriaan zonder daglicht nog wel veel mooier. En het is tegenwoordig vast makkelijk geworden om daglicht te simuleren. Misschien kunnen er dan in één moeite door ook wel replica’s van de schilderijen worden opgehangen.

Tijdelijke tentoonstellingen zullen in het oude gebouw worden getoond. Laten we hopen dat de eerste expositie daar er geen van een videokunstenaar is. Dan is het licht uit het hele gebouw vertrokken.

is redacteur cultuur