Op stoomcursus voor een baan

Tech

Het tekort aan softwareprogrammeurs wordt in Silicon Valley opgelost met speciale bootcamps. Twaalf weken ploeteren en daarna direct aan de slag.

Foto’s HackReactor

Tientallen studenten, voornamelijk twintigers en dertigers (veel mannen), zitten aan hun beeldschermen gekluisterd. Daarop staan duizenden regels Javascript.

De studenten zijn bezig met een stoomcursus coderen bij HackReactor, een ‘codeerbootcamp’ in San Francisco. In twaalf weken worden ze opgeleid tot volwaardige softwareprogrammeurs die aan de slag kunnen bij grote techbedrijven als Dropbox of AirBnB, of bij kleinere start-ups. Zes dagen per week zitten ze van 8 uur ’s ochtends tot middernacht op de HackReactor-campus. Ze worden ondergedompeld in de Silicon Valley-cultuur van coderen. „Wij willen mensen klaarstomen voor succes”, zegt Shawn Drost, softwareprogrammeur en mede-oprichter van HackReactor.

„De meeste studenten gaan naar de universiteit omdat ze een goede baan willen. Ik denk dat je hen met het bootcampmodel veel beter bedient.”

In de Verenigde Staten is, net als in Nederland, een tekort aan programmeurs. Volgens het ministerie van Arbeid waren er in 2014 ruim 1,1 miljoen banen voor programmeurs. In 2024 zullen dat er al ruim 1,3 miljoen zijn – een toename van 17 procent. De opleidingen computerwetenschap aan de universiteiten kunnen die vraag niet bijbenen. Ze duren te lang en zijn te weinig gericht op de programmeervaardigheden waar de arbeidsmarkt nu om vraagt. Ze leiden op tot computerwetenschapper, niet tot programmeur.

Ook Drost, die eerder in de techsector werkte, vond het moeilijk om geschikte werknemers te vinden. Hij had net een vriend leren coderen, en ontdekte zo hoe het was om iemand zonder technische achtergrond op te leiden tot programmeur. Namelijk: korte instructie en daarna op eigen houtje een probleem oplossen. En zo stap voor stap de basisvaardigheden van het programmeren aanleren. Drie jaar na de oprichting van HackReactor hebben Drost en zijn mede-oprichters honderden afgestudeerde softwareprogrammeurs aan een baan in de techindustrie geholpen.

Meer dan 70 uur per week

HackReactor is zeker niet de enige die deze codeerbootcamps aanbiedt. Volgens de start-up Course Report, die deze bootcampsector analyseert, waren er in de VS in 2015 67 codeerbootcamps met een gezamenlijke omzet van 172 miljoen dollar. Ze hebben vrijwel allemaal dezelfde vorm: twaalf weken, meer dan 70 uur per week. Kosten: tussen de 10.000 en 20.000 dollar.

Zo is er het bootcamp Hackbright (voor vrouwen), en Telegraph Academy (voor mensen met verschillende etnische achtergronden). En dan zijn er nog de online cursussen van bijvoorbeeld CodeAcademy of Coursera en bootcamps die voor een ander vak, bijvoorbeeld marketeer of grafisch vormgever, opleiden. Vorig jaar was volgens Course Report een kwart van alle 65.000 afstuderende softwareprogrammeurs afkomstig van een bootcamp.

Leo Adelstein (20), halverwege zijn opleiding bij HackReactor, verkoos het bootcamp boven een vierjarige universitaire opleiding. „Het rendement op mijn investering leek me veel hoger dan bij een universiteit”, zegt hij. Voor twaalf weken HackReactor betaalt hij 17.780 dollar (bijna 16.000 euro). Voor een vierjarige opleiding aan een publieke universiteit zou hij waarschijnlijk het viervoudige kwijt zijn, aan een private universiteit nog een veelvoud daarvan. Adelstein: „Ik wilde nú iets leren en dat momentum gebruiken om aan het werk te gaan.”

Anderen zien een bootcamp als aanvulling op hun universitaire diploma of willen zich vanwege de gunstige arbeidsmarkt omscholen naar softwareprogrammeur.

Tijdens de lunchpauze is het muisstil op de achtste verdieping van het gebouw aan Market Street, de straat in San Francisco waar onder meer Twitter en Uber hun hoofdkwartier hebben. „We stimuleren de studenten om tijdens de pauzes naar buiten te gaan”, zegt Pamela Greenberg, mentor bij HackReactor. „Anders komen ze echt de hele dag niet achter hun bureau vandaan.”

Greenberg is een van de mentoren en studie-adviseurs die bij HackReactor werken om de mentale gezondheid van de studenten in de gaten te houden. Burn-outs liggen op de loer. Maar nog veel voorkomender is het zogenaamde ‘Impostor Syndrome’, zegt ze.

„Dan gaan de studenten geloven dat ze het niet verdienen om hier te zijn. Ze schrijven hun succes niet aan zichzelf toe en zijn bang dat ze overkomen als een bedrieger.”

Adelstein heeft daar geen last van, zegt hij. Het programma is inderdaad zwaar, maar de band met zijn studiegenoten is zo sterk dat hij het goed aankan. „Ik ben ver weg van mijn familie en vrienden, maar tijdens het programma worden de mensen hier een soort familie.” Zijn studiegenoot Erin Kavenaugh (24) beaamt dat. „HackReactor is gedurende drie maanden je sociale leven.”

Oprichter Shawn Drost ziet een grootse toekomst voor HackReactor en ReactorCore, het netwerk van codeerbootcamps dat hij heeft opgericht. „We zijn bezig een nieuwe sector in het hoger onderwijs te creëren, gebaseerd op het bootcampmodel.” Maar wat is er mis met een meerjarige, brede universitaire scholing? Drost:

„De maatschappij verwacht van een eeuwenoud instituut als de universiteit dat het zich aanpast aan de eisen van een nieuwe innovatie-economie. Ik bouw liever een nieuw instituut dat voldoet aan die vraag.”

Geen one-trick pony’s

2809ECO_hack_7k

En wat hebben afgestudeerden van een bootcamp aan hun diploma als die vraag van de arbeidsmarkt weer verandert? „Wij leren studenten niet alleen maar hoe ze moeten coderen”, zegt Drost. “Ook voor een opleiding met een focus op carrière is het noodzakelijk om aandacht te hebben voor soft skills.”

Mentor Greenberg roemt bijvoorbeeld de communicatietraining die de studenten krijgen. „Er bestaat een clichébeeld van programmeurs die niet met andere mensen kunnen omgaan,” zegt ze, „maar we leren ze juist om in teams te werken en om hun ideeën om te zetten in begrijpelijke taal.”

Bang dat hij one-trick pony’s opleidt, is oprichter Drost niet. „De vaardigheden die je hier leert, komen ook goed van pas als je ander werk gaat doen.” Ook student Adelstein is niet bang dat hij voor de rest van zijn leven maar één vak kan uitoefenen.

„Als ik iets anders wil gaan doen, doe ik toch gewoon weer een bootcamp?”