Negen jaar voor beeldenstorm in Malinese stad Timboektoe

Voor het eerst is het Internationaal Strafhof in Den Haag tot een veroordeling gekomen wegens het vernietigen van cultureel erfgoed.

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag heeft de Malinees Ahmad al-Faqi al-Mahdi dinsdag veroordeeld tot negen jaar cel wegens de vernieling van graftombes en een moskeepoort in de historische stad Timboektoe in het noorden van het land. Het is voor het eerst dat het Strafhof iemand heeft vervolgd voor het vernietigen van cultureel erfgoed, door de aanklager omschreven als een „oorlogsmisdaad”.

Al-Mahdi, die ook als eerste verdachte van het Strafhof schuld heeft bekend, pleegde zijn daden in 2012, toen extremistische groepen, Toearegs en aan Al-Qaeda gelieerde jihadisten, oprukten in Mali en grote delen van het noorden in bezit hadden genomen, inclusief Timboektoe. Hij had de mausolea tot doelwit gekozen omdat hij de bouwwerken beschouwde als een vorm van afgoderij. Vorige maand bij het begin van het proces in Den Haag betuigde hij evenwel diepe spijt en vroeg hij de inwoners van Timboektoe om vergiffenis.

Hij zei dat hij zich had laten meeslepen door „een groep ontaarde mensen” in hun slechte daden. „Ik roep alle moslims op zich niet in te laten met acties zoals ik heb ondernomen, want dat leidt tot niets goeds voor de mensheid”, zei hij. Zijn advocaat liet doorschemeren dat Al-Mahdi zou kunnen leven met een eis van negen tot elf jaar, en daar niet tegen in beroep zou gaan.

Mensenrechtenorganisaties en ook Unesco, de onderwijs- en cultuurorganisatie van de VN juichen de vervolging van Al-Mahdi toe. Ze verwijzen daarbij naar de vernietiging van cultuurgoed in landen als Syrië en eerder Afghanistan. Critici verwijten het Strafhof evenwel dat veel ‘echte’ oorlogsmisdadigers buiten schot blijven. Ze zeggen ook dat Al Mahdi geen onbelangrijke rol speelde in Timboektoe, maar vergeleken bij andere jihadleiders slechts een kleine vis was