Column

Lezen voor straf

Democratie slaat naar binnen. De in 2014 overleden politiek filosoof Grahame Lock zei dit eens lachend, als reactie op wat hij thuis meemaakte. Daar was tegen hem geroepen: „Ja, en wat? Dat is ook maar gewoon jouw mening!”

Onderliggende gedachte: ieders mening is evenveel waard. Lock geloofde het niet. En hij zag eenzelfde soort misverstand bij ons geloof in de rechtsstaat. Die is cruciaal, bevestigde hij, maar niet als er de vreemde ethische draai aan wordt gegeven dat oordelen niet past over gedrag dat bij wet is toegestaan.

Iedereen die kinderen opvoedt, weet dat het niet volstaat te vertellen wat niet mag. Tenminste, als je wilt dat het interessante, aardige en onderzoekende mensen worden. In dat geval is het van belang ook te vertellen wat wél te doen.

Zoiets moet de rechter Paola Di Nicola hebben gedacht toen zij vorige week een straf uitsprak tegen een klant van een 15-jarig hoertje. Het meisje vormde onderdeel van een seksnetwerk dat opereerde in Parioli, een sjieke buitenwijk van Rome. De leider kreeg negen jaar gevangenisstraf. De 35-jarige klant kreeg twee jaar, plus de opdracht, zo vonniste Di Nicola, om een dertigtal boeken voor het slachtoffer te kopen. Die moeten haar over “vrouwelijke waardigheid” leren.

Het zijn niet de eenvoudigste werken. Van Vita Activa van de filosofe Hannah Arendt tot maar liefst alle drie de delen van De geschiedenis van vrouwen in het Westen; en zelfs een studie naar vooroordelen van een Italiaanse psychologe.

Di Nicola, tevens auteur van het boek Een vrouw in de rechterlijke macht, is duidelijk een rechter die gelooft in de transformatieve kracht van boeken. Kunst & kennis maken ons andere mensen. Tegelijk ziet ze het minderjarige hoertje kennelijk niet alleen als slachtoffer. Ze prostitueerde zich, zo meldde een politierapport, om „makkelijk geld” te verdienen. Daarmee kocht ze „kleren en de allernieuwste smartphones”. Mevrouw de rechter heeft daar een oordeel over – en dat mag. Of is zelfs wel mooi.

Achter haar vonnis lees ik een enorme zucht. Het is dezelfde zucht die ik hoorde toen ik als 15-jarige voor de zoveelste keer naar de conrector was gestuurd. Wat moest hij? Mij weer het schoolplein laten vegen? Hij besloot iets anders. Hij liep naar de kast, pakte De naam van de roos van Umberto Eco, gooide het voor me neer en zei: „Overmorgen krijg ik een verslag van je.”

Pieter van Os schrijft wekelijks over gekrakeel in de kunst