Kunst te koop in de Kalverstraat

Kunsthandel

Het Singer Museum in Laren heeft in haar museumzalen de legendarische kunsthandel van Frans Buffa & Zonen gereconstrueerd

Jan Sluijters: Portret van Tonia Stieltjes (ca. 1920, formaat 132x116 cm) Collectie Singer

In de etalage links naast de entree hangt Angeleke met heur blommekens, een groot portret van een vrouw in avondjurk met een bouquet bloemen in haar armen. In de rechteretalage hangt een aankondiging: ‘Nieuwe werken door Kees van Dongen, toegang 70 cent’.

Decennialang konden passanten in de Kalverstraat in Amsterdam, ooit een chique winkelstraat, zich vergapen aan de moderne kunst in de etalages van Kunsthandel Frans Buffa & Zonen. Een van de eerste exposities van Vincent van Gogh, twee jaar na zijn dood, was bijvoorbeeld bij Buffa.

Kranten en tijdschriften deden soms verslag van de opwinding die de etalages veroorzaakten. Onder de kop ‘Van Dongen over de tongen’ publiceerde De Telegraaf in 1938 een serie foto’s, gemaakt met een verborgen camera vanuit de kunsthandel. Te zien zijn de drommen voorbijgangers die de schilderkunst becommentarieerden. Onder een foto van vier jonge vrouwen met hun neus tegen de ruit staat: „Wat een raar mensch. Vin jij er wat an?”

Onder de titel Schoonheid te koop wijdt Singer Laren een tentoonstelling aan de firma Buffa, die van 1790 tot 1951 een stempel drukte op de kunstmarkt en de smaak van het Nederlandse publiek. Het museum heeft de winkel gereconstrueerd; bij het begin van de expositie kijkt de bezoeker door de ruiten naar Angeleke. Daarna betreedt hij door de toegangsdeuren de toonzalen van de firma Frans Buffa & Zonen. Die enscenering helpt de verbeelding op gang te brengen, want op het adres Kalverstraat 39 herinnert niets meer aan de tijden van weleer; daar is nu een snoepwinkel van Jamin gevestigd.

Prentenventers

Collectie Singer

Buffa: Souvenir de la Hollande. Collectie Singer

De oorsprong van Frans Buffa & Zonen ligt in het Italiaanse bergdorp Pieve Tesino. Daar woonden boerenfamilies die in de wintermaanden door Europa trokken om religieuze prenten van de plaatselijke drukkerij Remondini te verkopen. Sommige van die prentenventers vestigden zich in de steden die ze bezochten. Zo opende de familie Buffa eind achttiende eeuw prenthandels in Brugge, Koblenz, Moskou en Amsterdam.

Onder nieuwe eigenaren ging Buffa zich vanaf het einde van de negentiende eeuw ook toeleggen op de handel in schilderijen en aquarellen. Vele werken van Breitner, Sluijters, Van Dongen, Mondriaan en schilders van de School van Barbizon zijn via Buffa in museale collecties terechtgekomen. De expositie is ook interessant voor de geschiedenis van Singer Laren zelf. Door de nauwe banden met de schatrijke Amerikaanse schilder en verzamelaar William Singer, de naamgever van het museum, heeft Buffa sterk bijgedragen aan de collectie van Singer Laren.

Twee zalen van de expositie zijn gewijd aan de prenten en reproducties die Buffa tot 1920 heeft uitgegeven. Buffa benutte nieuwe grafische (druk)technieken voor een stroom van topografische kaarten, albums gewijd aan de Nederlandse geschiedenis en reproducties van schilderijen.

De groeiende middenklasse – ambtenaren en middenstanders – begon vanaf de achttiende eeuw belangstelling voor beeldende kunst te tonen en prentkunst te verzamelen. Hoe lucratief de markt voor prenten was, blijkt uit de overgeleverde contracten die Buffa sloot met graveur Johan Kaiser. Voor zijn gravure van Rembrandts Nachtwacht (formaat 58×67 cm) kreeg hij in 1864 een honorarium van 12.000 gulden, nu zo’n 130.000 euro. Voor een schuttersmaaltijd naar Bartholomeus Van der Helst kreeg Kaiser zelfs nog aanzienlijk meer.

Foto RKD, Den Haag; archief Buffa

Voorgevel Kunsthandel Frans Buffa & Zonen tijdens de tentoonstelling ‘Nieuwe werken door Kees van Dongen’, 1939-1940. Foto RKD, Den Haag; archief Buffa

Audiotour

Onder leiding van oud-journalist Joop Siedenburg specialiseerde Buffa zich vanaf 1921 in de verkoop van hedendaagse moderne schilderkunst. In Singer Laren hangt een indrukwekkende verzameling schilderijen die via de Kalverstraat de wereld is ingegaan. De informatieve audiotour, ingesproken door directeur Jan Rudolph de Lorm, geeft veel smakelijke details over de relatie van de kunsthandel met kunstenaars en verzamelaars.

Na de eerste tentoonstelling van Constant Permeke in zijn kunsthandel schreef Siedenburg de Belgische schilder in 1925 een enthousiaste brief. „Ik zie u nog niet tussen Rembrandt en Breitner staan maar wel als een kerel die tot hen omhoog wil klimmen. Ik zie in u alleen een schilder, en dat is in onzen miserabele tijd heel veel, want er zijn er verdomd weinig.”

Particuliere collectie

Kees van Dongen: La dame au jabot, 1911. Particuliere collectie

Een van de topstukken van de tentoonstelling hing in 1924 bij Buffa op de thematentoonstelling ‘Het Naakt’: Jan Sluijters’ Portret van Tonia Stieltjes. Deze vrouw, dochter van een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader, was een van Sluijters’ favoriete modellen.

Het portret ontlokte gemengde reacties. De criticus van De Groene Amsterdammer schreef dat dit schilderij een plek verdiende „in een openbare verzameling of in een collectie waar stoutmoedigheid tegenover alle benepenheid te vinden is”. Maar de recensent van de NRC repte van „een monsterlijk lelijke zwarte kroeskop”.

Toen het doek jaren later, in 1941, op een overzichtstentoonstelling van Sluijters in het Stedelijk Museum Amsterdam hing, bestempelde Storm, het tijdschrift van de Nederlandse SS, dat het om entarte kunst ging. Voor dit portret van een „walgelijk lelijke vrouw met een brute stierennek” was volgens Storm maar één plek: de brandstapel.

Sinds 2009 behoort dit hartstochtelijke portret uit de kunsthandel van Buffa tot de vaste collectie van Singer Laren.