Koreanen houden van Nederlandse varkensbuiken

Handelsmissie Zuid-Korea

Door de toegenomen welvaart eten Koreanen steeds meer vlees. Vlees vormt nu al een belangrijk deel van de Nederlandse export naar het land. Nederlandse bedrijven proberen tijdens een economische handelsmissie naar Zuid-Korea daar een graantje van mee te pikken.

Foto ANP

Even is er verwarring aan tafel als een van de gasten zijn bord met krab teruggeeft aan de bediening van het Shilla hotel in Seoul. Een vegetariër die in de vleesproductie werkt? Nee, de heer in kwestie blijkt gewoon niet zo’n liefhebber van vis. Dat vinden zijn tafelheren, allen werkzaam in de vleessector, natuurlijk te billijken.

Voor dit groepje ondernemers die deze week premier Rutte en staatssecretaris Van Dam vergezellen op een handelsmissie in Seoul, draait het dezer dagen om vlees. De vleesconsumptie is in Zuid-Korea in dertig jaar verdrievoudigd. Zuid-Korea is naast China een belangrijke groeimarkt voor Nederland, dat ruim driekwart van zijn vleesproductie exporteert en daarmee in de EU de op twee na grootste vleesexporteur is.

De Zuid-Koreanen aten vorig jaar per persoon ruim 51 kilo vlees, tegen 47 kilo per inwoner in China. Dat is nog flink minder dan de bijna 90 kilo vlees die een Amerikaan jaarlijks verorbert – een wereldwijd record. Maar terwijl de Amerikanen twee keer meer kip dan varkensvlees eten, is dat bij de Zuid-Koreanen andersom. „De Koreaanse markt is booming”, zegt Arné de Beer, directeur verkoop van Westfort Meat Products (omzet 300 miljoen euro). Het familiebedrijf verwerkt jaarlijks 160.000 ton varkensvlees. De helft daarvan gaat naar 23 landen, waarvan een ‘substantieel deel’ naar Azië, waaronder Zuid-Korea.

„De markt is nog lang niet verzadigd”, zegt commercieel manager Eric de Jong van Vion Food Group, Nederlands grootste producent van varkens- en rundvlees. Vion (omzet 4,5 miljard) produceert jaarlijks ongeveer 1,6 miljoen ton varkensvlees. Zuid-Korea is belangrijk voor Vion. Vorig jaar ging er ongeveer 18.000 ton varkensvlees van Vion naartoe. „Alles wat we hierheen willen brengen, kunnen we kwijt.”

Volgens De Beer is er zelfs een tekort aan varkensvlees op de Koreaanse markt, onder andere doordat containers van de Zuid-Koreaanse rederij Hanjin vertraagd aankomen wegens het dreigende faillissement van de rederij. „Bovendien heeft China de afgelopen tijd zo veel varkensbuiken gekocht dat op de markt een tekort is ontstaan.”

Het scheelt dat Zuid-Koreanen andere stukken van het varken importeren dan bijvoorbeeld Chinezen. De Beer somt op: „China koopt poten, oren, koppen, staarten, nekbotten en andere beenderen voor de soep. Zuid-Korea wil vooral spiervlees, middenrif en buiken.” De Jong beaamt dit, ook Vion exporteert vooral buikvlees. „Dat zit in Koreaanse traditionele barbecuegerechten als samgyeopsal en galbi.”

Die selectiviteit biedt mogelijk ook kansen voor Esro Food Group, de grootste inkoper en verwerker in Europa „van al het vlees dat niet bij de slager ligt”, hoopt directeur Joris Rooijackers. „Denk aan orgaanvlees en allerlei soorten industrievlees.” Esro is al actief in Zuidoost-Azië, maar nog niet in Korea. „We weten dat hier ook voor ons een grote markt is voor ingeblikt vlees. Ik heb vandaag de blikken met wat in Nederland vroeger werd verkocht als Smac al in de supermarktschappen zien liggen.”

De Nederlandse bedrijven die mee zijn op handelsmissie halen zakelijke contacten aan tijdens het netwerkdiner, waarvoor speciaal de in Zuid-Korea nog altijd mateloos populaire oud-bondscoach van het nationale elftal Guus Hiddink is overgevlogen. Ze lobbyen bijvoorbeeld voor het versnellen van vergunningen via een gesprekje met de landbouwattaché, en nieuwe contacten te leggen.

Tijdens de handelsmissie zijn verschillende samenwerkingsverbanden gesloten, onder meer op het gebied van land- en tuinbouw. Zuid-Korea wil in de land- en tuinbouw en veeteelt net zo zelfvoorzienend worden als Nederland. „Ons land is heel interessant voor Zuid-Korea”, zegt staatssecretaris Van Dam (Landbouw, PvdA).

„We zijn enigszins vergelijkbaar qua omvang en cultuur. Alleen produceren wij vele malen efficiënter. Het verschil is dat het gemiddelde boerenbedrijf hier 1,5 hectare groot is en de gemiddelde boer is 65 jaar oud. Terwijl in Nederland de agrofoodsector ontzettend hightech is.”

Ook premier Rutte prijst de Nederlandse agrarische sector bij zijn Zuid-Koreaanse gesprekspartners aan. „In de Nederlandse tuinbouw is het al heel gewoon dat tuinders hun installaties via hun mobiel aansturen”, zegt hij.

„Korea beschikt nog niet over de benodigde technologie om dit ook te kunnen, terwijl een van de grote telecombedrijven wel overal 5G aan het uitrollen is. Om die transitie te kunnen maken, kunnen ze onze kennis en expertise goed gebruiken.”

    • Anouk Eigenraam